Als tiener in Teheran droomde Niki Rashidian ervan computeringenieur te worden, maar het liep anders. Door haar schitterende schoolresultaten stimuleerde Niki’s familie haar om deel te nemen aan het ingangsexamen geneeskunde: een van de zwaarste in Iran, met meer dan een miljoen kandidaten. Ambitieus als ze is, ging Niki de uitdaging aan en behaalde de top tien van het nationale examen. Vandaag is ze chirurg in een erg complexe discipline en bekijkt ze als onderzoeker hoe AI de chirurgie van morgen kan vormgeven.
Je bent gespecialiseerd in pancreaschirurgie. Waarom die specialisatie?
Niki: “De keuze voor chirurgie was al bij de start van mijn medische studie gemaakt. Ik ben nogal handig en werk heel graag met mijn handen. Thuis doe ik ook altijd de klusjes (lacht). Het hands-on aspect van chirurgie sprak me enorm aan. Ik heb niet gekozen voor pancreaschirurgie... op de een of andere manier heeft de pancreaschirurgie mij gekozen. Zoals het lot, maar dan met scalpels (lacht). Mijn eerste operatie-ervaring tijdens mijn stage in Teheran – als derde assistent – was meteen een Whipple-procedure, een van de moeilijkste ingrepen. Een ongelofelijke ervaring. Toen wist ik dat ik voor de rest van mijn loopbaan me wilde focussen op dit complexe orgaan.”
Hoe ben je in Gent beland?
“Ik heb bewust voor België gekozen omdat ik mijn vaardigheden op het gebied van minimaal invasieve hepatobiliaire chirurgie wilde verbeteren. Het UZ Gent was een van de pioniers op het gebied van de ontwikkeling van deze discipline. Ik werd toegelaten als doctoraatsstudent aan de UGent en als klinisch fellow bij de afdeling algemene en hepatobiliaire heelkunde van het UZ Gent. Voor mijn doctoraat verdiepte ik me in het gebruik van informatica en virtual reality voor chirurgische training. Dat stond toen in de kinderschoenen. Chirurgische datawetenschap is nog steeds een heel nieuw onderzoeksgebied. Het combineert informatica en medische kennis om modellen te ontwikkelen voor onder andere chirurgische training, iets waar ik erg gepassioneerd door ben.”
Jouw onderzoek draait rond artificiële intelligentie. Wat onderzoek je precies?
“Samen met mijn team aan de Universiteit Gent – het Training and Research Institute for Surgical Artificial Intelligence (TRISAI) – ontwikkelen we geavanceerde AI-modellen die chirurgische video's analyseren. Deze modellen kunnen evalueren hoe goed een chirurg een ingreep uitvoert, met als langetermijndoel het creëren van een AI-assistent die in realtime feedback geeft. Dankzij deze ondersteuning zouden chirurgen ter plekke aanpassingen kunnen doen, waardoor zowel de kwaliteit van de ingreep als de resultaten voor de patiënt verbeteren.
Naast prestatiebeoordelingen biedt AI ook veelbelovende mogelijkheden voor het voorspellen van chirurgische resultaten. Door patiëntgegevens te integreren willen we gepersonaliseerde behandelingsstrategieën ontwerpen die de kans op succes maximaliseren. Dit is vooral van cruciaal belang in de strijd tegen alvleesklierkanker, een van de meest agressieve vormen van kanker, waarvoor chirurgie nog steeds de enige genezende optie is.”
We horen op dit moment nog relatief weinig over AI in geneeskunde. Wat trekt jou er zo in aan?
“Wat ik zo leuk vind aan AI is dat je dingen kunt creëren die nog niet bestaan. Er is nog weinig bekend over het potentieel. Op dit moment zijn er weinig doorbraken in kankeronderzoek. Maar ik hoop dat er in de toekomst dankzij AI een nieuwe versnelling komt. Aan de UGent leeft dit heel sterk. Recent werd het Health Intelligence Network.Gent (HINT.GENT) opgericht, een consortium voor AI-onderzoek in geneeskunde. Ik ben er teamleider ‘Core Technologies’. Ik ben heel benieuwd waar het ons naartoe zal leiden. Mijn ontdekkershart klopt heel hard voor zulke initiatieven. Niemand heeft dit al gedaan, niemand weet hoe het moet. Ik ben altijd zeer nieuwsgierig geweest (lacht) én creatief. Dat moet je ook zijn bij dit soort pioniersonderzoek.”
Wat drijft je persoonlijk in dit onderzoek?
“Als ik één rode draad zie, dan is het wel complexiteit. De pancreas is een complex orgaan, robotchirurgie is zeer complex en de computermodellen die we ontwikkelen ook. Wat de cirkel rond maakt, is focus op patiëntenzorg. Ik concentreer me op één orgaan, één type procedure en ontwikkel daar een onderzoekslijn omheen. Met als ultieme doel: het leven van mijn patiënten verbeteren. Die vraag stel ik me voortdurend als chirurg en als onderzoeker: hoe kan dit beter?”
Je werk is multidisciplinair. Hoe belangrijk is dat?
"Het is essentieel. Als chirurg werk ik in een multidisciplinair team bij UZ Gent, in ons onderzoekslaboratorium en ook bij Orsi Academy. Ik werk samen met verschillende medische disciplines, datawetenschappers en ingenieurs. Voor mij staat multidisciplinaire samenwerking synoniem voor groei: we leren van elkaar bij elke bijeenkomst. Sinds mijn doctoraatsonderzoek werk ik samen met software-ingenieurs en computerwetenschappers. Nu, op een hoger niveau, begeleid ik doctoraatsstudenten en ingenieurs die vaak veel meer weten over computerwetenschappen dan ik (lacht). Mijn rol is om hun vaardigheden en creativiteit te kanaliseren naar zinvolle klinische oplossingen die de patiëntenzorg verbeteren."
Overweeg je om ooit terug te keren naar Iran?
"Op dit moment heb ik geen plannen om definitief terug te keren naar Iran. Mijn leven en academische carrière zijn hier en hier zie ik mijn toekomst. Natuurlijk heb ik via mijn familie en vrienden een sterke band met Iran. Maar het is moeilijk om daar het werk te doen waar ik gepassioneerd over ben, vooral als vrouw. Ik probeer contact te houden door mijn familie in het buitenland te ontmoeten wanneer dat mogelijk is, ook al is dat maar één keer per jaar. Niet altijd gemakkelijk, maar dat hoort nu eenmaal bij de keuze die ik heb gemaakt.”
En hoe bevalt leven en werken in Gent?
“Ik voel me hier echt thuis en heb zowel op persoonlijk als op professioneel vlak sterke banden opgebouwd. Gent is een gastvrije, multiculturele stad en de universiteit biedt een zeer inclusieve omgeving. De platte en informele organisatiecultuur past goed bij mij, omdat ik van nature warm en sociaal ben. Ik ben nogal luidruchtig en lach vaak, maar door mijn culturele integratie heb ik ook geleerd om dat in evenwicht te brengen met een rustigere, meer reflectieve kant, iets wat mijn collega's waarderen. Ik kan oprecht zeggen dat ik een overtuigde en trotse UGent’er ben.”
Niki Rashidian is chirurg, gespecialiseerd in lever-, galweg- en alvleesklierchirurgie aan het UZ Gent. Ze leidt het Training and Research Institute for Surgical Artificial Intelligence (TRISAI) aan de Universiteit Gent, waar haar onderzoek zich richt op de toepassing van computervisie en machine learning om de chirurgische praktijk te verbeteren.
Lees ook
Vijf (haalbare) tips om meer te bewegen in 2026
Januari is het seizoen van goede voornemens … en afhaken. Meer bewegen staat steevast bovenaan vele lijstjes, maar tussen ‘ik ga het doen’ en het effectief doen zit vaak een kloof. Hoe overbrug je die?
“Elke euro steun is een zetje dat kankeronderzoek vooruit duwt”
In Gent werken honderden onderzoekers aan betere manieren om kanker te voorkomen, op te sporen en te behandelen. Het Cancer Research Institute Ghent (CRIG) brengt hen samen en biedt aan jong onderzoekstalent wat hen vaak het hardst ontbreekt: de kans om te starten. Met dank aan de vele giften aan het CRIG.
Biedt stoelgang een behandeling voor parkinson?
Een recente studie naar de ziekte van Parkinson toont aan dat een stoelgangtransplantatie een waardevolle nieuwe behandeling kan zijn. “Het biedt een potentieel veilige, doeltreffende en kostenefficiënte manier om de symptomen en de levenskwaliteit van miljoenen mensen te verbeteren. Een ‘bacteriepil’ zou de stoelgangtransplantatie misschien wel vervangen. Maar er is meer onderzoek nodig.”
Ignaas Devisch prikkelt al jaren ons denken (en krijgt daar nu erkenning voor)
Twintig jaar geleden werd hij als wetenschapper uitgelachen toen hij wilde communiceren met het grote publiek. Nu krijgt Ignaas Devisch er de Loopbaanprijs Wetenschapscommunicatie voor. “Het is een mooie erkenning”, zegt de medisch filosoof. “Al is communiceren over wetenschap toch ook goed leren luisteren.”