Geen gamba’s of scampi zonder de UGent

Garnalen

Als we in de toekomst nog willen genieten van onze wekelijkse portie vis of schaaldieren, dan zal dat voor een groot stuk dankzij aquacultuur zijn. Noem het gerust de visboerderij van de toekomst. De UGent is een absolute wereldspeler in onderzoek naar de duurzaamheid en ontwikkeling van aquacultuur. “Het klinkt misschien pretentieus, maar de 5 miljoen ton gamba's en scampi die wereldwijd gekweekt worden, hebben allemaal iets te maken met de Universiteit Gent”, aldus professor-emeritus aquacultuur Patrick Sorgeloos.

De rol van de UGent in de ontwikkeling van de aquacultuur is niet te overschatten. Professor-emeritus Sorgeloos legt uit: “Wij zijn wereldwijd bekend als de specialisten van het pekelkreeftje Artemia. Dat is de babyvoeding van de vissen en schaaldieren in aquacultuur.”

Magic powder

Het wereldreferentiecentrum van de artemia vind je dan ook aan de UGent. Het ARC (Artemia Reference Center) doet al sinds 1978 onderzoek naar de productie, de kwaliteitscontrole en het gebruik van dat babyvoedsel.

“De pekelkreeftjes produceren embryo's - cysten - die kunnen worden gedroogd. Met dat poeder - ik noem het 'magic powder' - kan je binnen de 24 uur levend plankton produceren. Toen we begonnen bedroeg de wereldconsumptie van dat poeder minder dan een ton. Vandaag is dat tussen de 3 à 4.000 ton per jaar! Die schaalvergroting is mogelijk geworden dankzij de Artemia-technieken die we ontwikkelden samen met andere labo's aan de UGent en in het buitenland, en de commerciële toepassingen via de spin-off Artemia Systems (vandaag INVE Aquaculture, nvdr).”

Visboerderij van de toekomst

Wat betekent dat dan voor de consument? “Toen we zijn gestart met ons onderzoekscentrum kwam amper 5 procent van de zeevruchten uit de aquacultuur. 95 procent kwam van de visvangst. Vandaag is het al de helft. Er is geen enkele andere voedselproductiesector die zo'n groei kende de voorbije decennia. En dat aandeel zal blijven toenemen, want de wereldbevolking neemt toe en dus ook de vraag naar vis en zeevruchten. Terwijl de visvangst stagneert of zelfs terugloopt door overbevissing. De belangrijkste uitdaging van zowel de visvangst als de aquacultuur is duurzaamheid. In aquacultuur zijn al belangrijke stappen gezet, maar het kan zeker nog beter.”

Pionier in interdisciplinaire samenwerking

De scope van het ARC verbreedde de afgelopen 40 jaar en houdt zich nu met veel meer bezig dan enkel het pekelkreeftje. Vandaar de naamsverandering naar Laboratory of Aquaculture and Artemia Reference Center. Samen met collega’s in binnen- en buitenland doet het centrum ook onderzoek naar andere vis- en schaaldieren in aquacultuur.

Om aquacultuur duurzamer te maken is samenwerking tussen verschillende disciplines nodig. Eind jaren 70 al schakelde bioloog Patrick Sorgeloos de expertise in van zijn collega’s microbiologen, genetici, bio-ingenieurs en apothekers aan de UGent en elders in de wereld. “Avant la lettre deden we aan interdisciplinair onderzoek om microbiologische, nutritionele en gezondheidsaspecten in artemia en later in aquacultuur in kaart te brengen.”

“Vanaf de jaren 90 begonnen de betrokken labo's hun onderzoeksdomein in aquacultuur te verbreden. Bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe het gebruik van antibiotica in de aquacultuur verminderd kan worden. Cruciaal onderzoek om de sector duurzamer te maken. Vandaag onderzoekt het labo virologie van professor Nauwynck (faculteit Diergeneeskunde) ziektes bij garnalen om zo tot preventie en behandelingen te komen.”

Op de rand van een doorbraak

Dat ziektes bij garnalen wel degelijk een probleem vormen voor de aquacultuur is zacht uitgedrukt. Doctoraatsstudent Mostafa Rakhshaninejad uit Iran doet sinds een jaar specifiek onderzoek aan de UGent naar een van de grootste bedreigingen van de gambakweek: de white spot shrimp disease. Mostafa Rakhshaninejad: “De ziekte wordt veroorzaakt door een veel voorkomend virus dat tot een sterfte van 100 procent kan leiden. Een grote dreiging dus voor aquacultuur. Mijn belangrijkste doel is een manier vinden om dit virus aan te pakken want vandaag bestaat er geen antiviraal middel tegen deze ziekte.”

Als antiviraal middel wil Mostafa een genetische technologie inzetten, CRISPR-Cas9. Dat is een soort van genetische knipschaar die het virus uit het DNA verwijdert. Om de technologie te kunnen gebruiken in de onderzoeksfase, heeft Mostafa een cultuur van delende garnalencellen nodig. Maar daar zit de moeilijkheid, legt hij uit. “Cellen die je uit vissen haalt, delen heel actief. Bij cellen afkomstig van garnalen gebeurt dit echter niet. Bovendien blijven de cellen die we uit de diertjes halen niet lang genoeg leven. Momenteel proberen we eerst om de cellen te stimuleren om verder te delen in de cultuur.”

Bestand tegen de klimaatverandering

Pas als Mostafa erin slaagt de cellen te laten delen in kweek, wordt de volgende stap gezet. “Dan kunnen we starten met de ontwikkeling van behandelingen tegen deze gevaarlijke virussen.” De vooruitzichten zijn rooskleurig, onthult hij. “Voor het eerst hebben we kerndeling gezien in de cellen. We staan heel dicht bij een doorbraak, maar moeten nog even verder werken (lacht).”

De ontwikkeling van preventieve strategieën en behandelingen tegen virussen, zoals dit onderzoek, maakt de aquacultuur beter bestand tegen de klimaatverandering. Patrick Sorgeloos: “Hogere temperaturen en meer neerslag kunnen leiden tot verhoogde stress bij de dieren. En garnalen met stress zijn veel vatbaarder voor ziektes.” Hoopgevende vooruitzichten dus voor de liefhebbers van al dat gezond lekkers uit zee!

Talent ontwikkelen en een netwerk uitbouwen

"Het onderzoek van Mostafa Rakhshaninejad is het eerste dat mee gefinancierd wordt door het Mama Magda Fonds. Het Mama Magda Fonds maakt het behalen van een joint PhD degree in aquacultuur mee mogelijk, legt initiatiefnemer Patrick Sorgeloos uit. “Ik ben heel mijn leven betrokken geweest bij ontwikkelingssamenwerking en ik vind dat het tijd is om nog meer samen te werken met universiteiten in het Globale Zuiden. Zo bouwen we wereldwijd een kwaliteitsvol netwerk van alumni uit die de aquacultuur in hun land richting geven en ontwikkelen. Zo'n joint degree houdt in dat een doctoraatstudent aan bijvoorbeeld de Chulalongkorn universiteit in Thailand een co-promotor aan de UGent toegewezen krijgt en minimum zes maanden aan de UGent onderzoek komt doen. Het Mama Magda Fonds betaalt de reiskosten, de verblijfskosten en de bench fee (de labokosten voor de promotor). Onze eerste samenwerking is nu al een succes. Want de co-promotor van Mostafa, Hans Nauwynck, was zo tevreden over diens werk, dat hij extra fondsen verzameld heeft zodat Mostafa hier verder kan blijven werken op zijn doctoraat. Het is wel de bedoeling dat hij zijn onderzoek uiteindelijk afwerkt aan de Shiraz-universiteit in Iran.”

De naam Mama Magda is geïnspireerd door de overleden echtgenote van Patrick Sorgeloos. “Magda was echt de 'mama' van mijn buitenlandse studenten. Zij vond dat ik meer rekening moest houden met de buitenlandse studenten die in mijn labo werkten. Dus regelde zij tal van praktische zaken zoals een woonplaats zoeken en ontfermde ze zich over het soms meegereisde gezin met sociale activiteiten. Na haar overlijden werd het Mama Magda Fonds opgericht, een idee van de toenmalige rector Paul Van Cauwenberge.”

(foto v.l.n.r.: Hans Nauwynck, Mostafa Rakhshaninejad en Patrick Sorgeloos)

Hans Nauwynck, Mostafa Rakhshaninejad en Patrick Sorgeloos
67-33

Lees ook

We kunnen nu ook ‘wegen’ of je corona hebt (dankzij wat koppigheid)

Massaspectrometrie

"Hoe bereiken we nuluitstoot? Dáár moet het klimaatdebat over gaan!”

Klimaatbetoger met bord "There's no planet B"

Mensenrechten: niet enkel voer voor juristen

Eva Brems

De UGent brengt mee de verspreiding van corona in kaart, zelfs tot op lokaal niveau

Jan Baetens