Stonehenge geeft sporen van veel ouder verleden prijs

Stonehenge

Een bijzonder waardevolle ontdekking zet onze kennis over Stonehenge op zijn kop. Op de meest onderzochte site ter wereld vond een onderzoeksgroep met enkele UGent’ers sporen die veel ouder zijn dan alles wat er tot nog toe opgegraven werd. Dat er toch nog geheimen bloot te leggen zijn, weten we dankzij bio-ingenieur Philippe De Smedt, onder andere via bodemscans.

“We hebben in Stonehenge ongekende prehistorische sporen ontdekt, die een tijdsvenster beslaan van het einde van de laatste ijstijd, zo’n 10.000 jaar geleden, tot de midden-bronstijd”, aldus Philippe De Smedt.

Oudste sporen ooit ontdekt

De sporen dateren van de vroege jager-verzamelaars aan het begin van het Holoceen tot landbouwers in de late bronstijd. Daartussen zit maar liefst 7.000 jaar. Eén van de sporen valt bijzonder op: een ronde kuil van 4 meter breed en 2 meter diep, uitgegraven in het krijtgesteente. De vorm van de kuil doet vermoeden dat hij dienst deed als val om groot wild te vangen. De kuil dateert van ongeveer 8000 jaar v.C.

Deze functionaliteit vereist uw toestemming tot het opslaan van cookies.
Klik hier om jouw voorkeuren aan te passen.

“Toen werd het zuiden van Groot-Brittannië na de laatste ijstijd opnieuw bewoond door jager-verzamelaars”, vertelt Koen Deforce mede-onderzoeker en professor aan de vakgroep Archeologie. “Van de weinige gekende sites uit de steentijd rond Stonehenge is deze kuil bij de oudste, en de meest precies gedateerde. Het lijkt ook een van de grootste archeologische sporen uit de vroege steentijd in Noordwest-Europa.”

Van Sinaai naar Stonehenge

Verbluffende resultaten, waarvoor de eerste stappen in 2014 werden gezet in Sinaai. In dat jaar trekt Philippe met quad en bodemscanner naar Klein Sinaai. Die scanner ontwikkelde hij zelf, om op een nieuwe manier aan archeologie te doen: via 3D-reconstructie van de bodem. Eén ritje over het terrein levert meteen een heleboel informatie op over het landschap ten tijde van de middeleeuwen.

“Deze bodemsensor kan ondergrondse magnetische en elektrische variaties tegelijk opmeten”, legt Philippe uit. “Zulke variaties bevatten informatie over natuurlijke bodemlagen, maar ook over menselijke activiteit. We kunnen in de scans bijvoorbeeld sporen van greppels en kuilen terugvinden, of aflezen waar zaken verbrand werden, omdat de bodemlagen daardoor verstoord zijn.”

Philippe klopt aan bij zijn collega’s van de vakgroep Archeologie. Samen doen ze enkele gerichte opgravingen. Ze leggen de kaarten van de bodemscanner samen met archeologische data en slagen er zo in om het landschap van Klein Sinaai ten tijde van de middeleeuwen integraal in 3D te reconstrueren, inclusief de Abdij van Boudelo.

Het onderzoek wordt opgemerkt en blijkt het perfecte opstapje naar het grotere werk: Stonehenge. Daar zullen de onderzoekers een gebied van in totaal 2,5 vierkante kilometer nauwgezet in kaart brengen. Ze slaan de handen in elkaar met de Gentse vakgroep Geologie en de Universiteit van Birmingham. Samen wil het team onderzoeken welke sporen uit de prehistorie tot nu toe verborgen bleven voor de vele archeologen die het landschap bestudeerden.

Stonehenge

Moeilijkere archeologie

“Onderzoek doen in Stonehenge is een uitzonderlijk privilege”, vertelt Philippe. “Het gebied heeft een enorm rijke geschiedenis, die vooral teruggaat van de steentijd tot de vroege bronstijd (zo’n 5000 tot 3000 jaar geleden). Dat maakt van Stonehenge het meest onderzochte archeologische landschap ter wereld. Samen met de steencirkel zelf geniet het wijde landschap errond - in totaal zo’n 25 vierkante kilometer - een status als UNESCO- werelderfgoedsite. Daardoor worden de talloze monumenten beschermd door de Britse overheid. Toestemming krijgen om er veldwerk te gaan doen, is dan ook niet vanzelfsprekend.” Koen Deforce (vakgroep Archeologie): “Onze focus lag niet op de vele Stonehenge-monumenten, maar eerder op subtielere sporen uit het verleden: resten van korte prehistorische rituelen, of sporen van hoe mensen het land gebruikten nog voordat de monumenten opgericht werden.”

“De steencirkel en de monumenten die we vandaag nog zien in het landschap van Stonehenge, zijn eigenlijk maar het topje van de ijsberg”, gaat Philippe verder. “We weten dat het gebied tijdens de prehistorie millennialang gebruikt werd. Wetenschappers hebben het landschap echter lang vanuit een eenzijdig perspectief bekeken, omdat ze zich tot hiertoe voornamelijk richtten op traditionele archeologie. Wij wilden net de ‘moeilijkere’ archeologie ontdekken.”

Stonehenge

Combinatie van disciplines

Het team gaat in de eerste plaats zoek naar materiaal waarmee ze prehistorische omgevingsveranderingen kunnen reconstrueren. Zulke informatie blijft in de ondiepe bodems van Stonehenge immers moeilijk bewaard, waardoor het nodig is om op zoek te gaan naar holtes en scheuren in de ondergrond waarin resten van planten beter bewaard zijn gebleven. Dergelijk onderzoek is enkel mogelijk door verschillende disciplines te combineren.

Philippe legt uit hoe het proces werkt: “We starten met bodemscans. Die data gieten we in geofysische kaarten, die we op hun beurt gebruiken om te beslissen waar we bodemstalen nemen. Met die informatie maken we computermodellen waarmee we naar specifieke types van archeologische sporen op zoek kunnen gaan.”

De modellen over Stonehenge toonden honderden grote kuilen in het landschap. De onderzoekers vermoedden dat die door de prehistorische gebruikers van het landschap werden gegraven. Om de modellen te controleren en interpretatie volledig te maken, groef het team twintig sites op. Ze namen stalen om de chronologische en ecologische context van de sporen te kunnen vervolledigen. Het leverde resultaten op die de wereld rond zullen gaan.

Rectoren op bezoek

Op 12 mei keert Philippe terug naar Stonehenge, samen met de rectoren van de Vlaamse universiteiten. Hij stelt er de resultaten van dit indrukwekkend staaltje teamwerk voor.

“We mogen onszelf gelukkig prijzen dat we dit onderzoek in een unieke setting als Stonehenge konden doen”, erkent Philippe. “Dankzij dit project hebben we duidelijk kunnen maken dat de combinatie van verschillende technieken een enorme verrijking kan zijn voor archeologisch onderzoek en nog onbekende dingen kunnen blootleggen – zelfs in een gebied dat al zo intensief onderzocht werd als Stonehenge.”

(foto's: Layla Aerts)

Lees ook

Het landschap als spoor naar vermiste soldaten uit WO I

Na de Eerste Wereldoorlog bleven tienduizenden soldaten vermist in de bodem van de Westhoek. In het In Flanders Fields Museum krijgen sommigen hun identiteit terug. UGent-archeoloog Birger Stichelbaut legde samen met UGent-alumnus Simon Verdegem het fundament voor de beklijvende expositie. Het resultaat van graafwerk en archeologie vanuit de lucht.

Landschap
view

Atlantis in Brugge: reconstructie van verdwenen middeleeuwse havens

Brugge mag vandaag dan vooral een toeristenmagneet zijn, ooit was de stad een internationale wereldstad zoals Londen of Shanghai. Dat had ze te danken aan haar vele voorhavens in de Zwingeul. Nieuw archeologisch, historisch en geologisch onderzoek laat nu toe om dat verleden op ongeziene wijze te reconstrueren.

Zwinhavens
view

UGent-historicus ontdekt locatie van middeleeuwse wereldstad?

Geschiedkundige John Latham Sprinkle ontdekte eerder toevallig de locatie van de verloren gegane hoofdstad Magas van het middeleeuwse koninkrijk Alanië. Of toch niet? Zeker ben je nooit, aldus John Latham Sprinkle.

John Latham Sprinkle
view

Eén richting, meerdere wegen: archeologie

Drie alumni blikken terug op hun opleiding en de richting die ze uiteindelijk uitgingen. Wat begon op dezelfde weg leidde naar andere oorden. Bas Bogaerts, Anja Goethals en Caroline Landsheere studeerden alledrie archeologie. De passie voor het verleden is er nog steeds, al speelt het niet bij elk van hen nog een even grote rol.

Caroline Landsheere
view