Waarom twijfel het fundament is van de wetenschap

GUM
19 oktober 2020 |

“Je pense donc je suis”, die uitspraak van René Descartes kent iedereen. Maar wist je dat de bekende denker daar oorspronkelijk nog iets aan toevoegde? “Je doute donc je pense, je pense donc je suis”, zo zei hij het. “Ik twijfel dus ik ben”, vertaalt het GUM de uitspraak, en het is meteen ook de slogan van het Gentse Universiteitsmuseum.

Je doute donc je suis

Twijfelen en dingen in vraag stellen: dat is wat wetenschappers doen. Het is het uitgangspunt van het GUM. Bezoekers kruipen er in het hoofd van de onderzoeker, en ondervinden zo aan den lijve hoe wetenschap het resultaat is van twijfel en verbeelding.

Waarom is twijfel zo fundamenteel? Onze zintuigen vangen maar een deel van de werkelijkheid op. Wat we zien, voelen of horen, is met andere woorden onvolledig. Bovendien interpreteren onze hersenen alles volgens een bepaald referentiekader en met een bepaalde voorkennis. Ons beeld van de wereld is onbetrouwbaar. We kunnen de wereld alleen maar écht doorgronden als we rekening houden met de mogelijkheid dat we het mis hebben. Voor wetenschappers is het dus essentieel om te twijfelen. Zo ook voor professor Ann Buysse (faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen). Haar onderzoeksteam vertrekt altijd vanuit het idee dat je een theorie moet uitdagen.

GUM

Theorieën zijn tijdelijk

Ann is medehoofd van de onderzoeksgroep Relatie- en Gezinsstudies. Voor haar is twijfel het fundament van de wetenschap. “Heb je iets ontdekt dat wetenschappelijk interessant is? Dan zoek je dingen die dat tegenspreken, niet bevestigen. Alleen zo kan je kennis vergaren en de wereld een stukje beter begrijpen. Daarom is een theorie per definitie tijdelijk. Zelfs als hij al bevestigd is.”

Er valt dus heel wat te leren over de wereld als je de klassieke manieren van denken in vraag stelt. De klassieke theorieën over opvoeden zijn daar een mooi voorbeeld van. Stuk voor stuk vertrekken zij vanuit het standpunt van de ouders. Vandaag bestuderen meer en meer studies de invloed van het kind. Ann: “Volgens klassieke opvoedingsboeken zijn kinderen gehoorzaam als je ze consequent opvoedt. Maar wat als je dat omdraait? Iedereen die kinderen heeft, weet dat zij een gigantische impact hebben op hun ouders. De relatie tussen ouders en kinderen is wederkerig. Waarom zouden wispelturige kinderen dan geen inconsequent opvoedingsgedrag kunnen uitlokken? Stel: je kind vraagt: ‘Mama, mag ik een snoepje?’, jij antwoordt: ‘nee’, je kind zegt: ‘oké’ en daarmee is de kous af. Ja, dan is het wel makkelijk om consequent te zijn. Die impact van kinderen op ouders is jarenlang verwaarloosd.”

Waarom (sommige) vrouwen zagen

Wetenschappers stellen niet alleen de klassieke manieren van denken in vraag, maar ook hun eigen theorieën. Dat maakt onderzoek volgens Ann interessant. “Ik merk dat masterstudenten teleurgesteld zijn als hun resultaten hun theorie niet bevestigen. Dan zeg ik: ‘Dat is net fantastisch! We gaan je hypothese ontkrachten.’ Als je onderzoeksresultaten altijd zouden bevestigen wat je op voorhand wist, dan leer je niets. Interessant is het pas als iets niet helemaal klopt. Dan word je uitgedaagd om verder te zoeken.” Wetenschappelijk onderzoek leidt wel vaker tot verrassende resultaten.

Zo voert het team van Ann veel onderzoek over de verschillen tussen mannen en vrouwen. Ann: “Meestal focussen mensen zich op de verschillen. Vooral in de media is dat duidelijk. Maar hoe zit het eigenlijk met al die gelijkenissen? Die zijn toch minstens even interessant? En die verschillen, zijn dat wel genderverschillen? Of zouden andere maatschappelijke verwachtingen een rol kunnen spelen, of andere kansen? Zo zie je vaak in relaties tussen een man en een vrouw dat vrouwen meer zagen. Wij vonden het interessant om dat te onderzoeken: is dat een genderverschil? Zagen vrouwen meer omdat ze vrouwen zijn? Nee, zo bleek uit ons onderzoek. Het verschil lag eerder aan subtiele machtsverhoudingen in de relatie. Vrouwen zagen meer als ze zich in een ondergeschikte positie bevinden, over dingen die zij willen veranderen in de relatie. Heel typisch is dat wanneer ze willen dat mannen meer helpen in het huishouden. Mannen zagen dan weer over dingen waar zij minder macht over hebben. Dingen die zij graag anders zien in een relatie. Heel typisch zagen zij bijvoorbeeld over meer seks.”

GUM

Onderzoeksmethodes in vraag stellen

Met andere woorden: als je iets vanuit een ander perspectief bekijkt, kan dat nieuwe inzichten opleveren. Als wetenschapper ben je voortdurend op je hoede voor eventuele onjuistheden. “Het is belangrijk”, zegt Ann, “dat je ook de manier waarop je onderzoek voert in vraag durft stellen. Zodra je iets interpreteert, heb je te maken met bepaalde onjuistheden.” Neem nu de manier waarop je meet. In gelijk welke wetenschap moet je dingen meten om te kunnen vergelijken. Ook in de psychologie. Ann: “De keuze van hoe je meet, is een belangrijke stap in een wetenschappelijk proces. Andere manieren van meten kunnen andere resultaten opleveren. Je kan via een vragenlijst meten in welke mate iemand racistisch is, bijvoorbeeld. Dan kies je op voorhand welke items met racisme te maken hebben. Of je meet het racismegehalte via een open interview. Dan kom je misschien andere dingen te weten, maar ga je niet systematisch alle aspecten van racisme bevragen.”

Niet alleen meten vereist bepaalde keuzes, ook bij onderzoek via vergelijking maak je bepaalde vooropgestelde keuzes. Ann: “Ik heb me altijd verzet tegen vergelijkend onderzoek. Waarom? Omdat je bij dat soort onderzoek uitgaat van een prototype waarmee je moet vergelijken. En om dat te bepalen moet je belangrijke ideologische keuzes maken. Veel psychologen bestuderen bijvoorbeeld het verschil tussen kinderen van gescheiden en niet-gescheiden ouders. Hun uitgangspunt is dan ‘is een scheiding nu slecht voor een kind of niet’. Maar als je gezinnen vergelijkt, ga je ervan uit dat er ergens een normaal gelukkig kind bestaat in een normaal gelukkig gezin. Wat doe je met een kind dat twee mama’s heeft, bijvoorbeeld? Kan dat een normaal gelukkig kind zijn? Of een kind met migratieachtergrond? Hoe je als wetenschapper denkt over mensen en over hoe de wereld in elkaar zit, zit onlosmakelijk vast in je wetenschappelijke vraagstellingen. Dat is heel duidelijk in de psychologie, maar is in exacte wetenschappen ook zo.”

Als Ann en haar team onderzoek doen naar kinderen van gescheiden ouders, dan doen ze dat liever met een focusgroep van die kinderen zelf. Ann: “Dat is bijzonder leerrijk. Voor ons, als wetenschapper, maar ook voor de maatschappij. Wat loopt er goed, en wat slecht? En wat kunnen we leren van kinderen die de scheiding van hun ouders goed verwerkten?”

Foto's: Martin Corlazzoli
Twijfel mee in het GUM

Prof. dr. Ann Buysse is decaan van de faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Als onderzoekster heeft ze heel wat ervaring met onderzoeksmethoden. Voor het GUM selecteerde ze de chronoscoop van Hipp. De eerste hoogleraar psychologie aan de Gentse universiteit, Jules Van Biervliet gebruikte het toestel om er de reactiesnelheid van zintuiglijke prikkels mee te meten. Zo probeerde hij de geest in objectieve cijfers uit te drukken. Maar kan je pijn wel uitdrukken in cijfers? En hoe interpreteer je die meetresultaten?

Ook wetenschappers uit andere onderzoeksdisciplines proberen de werkelijkheid te vatten in objectieve cijfers. Benieuwd hoe?

Lees ook

Geweld tegen vrouwen met een beperking is onderschat probleem

Vrouw

"Kinderkanker is niet winstgevend genoeg voor de farma-industrie"

CRIG

Academiejaar 2020-2021: Wel in je vel

Anne zoekt het uit

Studenten helpen in het UZ: “Het is nu dat ze onze hulp nodig hebben”

Julie De Clercq