Wie bepaalt wat AI mag zeggen en wat niet?

Tijl De Bie spreekt de zaal toe
UGent'ers over AI
Artificiële intelligentie is alomtegenwoordig en lijkt op weg om onze maatschappij voorgoed te veranderen. Hoe denken UGent’ers hier over?

We vroegen professor Artificiële Intelligentie Tijl De Bie hoe hij kijkt naar de grenzen die we AI al dan niet moeten opleggen. Tijl De Bie schreef dit opiniestuk naar aanleiding van het evenement ARTIFICIËLE INTELLUGENTIE op 4 maart 2026. 

In 1644 schreef John Milton zijn beroemde Areopagitica speech. Daarin bepleitte hij bij het Engelse parlement de persvrijheid en het recht op vrije meningsuiting.

In zijn speech richtte Milton zijn pijlen op de Ordinance for the Regulating of Printing van een jaar voordien, kortweg de Licensing Order. Met die licensing order institutionaliseerde het Engelse parlement pre-publicatie censuur. Geen enkel boek, pamflet of artikel mocht geprint, gebonden of verkocht worden zonder voorafgaandelijke goedkeuring door de autoriteiten. Op die manier wilde het parlement een antwoord bieden op de informatiechaos die door de drukpers werd mogelijk gemaakt.

Een nobel doel.

Maar Milton dacht daar dus anders over. In zijn speech legde hij uit waarom hij zo'n censuurwet geen effectief middel vond: informatie die niet stichtelijk is, zal zich sowieso verspreiden, mond tot mond en ondergronds, tenzij je elke sociale activiteit zou gaan controleren. Hij argumenteerde dat de Licensing Order ook schadelijk is. De zoektocht naar waarheid verdraagt namelijk geen overheidsmonopolie.

John Milton heeft het zelf niet meer mogen meemaken, maar 50 jaar later werd deze praktijk van pre-publicatiecensuur eindelijk ten grave gedragen. Sindsdien werd over heel de wereld wetgeving aangenomen ter bescherming van de persvrijheid en de vrije meningsuiting.

Op ons continent is dit recht verankerd in Artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: "De vrijheid van meningsuiting en van informatie". Ik herhaal: "En van informatie". Het wordt zelden vermeld, maar het recht om je mening te zeggen is een lege doos wanneer anderen het recht om die mening te horen wordt ontzegd. Van de Europese Unie mag je niet enkel zeggen wat je wil, binnen de grenzen van de wet. Je hebt ook het recht om de diversiteit aan stemmen te kunnen horen.

Voor die vrijheid van informatie is er vandaag goed nieuws: AI belooft een nieuwe democratiseringsgolf van informatietoegang in te luiden. Een golf die ontzaglijk veel hoger is en sneller gaat dan die van de drukpers en de postkoetsen, want bits en bytes bewegen zich met de snelheid van het licht.

Kwalitatieve en objectieve informatie bovendien, zo luidt de belofte! Want de aanbieders van die AI-modellen, doorgaans Amerikaanse en steeds vaker ook Chinese technologiegiganten, sparen kosten noch moeite om hun modellen niet enkel als de snelste, beste en goedkoopste, maar ook als de meest neutrale te kunnen presenteren. Daartoe ontwikkelen ze ingenieuze kunstgrepen om het gedrag van die modellen te aligneren met wat hun beoogde gebruikers, en de regulatoren, vragen. Want dat is de kracht van AI: je kan het naar wens sturen en kneden. Ongewenste biases die erin sluipen via de trainingsdata kan je er chirurgisch uitsnijden, je moet het alleen doen. Probeer dat maar eens met een mens.

Maar doet men dat ook effectief? Zijn de beschikbare modellen wel echt neutraal? En fundamenteler: wat betekent dat zelfs, 'neutraliteit'? Aan de UGent namen we de proef op de som. We bestudeerden de ideologische diversiteit van negentien AI-modellen in zes verschillende talen. Daaruit blijkt dat er best wel wat variatie op zit. Niet alleen tussen de Russische, Chinese, Arabische en westerse modellen, maar ook tussen de Westerse modellen onderling.

Iedereen zijn eigen 'neutraliteit' natuurlijk. Ter illustratie: Musk deelde onze studie op X met als bijschrift: "Imagine an all-powerful woke AI". Als je het aan hem vraagt is Grok dan ook het neutraalste. Mogelijk denkt niet iedereen daar hetzelfde over. De keuze voor een AI-model is dan ook geen louter technische keuze, maar ook een ideologische. En dat roept prangende vragen op. Is de beschikbare keuze wel divers genoeg? Of bevat die keuze al ontoelaatbare excessen?

En zo steekt de morele paniek die Gutenbergs drukpers veroorzaakte vandaag opnieuw de kop op. Dreigt de kracht van AI onze informatieomgeving niet hopeloos te vervuilen, zoals we ooit van de drukpers vreesden? Dreigt AI het publiek debat geen ongezonde richtingen uit te sturen? Regulatoren haasten zich dan ook om de rotvaart van de technologische ontwikkelingen bij te houden en proberen in wetten te gieten wat AI mag zeggen en wat niet. Gezien het enorme bereik van de populaire AI-modellen, gaan ze daarbij veel verder dan onze bestaande wettelijke beperkingen van de expressievrijheid.

Terwijl AI in China de socialistische waarden niet mag loochenen, en terwijl Trump besliste dat de Amerikaanse overheid alleen AI-systemen mag aankopen die 'neutraal' zijn en niet 'woke', pakt Europa het op het eerste zicht subtieler aan. Maar schijn bedriegt soms. De Europese AI Act eist van aanbieders van grote AI-modellen dat ze de zogenaamde 'systemische risico's' ervan in kaart brengen en beperken, voor ze op de markt mogen gebracht worden. Maar de vlag 'systemisch risico' dekt een even vage als grote lading. Onder meer risico's voor de volksgezondheid, de openbare veiligheid, en de maatschappij als geheel vallen eronder. Een handige passe-partout voor de Europese Commissie om een antwoord te bieden op de informatiechaos die AI dreigt te creëren, en om de informatie die ons, het volk, bereikt in goede banen te leiden.

Een nobel doel?

Of zijn John Miltons argumenten tegen de Licensing Order ook hier van toepassing?

Dat er iets moet gebeuren om de opkomst van generatieve AI-modellen in goede banen te leiden, is zonneklaar. De macht van Big Tech over ons publiek debat is vandaag al immens en blijft maar groeien naarmate AI ingang vindt in ons dagelijks leven: in onderwijs, werk, overheid, ontspanning, ons sociaal en misschien zelfs liefdesleven. Dat Europa daar iets wil tegenover stellen is evident, en zelfs noodzakelijk voor onze soevereiniteit. Maar de vraag is of een verregaande licentieplicht en voorafgaandelijke controle van AI-modellen wel de verstandigste oplossing is. Zouden we niet beter maximale vrijheid bieden aan ontwikkelaars van AI-modellen, binnen de bestaande duidelijk gedefinieerde wettelijke begrenzingen, en tegelijk wetten maken om machtige monopolies en oligopolies te doorbreken, zoals we met relatief succes bij de media hebben gedaan? Met andere woorden: zouden we niet beter de markt wat strikter reguleren, en minder de modellen zelf zoals de AI Act doet? Dreigen we anders de vrijheid van informatie niet fataal te ondergraven in een krampachtige poging haar te beschermen?

Misschien is er nood aan een hedendaagse versie van Miltons Areopagitica speech. En een politieke klasse met een razendsnelle vrijheidslievende reflex, want 50 jaar zullen we deze keer niet kunnen wachten.

In het kort

  • AI belooft democratische toegang tot info, maar verschillende modellen zijn ideologisch gekleurd en niet echt neutraal.
  • Verschillende overheden kijken naar regelgeving om de inhoud van generatieve AI-modellen in goede banen te leiden.
  • Volgens Tijl De Bie reguleer je beter monopolies dan meningsuiting.

Tijl De Bie is professor artificiële intelligentie en datawetenschap aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek focust op de fundamenten van machine learning en data-analyse. Hij zoekt uit hoe algoritmen inzichten uit complexe datasets kunnen halen. Die technieken past hij toe in uiteenlopende domeinen, van bio-informatica en media-analyse tot de studie van sociale systemen en de arbeidsmarkt.

Meer lezen over Artificiële Intelligentie

De UGent bruist van de AI-expertise. Duik er mee in en lees nog meer opiniestukken van onze onderzoekers.

Lees ook

Maakt AI ons brein slim of lui?

We vroegen neuroloog Kristl Vonck hoe ze kijkt naar de invloed van AI op onze hersenen. Wat gebeurt er met ons brein wanneer we denkwerk systematisch uitbesteden aan een algoritme?

Kristl Vonck zit in een zaal met stoelen op de achtergrond
weergeven

Zorgen robots ervoor dat er straks geen werk meer is voor iedereen?

We vroegen econoom Amy Van Looy hoe ze kijkt naar de inzet van robots op de werkvloer. Zijn onze jobs in gevaar?

Amy Van Looy kijkt een collega aan
weergeven

Het bedrieglijke genius: wat René Descartes ons over AI te vertellen heeft

We vroegen filosoof Ignaas Devisch om na te denken over hoe we moeten omgaan met AI. Hij grijpt terug naar het gedachte-experiment van Descartes.

Ignaas Devisch spreekt publiek toe
weergeven

Kunnen we onze rechtspraak binnenkort overlaten aan de AI-rechter?

We vroegen jurist Frederik Peeraer wat volgens hem de opportuniteiten, uitdagingen en valkuilen van AI bij rechtspraak zijn. Kunnen we onze rechtspraak binnenkort uitbesteden?

Frederik Peeraer spreekt het publiek toe
weergeven