In het kort
- Vrouwen hebben vaker lichamelijke klachten, maar krijgen minder diagnoses dan mannen.
- Aranka Ballering onderzoekt die genderkloof in de gezondheidszorg en het stigma rond aanhoudende lichamelijke klachten.
- Ze pleit voor een grotere bewustwording van diversiteit in de medische wereld.
Van wetenschappelijk onderzoek tot medische behandelingen, decennialang stond de man centraal in de medische wereld. Betekent dat dan ook dat vrouwen daardoor minder goede zorg krijgen? Gezondheidswetenschapper Aranka Ballering zoekt het uit. “Niet elk verschil is een ongelijkheid, maar vrouwen blijken toch minder vaak een diagnose te krijgen dan mannen.”
Hoofdpijn, vermoeidheid, buikklachten, duizeligheid. Die vage, maar veelvoorkomende lichamelijke klachten vormen de focus van Aranka’s onderzoek. “Iedereen heeft er wel eens last van,” zegt Aranka, “maar bij sommige mensen verdwijnen ze niet vanzelf. En wat blijkt? Dit soort klachten zijn ernstiger bij vrouwen, maar wanneer ze hulp zoeken keren ze vaker dan mannen met lege handen terug van de huisarts.”
Aranka onderzoekt de genderkloof in de eerstelijnszorg. Ze deed jarenlang onderzoek aan het Universitair Medisch Centrum Groningen in Nederland en zet haar onderzoek sinds academiejaar 2024-2025 verder bij de vakgroep Sociologie aan de UGent. In haar onderzoek combineert ze biomedische kennis met sociologische inzichten. Want, zegt ze, de verschillen tussen mannen en vrouwen zitten niet alleen in het lichaam, maar ook in hoe we naar gezondheid, en naar mannen en vrouwen, kijken.
Vaker naar de dokter, minder diagnoses
Slechts drie procent van de mensen die een nieuwe lichamelijke klacht ervaren, trekt binnen zes weken naar de huisarts. En van die kleine groep zijn de meeste vrouwen. “Vrouwen rapporteren meer lichamelijke klachten, ernstigere klachten en ze houden ook langer aan,” legt Aranka uit. “Maar als ze dan bij de huisarts zitten, krijgen ze minder lichamelijk onderzoek, minder medische beeldvorming, minder verwijzingen naar het ziekenhuis én minder diagnoses.”
Toch wil Aranka het verhaal niet polariseren. “Ik denk niet dat huisartsen hun werk slecht doen. Integendeel, zij kennen hun patiënten heel goed. Soms is het ook een weloverwogen keuze om vrouwen niet door te verwijzen, omdat het nu eenmaal minder vaak iets oplevert. Dan kun je zeggen: dat is juist gendersensitief handelen.”
Een systeem gebouwd op mannen
Het is waarschijnlijker, nuanceert Aranka verder, dat de diagnostiek zelf niet geheel geschikt is voor vrouwen. “Als je lichaam anders reageert of andere symptomen vertoont, en daar is nooit onderzoek naar gedaan, dan vind je ook niets. En dan wéét je dus ook niet of je iets gemist hebt. We noemen pijn op de borst en een tintelende linkerarm de ‘typische’ symptomen van een hartaanval. Maar dat is vooral typisch voor mannen. Vrouwen kunnen bij hartfalen bijvoorbeeld ook kaakpijn, duizeligheid of pijn tussen de schouderbladen ervaren. Bovendien kan de oorzaak van hartfalen bij vrouwen verschillen van mannen.”
Aranka is voorzichtig met woorden als ‘ongelijkheid’ of ‘discriminatie. “Niet elk verschil is een ongelijkheid,” zegt ze. “Ik wil het systeem begrijpen, niet een schuldige aanwijzen. Want het gaat hier niet over onwil. Er is geen enkele huisarts die ’s ochtends opstaat met het idee: vandaag behandel ik vrouwen slechter. Maar het systeem waarin we werken is historisch gebouwd op mannen als norm. Dat heeft gevolgen.”
Aranka: "Niet elk verschil is een ongelijkheid. Ik wil het systeem begrijpen, niet een schuldige aanwijzen. Want het gaat hier niet over onwil."
Onderzoek, educatie en bewustzijn
Hoe moet het dan anders? Aranka ziet drie hefbomen: meer onderzoek naar hoe klachten en ziektes zich bij vrouwen uiten, meer aandacht voor gender in de opleiding geneeskunde, en meer bewustwording bij zorgverleners.
“Voor de individuele huisarts begint het met het besef dat gender en geslacht meespelen. Huisartsen zien de patiënt niet alleen als vrouw met pijn op de borst. Ze kennen ook haar gezinssituatie, haar werk, haar zorgrol. Die bredere context is zó belangrijk.” Het zou ook mooi zijn dat opleidingen geneeskunde meer aandacht hebben voor diversiteit, voegt Aranka toe. “Ook buiten gender. Theoretisch of praktisch opgeleid, migratieachtergrond, dat zijn allemaal factoren die bepalen hoe iemand gezondheid ervaart.”
Van stigma naar erkenning
Sinds begin dit academiejaar breidt Aranka haar onderzoek uit aan de UGent. Ze verruilt het ziekenhuis in Groningen tijdelijk voor de vakgroep Sociologie om de sociale impact van ziekte beter te begrijpen. “Ik wil weten: wat denken mensen over aanhoudende lichamelijke klachten? Wat doet dat met het hulpzoekgedrag van een patiënt? Gaan ze nog wel naar de dokter? Klachten zoals chronische vermoeidheid of fibromyalgie zijn vaak onzichtbaar en worden snel afgedaan als ‘tussen de oren’. Maar ze zijn reëel en dat stigma zorgt voor heel wat leed.”
Het is een lange weg, erkent ze, maar er beweegt iets. “Toen ik begon, werd er nog weleens op mijn onderzoek neergekeken. Maar gaandeweg is er meer aandacht voor gender en geslacht in onderzoek. Het wordt belangrijker voor financiering, medisch wetenschappelijke journals vragen expliciet: hoe hou je rekening met gender in je studie? Er is ook meer aandacht voor in de media. Er moet nog veel onderzoek gebeuren, maar we zitten op de goede weg.”
Aranka Ballering is gezondheidswetenschapper en onderzoeker verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent. Ze promoveerde in het Universitair Medisch Centrum Groningen op man–vrouwverschillen bij veelvoorkomende lichamelijke klachten en bouwt haar onderzoek uit rond gendergevoelige zorg in de eerstelijn. Haar werk verbindt biomedische kennis met sociologische inzichten, met als doel eerlijke en gepersonaliseerde geneeskunde.
Aranka is New Scientist Wetenschapstalent 2025
In oktober 2025 kreeg Aranka Ballering de titel van New Scientist Jong Wetenschapstalent 2025. Die prijs wil onderzoek van jonge wetenschappers in Vlaanderen en Nederland in de kijker zetten. De jury was onder de indruk van de sterke en originele manier waarop Ballering haar onderzoek communiceert met het grote publiek en de indrukwekkende hoeveelheid sterke wetenschappelijke publicaties op haar naam.
Lees ook
Biedt stoelgang een behandeling voor parkinson?
Een recente studie naar de ziekte van Parkinson toont aan dat een stoelgangtransplantatie een waardevolle nieuwe behandeling kan zijn. “Het biedt een potentieel veilige, doeltreffende en kostenefficiënte manier om de symptomen en de levenskwaliteit van miljoenen mensen te verbeteren. Een ‘bacteriepil’ zou de stoelgangtransplantatie misschien wel vervangen. Maar er is meer onderzoek nodig.”
Ignaas Devisch prikkelt al jaren ons denken (en krijgt daar nu erkenning voor)
Twintig jaar geleden werd hij als wetenschapper uitgelachen toen hij wilde communiceren met het grote publiek. Nu krijgt Ignaas Devisch er de Loopbaanprijs Wetenschapscommunicatie voor. “Het is een mooie erkenning”, zegt de medisch filosoof. “Al is communiceren over wetenschap toch ook goed leren luisteren.”
Hoge nood aan testpersonen voor geneesmiddelen of vaccins: “Zonder hen is er geen medische vooruitgang”
“Geen enkel vaccin of geneesmiddel geraakt tot bij de apotheker zonder testpersonen.” Het klinkt bijna banaal, maar het is de essentie van klinisch onderzoek, zegt professor Isabel Leroux-Roels. Zij en haar team doen al jaren onderzoek naar nieuwe vaccins. “Testpersonen vormen een heel belangrijke schakel in ons onderzoek.”
Anne-Sofie zoekt geneesmiddelen tegen kanker in de bodem van het bos
Als je onderzoeker Anne-Sofie De Rop niet op bureau of in het labo van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen vindt, is ze in het bos bodemstalen aan het nemen. In die bodem hoopt ze toekomstige geneesmiddelen te vinden tegen bijvoorbeeld kanker en diabetes.