Ligt de oorzaak van parkinson in onze darmen? “Meer onderzoek nodig, maar dat vraagt middelen”

Professor Vandenbroucke en Santens

Er zijn naar schatting 35.000 parkinsonpatiënten in ons land. Een cijfer dat jaarlijks stijgt. Het is de snelst groeiende neurodegeneratieve ziekte, terwijl we er nog maar bijzonder weinig over weten. Professoren Roosmarijn Vandenbroucke en Patrick Santens zoeken via hun onderzoek naar meer kennis over de ziekte. “Maar dat vraagt bijzonder veel middelen, die er vaak niet zijn”, klinkt het.

Steeds meer mensen krijgen de ziekte van Parkinson, een neurodegeneratieve ziekte waardoor zenuwcellen in de hersenen langzaam afsterven. Hoewel we het vooral kennen als een ouderdomsziekte – de kans op de ziekte stijgt met de leeftijd – treft het vaak jongere mensen onder de vijftig jaar.

Er zijn nog bijzonder veel vraagtekens rond de ziekte. Op de vraag naar de oorzaak is bijvoorbeeld nog geen sluitend antwoord. Wetenschappers denken nu meer en meer aan combinaties van genetische risicofactoren en omgevingsfactoren, zoals voeding. Een ontdekking die in die richting wijst, is dat het microbioom van de darmen bij parkinsonpatiënten anders is dan die van niet-patiënten. Ligt daar de sleutel tot antwoorden? Professoren Roosmarijn Vandenbroucke en Patrick Santens onderzoeken het.

Er zijn duidelijk nog veel onbekenden over de ziekte. Hoe komt dat?

Professor Patrick Santens: “Parkinson wordt nog te vaak gezien als een ouderdomsziekte, waardoor men het onbewust minder erg vindt. Alleen is dat niet altijd het geval. Hoewel de meeste mensen met parkinson hun eerste symptomen krijgen rond de leeftijd van zestig, zien we een toename in de groep van jonge parkinsonpatiënten. Zo zag ik onlangs nog een patiënt die nu 45 jaar is en al tien jaar de ziekte heeft. Dat zijn mensen die een actief leven hebben en volop in het beroepsleven staan. De impact op hen en hun omgeving mag je niet onderschatten. Het is dus fout om het te klasseren als ouderdomsgerelateerde ziekte.”

Het is dus geen kwestie van louter ouder wordende hersenen?

Professor Santens: “We vermoeden dat een aantal omgevingsfactoren, zoals bijvoorbeeld voeding, een belangrijke rol spelen. Dat toont aan dat we verder moeten gaan dan puur hersenonderzoek om de ziekte te begrijpen. Dat is een voortschrijdend inzicht in de wetenschap. Tot vijftien jaar geleden keken we vrijwel uitsluitend naar de hersenen, nu kijken we veel breder.”

"Er zijn al signalen gevonden dat het microbioom in de darmen al vele jaren voor de diagnose van parkinson veranderd is. Als we dankzij ons onderzoek vinden hoe we het sneller kunnen opsporen, zou ik al een gelukkig mens zijn."
Professor Santens
Professor Santens
67-33

Naar voedingsstoffen, en bijgevolg dus ook naar de darmen?

Professor Santens: “Er is al heel wat onderzoek geweest dat uitwijst dat er een link is tussen de darmen en de hersenen. Dat geldt ook voor de ziekte van Parkinson. Het microbioom bij die patiënten is anders dan bij gezonde personen.”

Professor Roosmarijn Vandenbroucke: “Alleen weten we niet waarom een microbioom is zoals het is en hoe het verandert. Bij parkinsonpatiënten werken de darmen trager en dat op zich heeft al mogelijk een invloed op microbiële samenstelling.”

Hoe onderzoeken jullie dat dan precies?

Professor Vandenbroucke: “We hebben een klinische studie uitgevoerd waarbij patiënten een stoelgangtransplantatie ondergaan hebben. Hierbij kregen parkinsonpatiënten de stoelgang van gezonde donoren toegediend. In september zal het een jaar geleden zijn dat de laatste proefpersoon de transplantatie kreeg. Vanaf dan kunnen we de data van alle patiënten verzamelen en bestuderen. Dan pas zullen we weten of het darmmicrobioom veranderd is, hoe lang het blijft en welk effect het heeft. Heeft het bijvoorbeeld een effect op de motoriek of het reukvermogen? Dat zijn dingen die we nog moeten onderzoeken.”

Professor Santens: “Het is in veel opzichten een studie die broodnodig was. De studie moést gewoon gebeuren.”

Waarom was dat nodig?

Professor Santens: “Omdat er in ons onderzoek enorm veel data en aanwijzingen worden verzameld die niet alleen voor ons interessant zijn, maar onderzoek wereldwijd kan helpen. Hoewel wij bij de eersten waren die echt een transplantatie doen, zijn we zeker niet de enigen die zoeken naar een verklaring voor de link tussen de darmen en de hersenen.”

Op welke resultaten hopen jullie?

Professor Santens: “We zijn uiteraard zeer benieuwd naar de effecten van de transplantatie op de symptomen van de ziekte. Verder hopen we een verklaring te vinden voor het feit dat parkinsonpatiënten een ander microbioom hebben in de darmen. Is dat iets dat ze al lang hebben? Of is dat veranderd onder bepaalde invloeden? Je kan allerlei dingen bedenken: de rol van voeding, antibiotica, blootstelling aan pesticiden, tabak, alcohol en ga zo maar door. Dankzij het onderzoek naar de darmen van de patiënten hopen we daar een beter zicht op te krijgen en kunnen we misschien ooit parkinson in een vroeger stadium opsporen.”

Nu kan je parkinson pas opsporen als het al te laat is?

Professor Santens: “Inderdaad. Nochtans zijn er al signalen gevonden dat het microbioom in de darmen al vele jaren voor de diagnose van parkinson veranderd is. Als we dankzij ons onderzoek vinden hoe we het sneller kunnen opsporen, zou ik al een gelukkig mens zijn.”

"De kosten die met zo’n klinische studie gepaard gaan, zijn gigantisch. Zonder het Fonds Parkinsononderzoek van de UGent zouden we er zelfs niet mee kunnen starten.”
Professor Roosmarijn Vandenbroucke
professor Vandenbroucke
67-33

Wat is voor jullie de volgende stap?

Professor Vandenbroucke: “We hopen een manier te vinden om het darmmicrobioom te beïnvloeden en zo de ziekte te vertragen. Genezen is jammer genoeg een brug te ver omdat mensen met de ziekte van Parkinson zenuwcellen verloren hebben en dat krijg je niet zomaar rechtgezet. Bijkomend hopen we een biomarker te vinden, een middel voor een vroegtijdige diagnose.”

Is er, gezien het stijgende aantal gevallen, meer aandacht voor de ziekte?

Professor Santens: “Het blijft relatief beperkt, dat zie je ook in de beperkte resources die we hebben. Vaak gaat het grote geld naar andere domeinen, die de steun uiteraard ook nodig hebben, maar het aandeel van middelen dat naar parkinson gaat is bedroevend laag. Nochtans is de impact van de ziekte op de maatschappij gigantisch.”

Jullie onderzoek kan dus wel een grote impact maken op het leven van die mensen?

Professor Vandenbroucke: “Dat hopen we toch. Het feit dat parkinsonpatiënten heel bereidwillig zijn om mee te werken aan onderzoek, motiveert natuurlijk. Zij zijn vaak heel nauw betrokken bij onderzoek en helpen ook bij fondsenwerving, die voor ons onderzoek van levensbelang is.”

Zouden jullie de klinische studie kunnen doen zonder het Fonds Parkinsononderzoek van de UGent?

Professor Vandenbroucke: “Neen, de kosten die met zo’n klinische studie gepaard gaan, zijn gigantisch. Elke coloscopie die een patiënt moet ondergaan in de voorbereiding van zo’n stoelgangtransplantatie kost duizend euro. Daar moet je nog de analyse van die stalen bijtellen, de stockage ervan, de infrastructuur, het loon van de onderzoekers, … bijtellen. Zonder het Fonds Parkinsononderzoek van de UGent zouden we er zelfs niet mee kunnen starten.”

Een gift aan Fond Parkinsononderzoek?

Wil je meer weten over de werking van het fonds? Neem dan kijkje op de pagina van het fonds. Wil je graag meteen een gift doen aan het Fonds Parkinsononderzoek? Ga dan naar het donatieformulier of stort op het rekeningnummer BE26 3900 9658 0329, met mededeling ‘Fonds Parkinson’. Je gift is fiscaal aftrekbaar vanaf 40 euro op jaarbasis.

Roosmarijn Vandenbroucke, professor aan de vakgroep Biomedische moleculaire biologie aan de faculteit Wetenschappen, groepsleider aan het VIB Center for Inflammation Research. Ze geniet van het hoofd leegmaken door regelmatig te gaan lopen en lekker te gaan eten.

Patrick Santens, professor aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen en neuroloog in het UZ Gent, gespecialiseerd in bewegingsstoornissen. Hij houdt ervan om anderen te observeren in alle mogelijke omstandigheden.

Lees ook

Arnes engagement leeft verder in fonds voor kankeronderzoek

Hij was Chiroleider, OCMW-raadslid, regelmatig te vinden in het jeugdhuis van Ledegem en overal graag gezien. Maar in 2015 verloor Arne Lannoy op amper 23-jarige leeftijd de strijd tegen een hersentumor. Om de herinnering aan hem levendig te houden, richtte zijn familie in zijn naam een fonds op aan de UGent. Het doel is om onderzoek naar hersentumoren te steunen.

Arne Lannoy
view

Witte vingers bij koud weer? Lastig, maar niet (altijd) zorgwekkend

Zo’n tien procent van de bevolking heeft er last van: spierwitte vingers als het koud is. Soms enkel de vingertoppen, bij anderen slechts bepaalde vingers. Gelukkig is het (in de meeste gevallen) niets om je zorgen over te maken.

Koude handen
view

Een erfenis als katalysator voor de behandeling van buikvlieskanker

Niet veel mensen kennen het: buikvlieskanker. Nochtans treft de ziekte, vooral als uitzaaiing van een andere kanker, heel wat patiënten. Helaas is het vaak te laat als je die diagnose krijgt: bestaande behandelingen slaan amper aan. Baanbrekend onderzoek van professor Wim Ceelen resulteert nu in nieuwe veelbelovende behandelingen. En dat dankzij de erfenis van een overleden patiënt.

Wim Ceelen
view

Uitzonderlijke internationale erkenning voor Marleen Temmerman

Een wereldautoriteit is Marleen Temmerman al langer dankzij haar onverzettelijke strijd voor vrouwenrechten en -gezondheid. Nu komt daar een extra erkenning bij als kersvers lid van de National Academy of Medicine. En dat als eerste Belgische vrouw ooit. 

Marleen Temmerman
view