“Een duurzamer Europa vraagt verschuiving van activiteiten tussen landen”

Tarwe
Greet Maenhout
Greet Maenhout
Greet Maenhout is hoofd Knowledge Management van het Sustainable Resources directoraat van de Europese Commissie. Ze doceert Kernreactortheorie en Nuclear and Radiological Risk Governance aan de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur. Ze begon haar expertise in energie in het domein van nucleaire energie (onder andere nucleaire veiligheid en non-proliferatie). Momenteel is ze betrokken bij het onderzoek naar de impact van uitstoot van verschillende energiebronnen en hoe deze vanuit de ruimte gemonitord kunnen worden.

OPINIE/ Er is maar één weg: alle fossiele brandstoffen afzweren. Als Europa die stap wil zetten, is verregaande en radicale samenwerking tussen de landen nodig. En om dat te realiseren, moet de macht naar zij die het zullen moeten dragen: de jongeren. Daarmee verwoordt professor Greet Maenhout één van de opvattingen die leeft in de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de UGent, gebaseerd op analyse van broeikasgassenuitstoot.

De Europese Unie heeft met de Green Deal de ambitie neergeschreven om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn. Dat vraagt enorme inspanningen van alle lidstaten, waarvoor al heel wat stappen zijn gezet. De meest vervuilende industrie werd vervangen door groenere industrie en de CO₂-uitstoot in Europa is over de laatste decennia meer dan 20% gezakt. Maar dat is niet het volledige plaatje. Globaal bleef de CO₂-uitstoot stijgen tot begin 2020. En het is tekenend dat er in het afgelopen coronajaar een globale emissiereductie van slechts zes procent geschat wordt. In een jaar met lockdowns en volledige sectoren die stilvielen, is zes procent heel mager.

DEBAT

Hoe pakken we de klimaatverandering aan? Naar aanleiding van het internationale klimaatdebat ‘Climate change is real. Now what should we do about it’ op 11 mei 2021, polste durfdenken.be bij enkele UGent’ers naar hun oplossing. Je leest nu het antwoord van Greet Maenhout. Lees ook de opinie van Johan Albrecht en Brent Bleys.

Bij het realiseren van die ambities mogen we niet in de val lopen van een soort ‘bankuittrekselpolitiek’, waarbij we een overzicht krijgen van de binnenlandse activiteitensectoren die het allemaal goed doen, maar zonder dat er vermeld staat wat ergens anders geleend is. We blijven de goedkope goederen importeren uit andere werelddelen waar die geproduceerd worden door een vervuilende industrie die hier verbannen wordt. “Made in China” betekent ook “gemaakt met een energie grotendeels uit kolen opgewekt en op stookolie naar hier gevaren”. We hebben de mond vol van elektrificatie om de uitstoot te verminderen. Maar als we bijvoorbeeld de volledige transportsector nu al elektrificeren, dan leidt dat net tot meer CO₂-uitstoot, in het bijzonder in die landen waar de elektriciteit opgewekt wordt met kolen.

"We blijven de goedkope goederen importeren uit andere werelddelen waar die geproduceerd worden door een vervuilende industrie die hier verbannen wordt."
67-33

We steken ons hoofd in het zand. De oplossingen zijn gedeeltelijke oplossingen, en verschuiven het probleem. De enige juiste weg is een totale verbanning van alles fossiel. Dan hebben we het zowel over brandstof als andere verbruiksgoederen die terug te brengen zijn tot een ‘fossiele’ industrie. Maar dat kan je niet zomaar doen. Het vraagt een grootschalige samenwerking van alle landen.

 

Een vertegenwoordiger van Oostenrijk heeft het probleem eens als volgt geïllustreerd. Er was de sterke wens om de nationale staalindustrie koolstofneutraal te maken, met behulp van waterstof, dat via hernieuwbare energie opgewekt wordt. De hoeveelheid hernieuwbare energie die nodig zou zijn, kon niet worden geleverd door waterkracht, noch door de andere hernieuwbare energiebronnen zoals zon, wind en bio-energie (onvoldoende ruimte). Kernenergie zou de enige optie zijn geweest, maar kreeg politiek geen steun. Een koolstofneutrale staalindustrie was dus geen optie.

 

Het toont de kern van het probleem. Een land alleen kan de omslag niet maken. Wat nodig is, is flexibiliteit met aanvaarding van een “versobering”, of van kernenergie, of van een bepaalde activiteitenruil tussen landen (mede als gevolg van een klimaatsverandering). Waarom zou je blijven water oppompen in Spanje om daar aan landbouw te doen, terwijl het klimaat in Polen er langzaam aan beter voor geworden is? En waarom zou je blijven energie opwekken met kolen in Polen, als je meer mogelijkheden hebt om zonne-energie op te wekken in Spanje? We moeten verschillende activiteitensectoren en verschillende landen samen bekijken, een holistische benadering.

 

Onze handelsrelaties, zowel binnen Europa als daarbuiten, zijn hierbij de sleutel tot die transitie. Een nieuw soort Bevoorradingsagentschap zou kunnen instaan voor een aantal cruciale voorraden (bv. van voedsel, grondstoffen, medicijnen), en zou kunnen adviseren over de interne vervaardiging van sommige producten in Europa.

Een enorme verandering is nodig en de tijd tikt. We gaan niet gevraagd worden of zo’n switch van activiteiten wel mogelijk is. Binnen tien jaar tijd staan we voor voldongen feiten. Het grootste probleem van de klimaatcrisis, is dat een globale verandering al sluipend dichterbij komt, waarvan we nu amper zien hoe ernstig, onomkeerbaar en snel dat gebeurt. De wetenschap doet zijn best om het hele plaatje te bekijken en te visualiseren door zelf-gerapporteerde statistieken en waarnemingen met klimaatmodellen te combineren. Dat was ook de manier waarop voormalig Nobelprijswinnaar Crutzen het ozongat en de dringende noodzaak van actie liet zien. Een post-COVID groen herstel moet in goede banen geleid worden met niet enkel een nauwkeurige opgevolging maar ook de juiste communicatie naar alle generaties toe.

"Het grootste probleem van de klimaatcrisis, is dat een globale verandering al sluipend dichterbij komt, waarvan we nu amper zien hoe ernstig, onomkeerbaar en snel dat gebeurt."
67-33

Terwijl de oudere generatie vasthoudt aan hun levenswijze bij een warmer klimaat, zijn jongeren zich net veel meer bewust van al het moois dat dreigt te verdwijnen, de droogtes die beginnen leiden tot een gevecht om water, de extreme weersomstandigheden die steeds vaker onze infrastructuur en natuur vernieling toebrengen. Die jongere generatie is meer gesensibiliseerd, wil gehoord worden en staat meer open voor de strijd voor het klimaat. Die jongere generatie moet dus voldoende macht krijgen om de nodige beslissingen door te zetten, want zij zullen het moeten dragen.

 

(Foto: tarwevelden in Polen; Jacek Halicki – CC BY-SA 4.0)

DEBAT

Op 11 mei 2021 organiseerde de UGent i.h.k.v. de leerstoel Etienne Vermeersch het internationale klimaatdebat ‘Climate change is real. Now what should we do about it’. Het debat werd live gestreamd vanuit Kunstencentrum Vooruit.

Externe video URL

Lees ook

CO₂ van staalproducent wordt visvoer

Wat heeft de productie van staal te maken met de productie van visvoer? Als het van UGent’ers Myrsini Sakarika en Nele Ameloot afhangt: alles. Zij helpen namelijk CO₂ van staalproducent ArcelorMittal Belgium om te zetten in proteïnen, die op hun beurt kunnen dienen voor visvoer. Baanbrekend onderzoek, al moet er nog een en ander gefinetuned worden: “Vissen zijn nogal veeleisend als het op hun dieet aankomt.”

Myrsini Sakarika en Nele Ameloot
view

Plasticafval sorteren kunnen we, recycleren daarentegen…

Van alle plasticafval dat we momenteel sorteren, recycleren we momenteel te weinig op de juiste manier (of zelfs helemaal niet). UGent-chemicus Sibel Ügdüler ontwikkelt methodes voor kwaliteitsvolle recyclage, die volgens haar de oplossing kunnen zijn voor een ernstig recyclageprobleem. De industrie kijkt geïnteresseerd toe.

Plastic
view

PlastiCity helpt afvalberg in de stad recycleren

Stedelijke ondernemingen worstelen met plasticafval. Het vier landen overkoepelende PlastiCity-project zoekt praktische oplossingen om hun recyclagepercentage de hoogte in te jagen. UGent-ingenieur Gianni Vyncke helpt mee. “Het doel is: plastic recycleren tot duurzame producten voor de stad.”

Plastic
view

Start-up Deliverect van UGent-alumni groeide razendsnel uit tot miljardenbedrijf

Het Gentse bedrijf Deliverect is amper drie jaar na de opstart een ‘unicorn’. Een term die wijst op uitzonderlijkheid, want het is als start-up al meer dan een miljard dollar waard. Timing en ervaring zijn volgens oprichters Jan Hollez en Zhong Xu de geheime sleutels voor hun overdonderende succes. En die ervaring begon aan de UGent.

Deliverect
view