5 fabels over gezonde voeding ontkracht: “Maximum 1 ei per week? Onzin!”

Blauwe bessen

Over gezonde voeding is het laatste woord nog niet geschreven. Na een loopbaan van meer dan 40 jaar als voedingswetenschapper weet professor André Huyghebaert als geen ander welke misverstanden erover bestaan. Samen met collega Bruno De Meulenaer ontkracht hij de vijf bekendste onwaarheden over gezonde voeding.

1. Mag je echt maar 1 ei per week eten?

Professor André Huyghebaert: “Neen, je mag er zeker meer eten. Deze misvatting is ontstaan omdat eieren veel cholesterol bevatten. Maar intussen is er al meer onderzoek gedaan naar hoe cholesterol in het bloed terechtkomt. Daaruit is gebleken dat een vijftal eieren per week eten daar niet toe bijdraagt.”

 

Bruno De Meulenaer: “Cholesterol komt vooral in ons bloed terecht via verzadigde vetten. Als je een cake met slagroom eet, zijn het niet de eieren die voor veel cholesterol zorgen, maar wel de boter in de cake en het vet in de slagroom.”

“Vroeger was het advies zelfs om de eierdooier weg te gooien en enkel het eiwit op te eten”, herinnert professor Huyghebaert zich. “Stel je eens voor wat een jarenlange verspilling dat was! Men heeft eieren veel onrecht aangedaan door deze misvatting. Eieren zijn een van de meest hoogwaardige voedingsmiddelen die we kennen: ze zitten vol hoogwaardig eiwit, een stof die ons lichaam echt nodig heeft. En je kan ze op zoveel verschillende manieren klaarmaken.”

Ei
33-67

2. Word je dik van aardappelen te eten?

Bruno De Meulenaer: “Neen. Kijk maar naar hoeveel calorieën er in gekookte aardappelen zitten en vergelijk dat met pasta, rijst, of linzen. De gekookte aardappel haalt dan altijd het laagste aantal calorieën.”

Vanwaar die misvatting dan komt? “Aardappelen bevatten relatief veel water. Gekookte aardappelen geven je snel een verzadigd gevoel. Daardoor ga je minder eten. Uiteraard geldt dat niet voor gebakken of gefrituurde aardappelen.” “Aardappelen zijn een heel duurzaam voedingsmiddel. Ze leveren erg veel opbrengst per hectare. Rijst of tarwe hebben een lagere opbrengst.” “Trouwens, het is dankzij de aardappel dat Europa zich in de 18e eeuw heeft kunnen ontwikkelen”, voegt André Huyghebaert toe. “De Europese bevolking is toen op 60 jaar tijd aanzienlijk gegroeid. En dat kon enkel omdat er genoeg voedsel was: aardappelen.”

 

“Zelfs de Landbouwhoogeschool, de voorloper van onze huidige faculteit Bio-ingenieurswetenschappen, dankt haar ontstaan aan de aardappel. In de 19e eeuw was er immers een venijnige aardappelziekte opgedoken. De oogst mislukte met grote hongersnood tot gevolg. De faculteit Geneeskunde kaartte toen aan dat er dringend nood was aan onderzoek naar dergelijke plantenziektes. Het heeft dan uiteindelijk nog tot 1920 geduurd voor de Landbouwhoogeschool effectief de deuren opende, omdat er heel wat verzet was van verschillende instanties. Tegen dan was de aardappelplaag al beter onder controle.”

Aardappel
67-33

3. Superfoods: bestaan ze echt?

Gojibessen, blauwe bessen, veenbessen: als je deze superfoods veel zou eten, zou je nooit ziek worden. Klopt dat? Professor De Meulenaer: “Deze voedingsmiddelen bevatten relatief veel antioxidanten, en dat bleek een criterium te zijn om de titel ‘superfood’ binnen te halen. Ze zijn gezond, als je ze met mate gebruikt. Maar ze zijn net zo gezond als de klassieke groenten, zoals spruitjes of kool. Tomaten bevatten ook zeer veel antioxidanten.”

Broccoli

“Een hele tijd geleden was broccoli dé hype van het moment”, gaat professor Huyghebaert verder. “Maar om er de hoeveelheid antioxidanten uit te halen die echt goed zouden zijn voor je gezondheid, zou je er kilo’s per dag van moeten eten. Dat doet natuurlijk niemand. Toen kwamen er broccoli-extracten op de markt. Maar dat is een foute redenering: in een extract zijn de antioxidanten wel geconcentreerd aanwezig, maar niet de begeleidende stoffen die nodig zijn voor de activiteit. Een lege doos dus.”

33-67

“Dat je veel van deze zogezegde superfoods moet eten, is een fabeltje”, besluit Bruno De Meulenaer. “Zoals ook bij andere voedingsmiddelen, geldt ook hier: niets is supergoed, niets is superslecht. Balanceer.”

4. Boter of margarine?

Professor Huyghebaert: “De vraag of je beter boter of margarine eet, is wellicht de meest voorkomende vraag wanneer ik lezingen en voordrachten geef. Het antwoord is eenvoudig: zowel boter als margarine hebben hun voordelen. Je moet afwegen wat voor jou het beste past.”

 

“Boter is smakelijker dan margarine. Het draagt bij tot de rijkheid van een gerecht. Maar boter bevat verzadigde vetten en is dus niet gezond wanneer je er te veel van eet. Margarine bestaat uit onverzadigde vetten, en is daarom beter voor je gezondheid. Maar als je voor de smaak kiest, is boter interessanter. Denk maar aan gebakken vis: dat zal lekkerder zijn wanneer je boter in de pan doet, dan wanneer je voor margarine kiest.”

 

Hoe wordt margarine eigenlijk gemaakt? “Net zoals boter bestaat margarine uit een combinatie van vet en melk”, verduidelijkt professor De Meulenaer. “Het verschil zit in het soort vet: in boter zijn dat vetten uit melk, bij margarine zijn dat plantaardige vetten zoals palmvet en plantaardige olie.”

Professor Huyghebaert: “Wist je dat margarine al bestaat sinds 1869? Het werd toen ontdekt omdat er een tekort was aan smeervet. Vroeger gebruikte men rundsvet om margarine te maken. Sterker nog, in het oorspronkelijke patent van margarine staat dat je er stukjes fijngemalen uierweefsel moest aan toevoegen. Dat kwam voort uit de opvatting dat je voor deze ‘namaakboter’ ook het natuurlijke proces moest nabootsen dat in de uier plaatsvond.”

Boter
33-67

“Tegenover vroeger is margarine uiteraard sterk vernieuwd. Koelkastsmeerbare margarines hebben nu echt een behoorlijke smaak. Maar de smaak van boter is in margarine nooit geëvenaard.”

5. Zijn rauwe groenten gezonder dan bereide groenten?

André Huyghebaert: “Elk jaar duiken er aan het eind van de winter artikels op met tips om je beter in je vel te voelen als je je een beetje down voelt. Een van de tips is dan steevast om meer rauwe groenten te eten, omdat er veel vitamines en essentiële stoffen in zouden zitten. Dat is een echte fabel. Rauwkost is niet altijd beter dan klaargemaakte groenten.”

“Voor veel groenten geldt zelfs dat je lichaam de voedingsstoffen die erin zitten, beter kan opnemen wanneer ze klaargemaakt zijn”, voegt professor De Meulenaer toe. “Dat is bijvoorbeeld het geval voor tomaten. Of neem nu wortelen: als je die klaarmaakt, verliest het een deel vitamine A. Bij rauwe wortelen is dat niet zo, maar je lichaam kan de vitamine A uit rauwe wortelen moeilijker opnemen. Door wortelen te verwarmen, maak je het weefsel van de groente een beetje stuk. Daardoor komen de voedingsstoffen er beter uit vrij tijdens de vertering.”

Rauwkost
67-33

“Daarnaast zijn er ook een aantal groenten die je absoluut niet rauw mag eten, omdat ze anders toxische stoffen bevatten. Denk maar aan linzen, bonen, erwten en andere peulvruchten”, besluit De Meulenaer.

Voedingswetenschapper: een vak apart

Hoe ervaren de beide onderzoekers hun werk in de voedingswetenschappen? Professor Huyghebaert: “Als je zegt dat je onderzoek doet naar voeding, bevind je je op wetenschappelijk vlak altijd in een moeilijke positie. Iedereen weet er immers iets over. Anderzijds is dat ook net het positieve eraan: iedereen maakt drie keer per dag de keuze: wat eet ik, en is dit wel goed voor mij? Dat spanningsveld tussen het wetenschappelijke en het dagdagelijks praktische heb ik altijd ervaren.”

 

“Ik herinner me dat ik in mijn beginjaren erg veel moeite had om financiers warm te kunnen maken voor onze onderzoeksprojecten. Alsof onderzoekers die zich met erwtjes en boontjes bezighielden, niet aan wetenschap kunnen doen. In wetenschappelijke kringen werd daar erg meewarig over gedaan. Dat is intussen gelukkig verbeterd.”

 

Professor De Meulenaer sluit zich daarbij aan. “Voeding lijkt een zeer banaal product, maar het is soms verrassend hoe weinig we erover weten. We moeten nog altijd zeggen dat we bepaalde zaken niet weten. Voeding kan erg complex zijn.”

101 vragen over voeding

BOEK

Er circuleren veel misvattingen over voeding. Om die de wereld uit te helpen, rijpte het idee om de meest voorkomende vragen te bundelen in een boek. In 101 Vragen over Voeding geven experts André Huyghebaert en Bruno De Meulenaer wetenschappelijk onderbouwde antwoorden op 101 vragen over voeding.

Lees ook

Doping op de Olympische Spelen in Tokio, waarom mag dat niet?

Peter Van Eenoo

Het eeuwige dilemma: in welke rij schuif je het best aan?

Festival

Minerale of chemische zonnecrème: welke gebruik je het best?

Milica Velimirovic

4 tips voor een zomer zonder zweetgeur

Deodorant