Zorgen robots ervoor dat er straks geen werk meer is voor iedereen?

Amy Van Looy kijkt een collega aan
UGent'ers over AI
Artificiële intelligentie is alomtegenwoordig en lijkt op weg om onze maatschappij voorgoed te veranderen. Hoe denken UGent’ers hier over?

We vroegen econoom Amy Van Looy hoe ze kijkt naar de inzet van robots op de werkvloer. Zijn onze jobs in gevaar? Amy Van Looy schreef dit opiniestuk naar aanleiding van het evenement ARTIFICIËLE INTELLUGENTIE op 4 maart 2026. 

In het nieuws hoor je steeds meer berichten over robotisering, en in het bijzonder de humanoïde robots, ofwel robots met eigenschappen die gelijken op het uiterlijk van een mens.

Robots zijn immers niet meer beperkt tot futuristische sciencefictionfilms. Denk maar aan de dansende robots tijdens het Wereld Economisch Forum in Davos, eerder dit jaar. En kort nadien de parade voor het Chinese Nieuwjaar in Parijs. Humanoïde robots stappen en dansen, terwijl ze zwaaien naar de toeschouwers. Op hetzelfde moment kondigt Elon Musk aan dat hij minder prioriteit zal geven aan Tesla ten voordele van zijn Optimus robot. En hij beweert zelfs dat zijn Optimus robot beter zal worden dan chirurgen en hen zal vervangen. Hij formuleert hierbij dus bedenkingen bij de nood aan een artsenopleiding. Daarom is het interessant om even stil te staan bij wat robots werkelijk kunnen betekenen voor de werkvloer, en of werknemers moeten vrezen voor hun job.

Ik start met het pleiten ten voordele van robots op de werkvloer, omdat we de vele voordelen niet uit het oog mogen verliezen.

  • Eerst en vooral, is het belangrijk om te beseffen dat er heel veel verschillende robotvormen bestaan. Robots kunnen puur software zijn, zoals Siri of chatbots, of ze kunnen eerder lijken op een hardwaremachine die fabriekswerk robotiseert. Daarnaast zijn er ook dienstenrobots, zoals de gekende Pepper. De ene robot is de andere dus niet. Robots kunnen al veel, maar nog niet alles. Bovendien kunnen robots verschillende niveaus van robotintelligentie hebben. Zo hebben sommige robots voornamelijk analytische rekenkracht, terwijl andere robots ook meer cognitieve en sociale vaardigheden hebben. Er zijn ook robots die een mensengezicht overnemen, zoals de gekende Sophia, maar deze blijven voorlopig nog in een experimentele fase of om robots te promoten in de media, en dus nog niet direct ter vervanging van werknemers op de werkvloer.
  • Ten tweede zullen werknemers nodig blijven voor hun menselijke kwaliteiten, namelijk taken waarin robots minder goed zijn. Voorbeelden waarin mensen sterker zijn, gaan over strategiebepaling en situaties kwalitatief beoordelen, probleemoplossend denken door contextbewustzijn mee te nemen, omgaan met variatie, coachen en empathisch denken. Door te beseffen dat er menselijke kwaliteiten zijn die verschillen van robotkwaliteiten, kunnen bedrijven streven naar een meer complementaire mens-robot samenwerking. Zo kunnen robothonden eenvoudig patrouilleren en omgevingsdata verzamelen op moeilijk bereikbare of gevaarlijke plaatsen, waarvan de data later worden gebruikt door bewakings- of onderhoudsmensen.
  • Ten derde, is een robotvervanging ook vaak eerder op taakniveau dan op jobniveau. Robotisering beïnvloedt de algemene werkgelegenheidscijfers eerder in beperkte mate. Het is wel correct om te stellen dat robots taken kunnen overnemen van zowel arbeiders en bedienden als managers. Vooral studentenjobs of startersjobs zullen mogelijks het meest geautomatiseerd kunnen worden omdat deze jobs vaak het meeste routinewerk inhouden, wat wijst op het belang van expertise.
  • Vervolgens kan robotisering ruimte geven aan werknemers om zich meer te specialiseren op hun kerntaken en om een te hoge werkdruk op te vangen, wat kan leiden tot meer werktevredenheid door bijvoorbeeld minder taken te moeten uitvoeren die fysiek zwaar zijn, heel repetitief zijn, of waarbij data worden verzameld via vaste en eenduidige regels. Zo houden werknemers bijvoorbeeld meer tijd over voor probleemdossiers of besluitvorming.
  • Tot slot, past robotisering binnen een natuurlijke evolutie waarbij bedrijven gaandeweg streven naar meer efficiëntie en effectiviteit. Robots laten toe om werkprocessen te herdenken. Net zoals voorgaande industriële revoluties zullen ze job-inhouden veranderen, maar blijven mensen noodzakelijk. Automatisering is niet nieuw, en heeft in het verleden ook gezorgd voor meer welvaart en tijdswinst voor mensen, vaak zelfs met goedkopere producten tot gevolg. Dit alles is ook in het voordeel van de werknemers en de maatschappij in het geheel.

Naast deze positieve aspecten, zijn er echter ook enkele kritische bedenkingen gekoppeld aan robotisering. En deze aspecten vragen om actie.

  • Ten eerste, is er gevaar voor een digitale kloof tussen zij die wel kunnen samenwerken met robots en AI enerzijds, en zij die hiermee problemen ervaren. Daarom moeten we blijven inzetten op inclusie en digitale geletterdheid. In het algemeen scoort België eerder gemiddeld in Europa op het vlak van digitale vaardigheden, dus extra bewustwording en training rond robots en AI blijft noodzakelijk. Digitale inclusie is een grote uitdaging voor de maatschappij, met een gedeelde rol voor het individu, de overheid, het onderwijs, en de bedrijven. Laagdrempelige activiteiten zijn hiervoor nodig, zoals gratis infosessies en demo’s in lokale bibliotheken.
  • Ten tweede, schuilt er gevaar in het tekort aan IT-specialisten. In het algemeen zijn IT-jobs nog knelpuntberoepen en veel bedrijven kunnen hun IT-vacatures niet steeds invullen. Daarom is het belangrijk om te blijven inzetten op STEM-gericht onderwijs, en dit al vanaf de kleuterklas tot in het hoger onderwijs. Zo kunnen niet enkel studenten warm worden gemaakt om te specialiseren in IT, maar wordt er tegelijk ook een grotere groep van jongeren bereikt om hun digitale vaardigheden aan te scherpen. Ik raad scholen aan om te leren over het gebruik van prompts en algoritmes, alsook over het samenwerken met robots, of gewoon al open te staan om te innoveren en te veranderen via levenslang leren. Levenslang leren en durven omscholen blijven dus cruciale aandachtspunten.
  • Vervolgens kunnen robots ook leiden tot frustraties en onzekerheid, bijvoorbeeld wanneer een complementaire samenwerking in het begin minder vlot gaat of wanneer werknemers beseffen dat robots niet perfect of onfeilbaar zijn. Gelukkig is de adoptie van robots niet enkel afhankelijk van de technische mogelijkheden maar ook van andere factoren zoals de kostprijs, de bedrijfsstrategie en de sociale voorkeuren. Enerzijds bieden robots een opportuniteit om werkprocessen te herbekijken, maar anderzijds zijn er ethische garanties nodig. Ik raad bedrijven aan om jobzekerheid te garanderen en de nodige trainingen aan te bieden, of minstens menselijk contact en specialisaties te garanderen. Ik raad bedrijven ook aan om garanties te voorzien dat mensen de eindverantwoordelijkheid dragen, en niet robots. Een voorbeeld is dat mensen in staat blijven om robots te overrulen, indien nodig.
  • Tot slot bestaan er nog veel praktische vragen en bezorgdheden rond het aanleren van menselijke vaardigheden en de rechten van robots. Hiervoor is een ethisch debat wenselijk. Bijvoorbeeld, in welke mate moeten jongeren nog leren om zelf teksten te schrijven en samenvattingen te maken? En wat als robots fouten maken, bijvoorbeeld tijdens een operatie? En wie kan er aansprakelijk worden gesteld als robots fouten maken, bijvoorbeeld tijdens een operatie? De chirurg, de programmeur van de robot, of de werkgever? De oplossing hiervoor is nog minder duidelijk, en zal nog veel discussie uitlokken.

Kortom, de vrees om volledig vervangen te worden door robots is grotendeels overroepen. Je zal als werknemer eerder vervangen worden door een menselijke collega die beter kan samenwerken met robots en AI in het algemeen dan door de technologie zelf.

En om op Elon Musks voorspelling te antwoorden: het blijft nog steeds zinvol om chirurgen op te leiden aan universiteiten. Robots kunnen momenteel al chirurgen helpen om minimaal invasieve operaties uit te voeren met meer precisiewerk en met een sneller herstel voor de patiënten. Maar het contact met de patiënten zal toch best bij de menselijke specialisten blijven. Voor mij alleszins wel. En voor jullie?

In het kort

  • Robotisering kan efficiëntie en specialisatie op de werkvloer verhogen.
  • Maar menselijke kwaliteiten zoals empathie en strategisch denken blijven essentieel.
  • Voor Amy Van Looy lijkt de vrees voor massale werkloosheid overdreven, al zijn er wel ethische en praktische vragen.

Amy Van Looy is hoofddocent aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Haar onderzoeksinteresses omvatten business process management en digitale innovatie. Alvorens te doctoreren, werkte ze als IT-consultant op e-gov projecten. Amy Van Looy heeft verschillende academische en niet-academische prijzen ontvangen, alsook een nominatie in de top-10 voor “Young ICT Lady of the Year 2014” door het magazine DataNews, en een erkenning als Belgisch IT-rolmodel door “InspiringFifty Belgium” in 2020.

Meer lezen over Artificiële Intelligentie

De UGent bruist van de AI-expertise. Duik er mee in en lees nog meer opiniestukken van onze onderzoekers.

Lees ook

Maakt AI ons brein slim of lui?

We vroegen neuroloog Kristl Vonck hoe ze kijkt naar de invloed van AI op onze hersenen. Wat gebeurt er met ons brein wanneer we denkwerk systematisch uitbesteden aan een algoritme?

Kristl Vonck zit in een zaal met stoelen op de achtergrond
weergeven

Het bedrieglijke genius: wat René Descartes ons over AI te vertellen heeft

We vroegen filosoof Ignaas Devisch om na te denken over hoe we moeten omgaan met AI. Hij grijpt terug naar het gedachte-experiment van Descartes.

Ignaas Devisch spreekt publiek toe
weergeven

Wie bepaalt wat AI mag zeggen en wat niet?

We vroegen professor Artificiële Intelligentie Tijl De Bie hoe hij kijkt naar de grenzen die we AI al dan niet moeten opleggen.

Tijl De Bie spreekt de zaal toe
weergeven

Kunnen we onze rechtspraak binnenkort overlaten aan de AI-rechter?

We vroegen jurist Frederik Peeraer wat volgens hem de opportuniteiten, uitdagingen en valkuilen van AI bij rechtspraak zijn. Kunnen we onze rechtspraak binnenkort uitbesteden?

Frederik Peeraer spreekt het publiek toe
weergeven