Nieuwe technologieën volgen elkaar razendsnel op. Bedrijven investeren in artificiële intelligentie, automatisering en slimme toepassingen om competitiever te worden. Maar volgens professor Katrien Verleye van de UGent draait digitale transformatie niet alleen om technologie. “De echte uitdaging is: hoe krijg je mensen mee in verandering?”
In het kort
● Digitale transformatie mislukt vaak doordat medewerkers onvoldoende betrokken worden in veranderingstrajecten.
● Samen met haar collega’s van het Center for Service Intelligence-UGent (CSI-UGent, faculteit Economie en Bedrijfskunde) onderzoekt professor Katrien Verleye hoe organisaties innovatie beter kunnen verankeren in hun dagelijkse praktijk.
● Om de mens mee te krijgen ontwikkelde CSI-UGent het Championing-model dat helemaal draait rond samenwerking en betrokkenheid.
Digitale transformatie wordt vaak voorgesteld als een technologisch verhaal. Nieuwe software, artificiële intelligentie en slimme productiesystemen moeten bedrijven efficiënter en competitiever maken. Zeker in de Vlaamse maakindustrie is die druk groot. Stijgende energieprijzen, internationale concurrentie en snelle technologische evoluties dwingen bedrijven om voortdurend te vernieuwen. Daarnaast zetten beleidsmakers groot in om van Vlaanderen een leidende regio in Europa te maken op het vlak van innovatie.
De ambitie is groot, toch zien we dat digitale verandering in de praktijk vaak moeizaam loopt. “Een aantal bronnen suggereren dat ongeveer 70 procent van digitale transformatietrajecten faalt”, aldus Katrien Verleye van UGent. “Dat klinkt dramatisch, maar innovatie verloopt nu eenmaal met vallen en opstaan. De interessante vraag is waarom iets vastloopt en wat organisaties daaruit kunnen leren.”
Katrien Verleye is verbonden aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van UGent en leidt het Center for Service Intelligence. Sinds kort werkt ze ook samen met Flanders Make, het strategisch onderzoekscentrum voor de Vlaamse maakindustrie. Daar groeit het besef dat succesvolle digitalisering meer vraagt dan technologische expertise alleen. “Digitalisering staat voor verandering. Maar veel mensen houden niet altijd van verandering.”
De menselijke factor wordt onderschat
Volgens Katrien Verleye wordt digitale transformatie nog te vaak bekeken als een technisch project, terwijl verandering in essentie altijd over mensen gaat. Haar eigen achtergrond ligt trouwens niet in de ingenieurswetenschappen, maar in de psychologie en pedagogische wetenschappen.
“Ik ben altijd gefascineerd geweest door hoe mensen omgaan met verandering. Technologie komt vandaag ons leven binnen op een manier waar we niet altijd zelf voor kiezen. Dan wordt het interessant om te begrijpen waarom mensen weerstand voelen, waarom sommige veranderingen wel werken en andere niet. Mensen blijven mensen. Ze houden van routines en voorspelbaarheid. Dat geldt even goed in een productiebedrijf als in een dienstverlenende organisatie.”
Wat haar altijd opvalt tijdens samenwerkingen met bedrijven? “Dat organisaties vaak onderschatten hoeveel tijd en betrokkenheid nodig zijn om digitale verandering echt ingang te doen vinden. Terwijl ze door net daarin te investeren vaak het verschil maken.”
Het Championing-model: verandering samen dragen
Die vaststelling vormt de basis van het Championing-model, een methodiek die organisaties helpt om digitale innovatie beter te verankeren in de dagelijkse praktijk. Het model vertrekt vanuit drie fases: co-identify, co-adapt en co-realign. “In essentie draait het model rond samen verandering vormgeven. Niet technologie opleggen van bovenaf, maar begrijpen hoe mensen ermee omgaan.”
In een eerste fase, co-identify, onderzoek je als bedrijf welke mentale modellen medewerkers en leidinggevenden hebben over nieuwe technologie. Welke verwachtingen leven er? Welke bezorgdheden? En vooral: wat betekent die technologie voor de wijze waarop ze hun job uitvoeren? Katrien Verleye: “Je medewerkers kunnen bang zijn dat automatisering hun job bedreigt. Als je die bezorgdheden negeert, ontstaat weerstand.”
Daarom spelen zogenaamde ‘champions’ een belangrijke rol: medewerkers die geloven in innovatie, maar tegelijk goed aanvoelen wat leeft op de werkvloer. En dat zijn niet altijd de leidinggevenden. “Onderzoek toont dat digitale innovatie vaak begint bij individuele medewerkers die zelf beginnen te experimenteren met technologie. Hun enthousiasme werkt aanstekelijk.”
Verandering vraagt tijd en dialoog
Eenmaal in kaart gebracht waar de verwachtingen en bezorgdheden liggen, volgt de tweede fase: co-adapt. Organisaties creëren ruimte om nieuwe manieren van werken mogelijk te maken. Dat vraagt communicatie, opleiding en vooral veel dialoog.
“Mensen willen begrijpen waarom een verandering nodig is”, zegt Verleye. “Niet alleen wat een technologie kan, maar ook waarom ze wordt ingevoerd en wat dat betekent voor hun dagelijkse praktijk.” Volgens haar loopt het daar vaak mis. “Technologie wordt soms voorgesteld als dé oplossing voor alles. Maar innovatie betekent ook experimenteren, en dus aanvaarden dat dingen kunnen mislopen. De snelheid waarmee nieuwe technologieën op ons afkomen is enorm. Daarom is het belangrijk om niet meteen alles groots uit te rollen. Kleine experimenten maken verandering minder bedreigend.”
Leren uit weerstand
De derde fase van het model draait rond feedback en bijsturing. “Als mensen aangeven dat een toepassing extra stress veroorzaakt of niet goed werkt, dan moet daar iets mee gebeuren.”
Volgens haar kunnen net problemen of weerstand organisaties sterker maken. “Digitale innovatie verloopt nooit lineair. Vaak leer je het meest uit wat fout loopt. Tijdens ons onderzoek – waarvoor we samenwerken met bedrijven of organisaties – zien we vaak dat de technologie waarmee je start niet noodzakelijk de oplossing wordt. Door goed te luisteren naar alle betrokkenen ontdek je soms dat een andere aanpak beter werkt.”
Ook de maakindustrie zoekt antwoorden
Binnen Flanders Make groeit intussen de aandacht voor die menselijke kant van innovatie. Het onderzoekscentrum ondersteunt bedrijven uit de Vlaamse maakindustrie bij ontwikkelingen rond productieprocessen, mechatronica en artificiële intelligentie. Via de samenwerking met de UGent komt er nu ook meer focus op organisatiecultuur, gedragsverandering en betrokkenheid van medewerkers.
Volgens Katrien Verleye ligt daar een belangrijke uitdaging voor Vlaamse bedrijven en organisaties. “Ja, we hebben hier sterke technologische expertises. Maar we moeten ook leren omgaan met verandering en met het feit dat innovatie soms mislukt.”
Voor bedrijven betekent dat volgens haar dat digitale innovatie geen exclusieve opdracht meer is van IT-afdelingen of van externe consultants. “Elke organisatie denkt vandaag best goed na over waar ze digitaal wil staan. Maar dat kan alleen als je de mensen betrekt die je organisatie elke dag mee vormgeven.”
Professor Katrien Verleye is verbonden aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van UGent en leidt het Center for Service Intelligence. Haar onderzoek focust op service-innovatie, digitale transformatie en het engageren van mensen in innovatieprocessen voor een gezonde, gedigitaliseerde en circulaire wereld. Binnen Flanders Make werkt ze mee aan onderzoek rond de menselijke component van digitalisering in de Vlaamse maakindustrie.
Lees ook
Hoe bepalend is je eerste job voor de rest van je loopbaan?
Voor de een is de eerste job meteen een schot in de roos en zet die de toon voor een veelbelovende carriere. Anderen hebben meer gemengde gevoelens over hun eerste stappen op de arbeidsmarkt. Maar hoe belangrijk is die eerste job? Belangrijker dan je zou denken, volgens professor arbeidseconomie Stijn Baert.
AI neemt ons werk uit handen, maar ook ons werkplezier?
AI schrijft teksten, genereert code en vat in enkele seconden een stapel informatie samen. Handig, maar wat als de technologie net die delen van ons werk overneemt waaruit we voldoening halen?
Maakt AI ons brein slim of lui?
We vroegen neuroloog Kristl Vonck hoe ze kijkt naar de invloed van AI op onze hersenen. Wat gebeurt er met ons brein wanneer we denkwerk systematisch uitbesteden aan een algoritme?
Zorgen robots ervoor dat er straks geen werk meer is voor iedereen?
We vroegen econoom Amy Van Looy hoe ze kijkt naar de inzet van robots op de werkvloer. Zijn onze jobs in gevaar?