Haal het maximum uit je hersenen

Durk Talsma

Straks stromen weer duizenden studenten binnen aan de UGent. Allemaal hebben ze maar één middel om hun studies tot een goed einde te brengen: hun grijze cellen. Hoe werken die hersenen van ons – en kun je ze trainen? Professor Durk Talsma brengt raad.

Durk Talsma (vakgroep Experimentele Psychologie) is hoofddocent geheugen en cognitie. ‘Ik houd me onder meer bezig met de functie van aandacht en perceptie bij de werking van ons geheugen’, zegt hij. De geknipte expert om enkele breingeheimen te ontsluieren!

Als het over onze hersenen gaat, wordt vaak gezegd dat we er amper 10% van gebruiken. Klopt dat?

‘Nee, dat is een mythe. Onze hersenen bestaan voor ongeveer 10% uit neuronen, hersencellen die met elkaar communiceren en onze cognitieve vaardigheden dragen. De resterende 90% van het hersenweefsel bestaat uit gliacellen, ook wel steuncellen genoemd. Vroeger dacht men dat die gliacellen de potentie hadden om uit te groeien tot volwaardige neuronen. Maar dat klopt niet. En van de neuronen die er zijn gebruiken we de volle 100%.

Oorspronkelijk dacht men dat die gliacellen totaal nutteloos waren. Intussen is gebleken dat ze wel degelijk een ondersteunende functie hebben voor de neuronen. Maar hoe dat precies in zijn werk gaat, weten we nog niet.’

Weten we eigenlijk hoe informatie in de hersenen wordt opgeslagen? Mensen denken meestal aan een soort harde schijf.

‘Ook dat blijkt niet te kloppen. Het idee was: we zien of leren iets, en die informatie wordt vastgelegd als een soort film. Als we onze herinneringen ophalen, spelen we die film weer af. Maar ons geheugen werkt juist heel gefragmenteerd. Als ik je vraag wat je gisteren hebt gedaan, kun je me dat makkelijk vertellen. Maar wat je exact één jaar geleden hebt gedaan? Al die herinneringen vloeien in elkaar over. Als we ons iets herinneren, maken we grotendeels een reconstructie op basis van de fragmenten die we hebben onthouden. We vullen heel veel ontbrekende informatie in, en dat kan soms tot verrassende vervormingen leiden. Voor de grote lijnen is ons geheugen goed, maar als je echt details vraagt, kan het behoorlijk fout lopen.’

Vandaar ook dat getuigenverslagen vaak erg onbetrouwbaar blijken te zijn.

‘Precies. We reconstrueren onze herinneringen volgens bepaalde schema’s. Alles wat erin past, onthouden we. Maar we hebben de neiging om te vergeten wat buiten dat schema valt, zelfs als het relevant is. Getuigen zijn ook heel beïnvloedbaar door onbewuste suggesties. Gewoon de manier waarop een getuige wordt ondervraagd over een aanrijding, neutraal of suggestief, kan al een enorm verschil opleveren. Het is zelfs mogelijk dat we ons, ten gevolge van de suggestie van iemand anders, dingen kunnen herinneren die in werkelijkheid nooit hebben plaatsgevonden: het false memory-effect. En soms beslist zo’n getuigenverklaring over iemands leven.’

Durk Talsma

Je hoort wel eens dat jongeren een veel kortere aandachtsboog hebben, door het internet en de sociale media.

‘Dat onderwerp valt een beetje buiten mijn expertise, maar de sociale media eisen in elk geval erg vaak onze aandacht op. Je wordt 24 uur per dag bestookt met informatie en de verleiding om te kijken is erg groot. Die like-button zit er maar voor één ding: het is een magneet die je terugtrekt naar je facebookpagina. Elke keer als je een like ontvangt, krijgt het beloningscentrum van je hersenen een impuls. Als je dan aan het studeren bent, dreig je erg gefragmenteerd bezig te zijn, en dat verstoort de diepte van je informatieverwerking. Het is niet slecht om af en toe quality time voor jezelf vrij te maken, zonder sociale media, en je ergens echt in te verdiepen. Veel mensen hebben daar moeite mee, maar af en toe moet er ook eens worden gewerkt (lacht).’

67-33

Op tv zie je mensen die indrukwekkende geheugenprestaties leveren, zoals namen van honderden kinderen onthouden na één blik op elke foto. Kun je dat trainen?

‘De basis is heel simpel: je moet proberen om structuur aan te brengen in de informatie. Een bekende geheugentruc is dat je je bijvoorbeeld de weg van je werk naar huis voorstelt, en de informatie die je moet onthouden, associeert met zaken die je op je weg tegenkomt. Als je de informatie terug moet halen, loop je mentaal gewoon weer de weg af. Op die manier zijn mensen echt tot ongelooflijke prestaties in staat. In de VS is er bijvoorbeeld iemand die enorme getallenreeksen kan onthouden, tot 80 cijfers achter elkaar. Die man is een atletiekfan. De truc is dat hij de getallenreeks in delen van 6 opsplitst en die associeert met Olympische hardlooprecords.’

Dan moet je wel al die records onthouden.

“Dat wel (lacht). Maar ook Tom Waes heeft al iets dergelijks gedaan op tv. Sommige mensen zullen er wel meer talent voor hebben dan andere, maar je komt al een heel eind door associaties te maken met bijvoorbeeld je huisnummer, je eigen geboortedatum of die van je ouders enzovoort.’

Kun je je hersenen met medicatie of doping stimuleren?

‘Daar ben ik heel terughoudend over. Er zijn wel stimulantia die je even de illusie geven dat je supergeconcentreerd bent. Maar je brein zoekt altijd een evenwicht: na een piek komt een dal, en dan kun je gewoon niks doen. Als je zoiets lang probeert vol te houden, krijg je hele nare consequenties. Vaak haalt het ook niets uit. Rilatine, bijvoorbeeld, is bedoeld voor ADHD’ers om hun concentratieproblemen weg te nemen. Geef je het aan mensen zonder ADHD, dan werkt het gewoon niet.

Iets anders is angstmedicatie. A fearful brain is a dumb brain: als je echt hele zware examenstress hebt, kan het nuttig zijn om die angstsymptomen weg te nemen met een bètablokker of zo. Maar dan heel selectief, voor mensen met extreme examenvrees. De meeste studenten hoeven niet naar dergelijke zware medicatie te grijpen.’

Durk Talsma
33-67

Werken voedingssupplementen?

‘Die werken bij mijn weten evenmin. Gewoon gezond eten, met regelmaat: dat helpt wel. Ons brein is het orgaan dat het meeste energie nodig heeft: het is te vergelijken met een gloeilamp van 40 watt die continu brandt. Krijgen onze hersenen onvoldoende energie, dan gaan ze slecht functioneren. Als je te lang doorblokt om toch maar dat extra hoofdstuk naar binnen te schuiven, zonder de tijd te nemen om te eten, dan heb je misschien de illusie dat je nog studeert. Maar de informatie dringt niet meer door omdat je hersenen op hun laatste reserves lopen.

Wat ook wordt beweerd is ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. De Nederlandse professor Erik Scherder is bekend geworden met het idee dat je hersenen beter functioneren naarmate je meer beweegt. Maar eigenlijk zijn er weinig harde bewijzen voor die claim. Meer bewegen is altijd goed, maar er zijn wel betere redenen voor te verzinnen (lacht).’

Geheugenspelletjes en breinbrekers?

‘Ook al niet. Als je een puzzel oplost, word je beter in puzzels oplossen. De eerste keer dat je een sudoku ziet, moet je de onderliggende structuur van het probleem onder de knie krijgen en dat is moeilijk. Naarmate je er meer invult, word je er beter in. Maar het zal je IQ niet verhogen. Hetzelfde met wiskundige problemen: na een tijdje zul je er beter in worden, maar pakweg je taalvaardigheid zal er niet door verbeteren.

Mogelijk kunnen dergelijke spelletjes wel helpen om dementie te vertragen. Bij dementie nestelen zich allerlei plaques tussen de neuronen, waardoor de communicatie wordt verstoord. De dichtheid van de neurale netwerken vermindert, neuronen sterven af en de cortex wordt dunner. De algemene kwaliteit van de hersenen gaat achteruit. Bij ons brein geldt het adagium: use it or lose it. Hoe meer je je brein gebruikt, hoe minder ernstig de effecten van die achteruitgang zullen zijn. Je kunt de dementie niet stoppen, maar wel vertragen.’

"Puzzels oplossen verhoogt je IQ niet. Je wordt gewoon beter
in puzzels oplossen."
Durk Talsma  /  professor Experimentele Psychologie
67-33

De jongste jaren is ook veel onderzoek gedaan naar hersenstimulatie: een zwakke elektrische stroom om onze hersenen beter te doen werken. Is dat de toekomst?

‘Een aantal onderzoeksgroepen heeft enig effect gemeten, maar voorlopig konden die resultaten niet worden gereproduceerd. We hebben ook nog geen echt sluitende theorie waarom het zou werken. Er is dus nog veel onderzoek nodig voordat we kunnen zeggen of het al dan niet werkt en zo ja, of de verbetering significant is.

Ik zie het dus nog niet gebeuren dat we in de nabije toekomst allemaal met elektronenkapjes op ons hoofd zitten te studeren. Of misschien toch: als allerlei gehaaide bedrijfjes de eerste positieve resultaten zien en geld ruiken. Zo is het tenslotte ook met die breintrainingspelletjes gegaan. Op korte tijd werd een enorme marketingmachine gebouwd rond die ene studie die een effect meldde. Terwijl honderden andere studies zeggen dat het niet werkt.

Lees ook

Carl Devos over zijn openingscollege: “De politiek is van ons!”

Carl Devos

Gianni steunt onderzoek dat als kind zijn leven redde

Gianni Eggermont

Kiezen we straks zelf wat bedrijven over ons weten en bijhouden?

Social Media

Antibioticaresistentie als nieuwe pandemie: kan een virus ons redden?

Fagen