Pieter Deknudt organiseerde in 2014 op het kerkhof van zijn geboortedorp Deerlijk de allereerste editie van Reveil: een klein eerbetoon met gitaar en kaarslicht aan zijn overleden vriend Robbie. Wat begon als een persoonlijk afscheid groeide uit tot een beweging die ijvert voor een warmere rouwcultuur. Via troostconcerten op begraafplaatsen en andere initiatieven die verhalen over verlies levend houden. Vandaag is Reveil actief op meer dan 150 begraafplaatsen in zes landen en verbindt het jaarlijks duizenden mensen.
Ontstaan uit verdriet om een vriend
Al tijdens zijn studententijd bracht Pieter Deknudt graag mensen samen. Als cultuurpraeses organiseerde hij onder meer een multitalendag voor medestudenten. “Verbinding zoeken, mensen uit hun kot krijgen en samenbrengen: dat is de rode draad doorheen al mijn projecten, van mijn band Zinger tot Reveil.”
Die drang naar verbinding kreeg een zwaardere lading toen hij zijn vriend Robbie verloor. “Reveil is ontstaan uit het verdriet om mijn vriend Robbie. Hij speelde in dezelfde Deerlijkse muziekscene als ik, hield van harde gitaren en vond de trompetten in mijn band Zinger helemaal niks. In april 2012 kwam hij om bij een auto-ongeval, op zijn 24e verjaardag. Ik was toen zelf 27. In de zes maanden erna verloren we in Deerlijk nog drie andere jonge mensen uit dezelfde studentengroep. Het voelde alsof iemand daarboven ermee aan het lachen was.”
Wat Pieter enorm raakte, was niet alleen het verdriet zelf, maar ook de stilte die volgde. “Robbies sterfverjaardag kwam en ging voorbij zonder dat iemand er iets mee deed. Hetzelfde gold voor 1 november. Dat knaagde aan mij: waarom lieten we dat gewoon voorbijgaan?”
Een lied aan een graf
Die vraag leidde tot een idee dat niet meteen op enthousiasme werd onthaald. “Het jaar na Robbies dood schreef ik het liedje Grace en wilde ik het aan zijn graf spelen. Mijn vrienden vonden dat heel onrespectvol. Voor mij voelde het net als het meest respectvolle dat ik voor hem kon doen.”
Op 1 november, bij zonsondergang, deed hij het toch, met zijn band Zinger en een handvol kaarsjes. “Ik was bang voor slechte reacties, maar het kerkhof stond bomvol.” Dat ene concert bleek geen eindpunt, maar een begin. “Via De Nieuwe Lichting, de talentenwedstrijd van Studio Brussel die we wonnen met Grace, raakte ons verhaal bekend. Wat begon met een tiental optredens groeide tien jaar later uit tot een netwerk van meer dan 150 deelnemende begraafplaatsen in zes landen. Vorig jaar brandden er 15.000 kaarsjes langs de kust in Nieuwpoort, en haalden we 200.000 kijkers voor ons slotmoment op tv.”
"Rouwen is geen pad met een finish, maar een taal die je moet leren."
Rouwen is een taal die je moet leren
De afgelopen jaren verdiepte Pieter zich in de wetenschap en geschiedenis van rouwen. Samen met gesprekken en persoonlijke ervaringen vormde het de basis voor zijn boek Rouwen mag ook anders. Daarin kijkt hij tegelijk kritisch en hoopvol naar hoe we in Vlaanderen omgaan met verlies. “Rouwen werd almaar meer taboe door de professionalisering van de zorg, die van de dood iets veraf en klinisch maakt. En dat terwijl onze voorouders tienduizenden jaren geleden al cultuur en schoonheid inzetten bij grote levenstransities. Toen we met Reveil begonnen, was Halloween aan een opmars bezig in Vlaanderen, bij gebrek aan een eigen cultuur rond troost. Het voelde voor mij daarom heel juist aan om dat braakliggend terrein om te zetten in een kleurrijke troostcultuur van eigen bodem."
Volgens Pieter moeten we af van het nefaste rouwfasenmodel dat suggereert dat rouw ooit helemaal voorbijgaat. “Rouwen is geen pad met een finish, maar een taal die je moet leren. Het idee dat rouw eindigt bij ‘aanvaarding’ is al lang achterhaald, maar blijft bij het brede publiek hardnekkig overeind. Ik ben een grote fan van het dual process-model dat rouw vergelijkt met bootjevaren met twee peddels: een verliesgerichte en een herstelgerichte. Gebruik je er maar één, dan blijf je in cirkels draaien.”
Vlaanderen is pionier in troost, maar beseft het niet
Wat begon op een Deerlijks kerkhof, kreeg intussen internationale weerklank. Daardoor begon Pieter ook anders naar de samenleving te kijken. “Vlaanderen is een wereldwijde pionier in vernieuwende troostinitiatieven, maar dat weten we nauwelijks. Op een conferentie in Los Angeles besefte ik pas goed hoe ver we hier eigenlijk staan. Ideeën waar wetenschappers daar nog van dromen, bestaan bij ons al lang: ‘Boven de Wolken’ maakt al tien jaar foto’s van stilgeboren baby’s, Postkantoor 00/00/00 laat je al jaren brieven schrijven aan wie je verloor en zo zijn er meer dan 40 pionierende non-profitorganisaties die zich steeds professioneler organiseren.”
Tegelijk wordt rouw volgens hem nog steeds onvoldoende ernstig genomen. “Rouwbeleid staat veel te laag op de politieke agenda. Organisaties die cruciaal werk leveren, zoals de Zelfmoordlijn, draaien vaak op vrijwilligers en beperkte middelen. Overheden en bedrijven zouden veel meer moeten investeren in initiatieven die mensen ondersteunen in moeilijke periodes, want het aanbod in Vlaanderen is wereldtop.”
"Cultuur is geen leuk extraatje. Cultuur redt levens, en biedt zin en verbinding waar de ontkerkelijking bij jongeren een gat achterliet.”
Naar een nieuwe Vlaamse rouwcultuur
Voor Pieter is het duidelijk: “Cultuur is geen leuk extraatje, het is een fundament van onze samenleving. Cultuur redt levens, en biedt zin en verbinding waar de ontkerkelijking bij jongeren een gat achterliet.”
Met Reveil wil hij blijven bouwen aan zo’n samenleving. “Naast de troostconcerten op 1 november zetten we ook troosttrajecten op met steden en gemeenten: dit jaar is Tielt onze troosthoofdstad. En met het nieuwe project Radio Reveil zoeken we, samen met woonzorgcentra, cafés en jeugdhuizen, naar de Vlaamse canon van troostliedjes. Misschien kunnen we één van de komende jaren Gent eens tot Troosthoofdstad kronen. Burgemeester De Clercq mag me altijd bellen.”
Van de jonge muzikant die niet wist waar naartoe met zijn verdriet, is nu weinig meer te merken. “Aan Robbie denk ik nu terug met een brede glimlach. Ik ben mijn rouw actief blijven benaderen in plaats van ze weg te duwen. Daardoor is ze veranderd in een soort melancholische vriend die me af en toe komt opzoeken.”
Aan zijn alma mater laat hij tot slot deze boodschap na. “Mijn muzikale held David Byrne zei het afgelopen zomer op Rock Werchter: ‘Love is the new punk’. Was het vroeger punk om tegen het establishment te rebelleren en dingen kapot te slaan, dan is het vandaag punk om voor elkaar te zorgen en kwetsbaarheid te omarmen in een wereld die alsmaar harder wordt. Ik hoop dat de UGent haar studenten die zachte rebellie meegeeft, via stageplekken bij nonprofits bijvoorbeeld.Want zingeving is geen luxe. Ze redt levens.”
Pieter Deknudt behaalde in 2008 de master vertaler-tolk Frans, Engels en Nederlands aan de toenmalige Hogeschool Gent, vandaag Toegepaste Taalkunde aan de UGent. Was vijftien jaar leerkracht voor hij voltijds voor Reveil koos. Daarnaast is hij de zanger van de indiepop-fanfareband Zinger en auteur van het boek Rouwen mag ook anders.
Lees ook
UGent'ers vinden inspiratie bij Alumnus van het jaar Stefan Hertmans
Amber Herstraets, Camille Bauwens en Milan Barbé zijn drie UGent’ers die meewerken aan de Expo Stefan Hertmans. Dat doen ze elk op hun eigen manier.
UGent-alumnus van het jaar Stefan Hertmans: "De universiteit heeft mij geëmancipeerd”
Gelauwerd auteur, essayist en dichter Stefan Hertmans heeft een sterke band met de UGent: als alumnus, later als doctorandus en gastdocent. Academisch onderzoek speelt tot vandaag een sleutelrol in zijn werk en de basis daarvoor werd gelegd aan de UGent. “Mijn filosofische vorming is essentieel geweest in mijn denken. De universiteit heeft mij het vermogen geschonken om in twijfel een vorm van waarheid te zien."
Het eeuwige dilemma: in welke rij schuif je het best aan?
Stel dat je de keuze krijgt tussen twee drankkramen op een festival. De ene heeft een netjes geordende rij met paaltjes, bij de andere heerst de willekeur. Waar schuif je dan het beste aan om het snelste een drankje te bemachtigen?
UGent-studenten helpen topauteurs met verhalen van hoop
Studenten die samenwerken met bekende auteurs als Ish Ait Hamou, Lize Spit of Annelies Verbeke: het is geen fictie. Niet minder dan 42 masterstudenten Taal-en Letterkunde kregen die kans. Het resultaat zijn hoopvolle toekomstverhalen die een tegenwicht vormen voor doemdenken - als onderdeel van het project ‘2084 - De toekomst is hoopvol’.