Een richting, meerdere wegen: archeologie

14 oktober 2020 |

Drie alumni blikken terug op hun opleiding en de richting die ze uiteindelijk uitgingen. Wat begon op dezelfde weg leidde naar andere oorden. Bas Bogaerts, Anja Goethals en Caroline Landsheere studeerden alledrie archeologie. De passie voor het verleden is er nog steeds, al speelt het niet bij elk van hen nog een even grote rol.

Caroline Landsheere

Caroline Landsheere: "Iedereen zei dat ik geen werk zou vinden, maar ik heb mijn hart gevolgd"

“Ik was al op jonge leeftijd gepassioneerd door het verleden. De vraag was: studeer ik geschiedenis of archeologie? Uiteindelijk koos ik archeologie, omdat het heel tastbaar is. Als je een beker opgraaft die iemand in de 12e eeuw ook vastgehouden heeft, dan is die band met het verleden veel sterker.

Even twijfelde ik nog, toen mensen zeiden dat ik nooit werk zou vinden. Maar ik heb mijn hart gevolgd. En dat bleek de juiste keuze. Mijn eerste stage was in hartje winter. Het sneeuwde, de grond was hard en toch vond ik het fantastisch om te staan graven. Dan weet je het wel.

Na mijn studies in Gent volgde ik Publieksarcheologie in Londen. Ik wou niet enkel archeoloog zijn, maar mijn passie ook uitdragen. Dat is wat publieksarcheologie doet: archeologie dichter bij de mensen brengen. Bij Raakvlak combineer ik beide, mijn droomjob dus. De ene dag sta ik van ’s morgens op het veld opgravingen te doen, andere dagen geef ik rondleidingen aan scholen, bereid ik de erfgoeddag voor of schrijf ik artikels over wat we opgraven.”

Anja Goethals: "Soms mis ik het opgraven wel"

“Als kind verzamelde ik fossielen. Die stak ik in zakjes en nauwkeurig hield ik bij waar en wanneer ik ze gevonden had. Tijdens mijn studies archeologie trok ik elke zomer opnieuw naar een archeologiekamp in Ierland. Daar zaten we dan met een hele groep studenten te graven op de flanken van een berg. Ik vond het zalig. Ik heb er mijn man leren kennen, een Amerikaanse archeoloog.

Toen ik afstudeerde, heb ik daar eerst een half jaar gewerkt, betaald ditmaal. Maar voltijdse jobs zijn schaars, het was moeilijk om als archeoloog vast werk te vinden. Daarom heb ik toen beslist om administratief werk te zoeken. In het begin was dat via interimwerk, eerst in Leicester, daarna in Belfast. Uiteindelijk zijn we verhuisd naar de bossen rond Boston en vond ik werk als manager op de Harvard Business School.

Ik ben nu verantwoordelijk voor zo’n twintigtal assistenten van proffen. Ik doe mijn job super graag, al mis ik het opgraven soms wel. Maar werken als archeoloog in Amerika is echt niet aantrekkelijk. Ze noemen dat hier shovel bumming. Als er al werk is, is het voor een korte periode. Dan zit je een maand lang in een motel ergens in de buurt van een opgraving met een hongerloon van 12 dollar per uur. Nee, geef mij dan maar de financiële zekerheid die ik nu heb. En op een koude dag ben ik trouwens heel blij dat ik niet in het veld moet zijn.”

Bas Bogaerts: "Ik zoek nog steeds verhalen"

“Toen ik vijf was, wilde ik al archeoloog worden. Op mijn twaalfde verkocht ik mijn speelgoed om een metaaldetector te kopen. Elk weekend schuimde ik met dat toestel de velden af, op zoek naar interessante vondsten. Voor mij was het dus een logische keuze dat ik archeoloog zou worden. Na mijn studies ben ik dan ook blijven plakken op mijn stageplek: ik kon voor een project van zes maanden als archeoloog aan de slag op de stadsarcheologische dienst van Brugge. Daarna belandde ik als projectarcheoloog in Antwerpen.

Inhoudelijk was dat een fantastische job, maar het verstikte me. Ik was te jong voor zo’n vaste job als stadsambtenaar. Het botste ook met wie ik ben. Ik eet wanneer ik wil, niemand hoeft dat voor mij te bepalen. Het zorgde toen voor veel conflicten tussen mij en mijn collega’s. Uiteindelijk ben ik ermee gestopt. Daarna heb ik vanalles geprobeerd, tot ik een half jaar met mijn lief ging reizen met de motorfiets. Ik voelde me zo vrij toen. Elke dag ontmoetten we nieuwe mensen op nieuwe plekken. Ik begon ze te fotograferen en dat is sindsdien mijn nieuwe passie. Als fotograaf ga ik op zoek naar de interessantste verhalen. En dat deed ik als archeoloog ook. Die kleinmenselijke verhalen interesseerden me altijd al meer dan het grotere historische verhaal.

Mijn kennis als archeoloog komt nu trouwens nog van pas. Ik ben ons huis aan het verbouwen en geniet er echt van om de geschiedenis van het huis naar boven te halen. Dan kijk ik op oude plannen en ga op zoek naar restanten. Zo heb ik bijvoorbeeld een deuropening van achter het pleister tevoorschijn getoverd, en vond ik een oude waterput terug. Elke scherf die ik tegenkom tijdens het graven, houd ik trouwens bij. Ons toilet is intussen al een echte exporuimte.”

Bas Bogaerts
67-33

Lees ook

Onderwijs in ‘code rood’ aan de UGent

On Off

Waarom twijfel het fundament is van de wetenschap

GUM

Een richting, meerdere wegen: archeologie

Caroline Landsheere

Luchtfoto's verklikken oorlogslittekens in het Vlaamse landschap

Brustem