Doet het Westen ook aan propaganda in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne?

Oekraïne

Wordt jouw perceptie over de oorlog in Oekraïne bepaald door de overheid? Vormt de pers jouw mening over het conflict of gaat het net andersom? Of is er iets anders aan de hand? Twee professoren communicatiewetenschappen aan de UGent bekijken de berichtgeving over de oorlog in Oekraïne en leggen bloot hoe men denkt over oorlog in het Westen.

Propaganda is nog nooit zoveel besproken in de media als tijdens de oorlog in Oekraïne. De Russische propagandamachine is sinds het conflict begon door vrijwel alle Westerse nieuwsbronnen onder handen genomen en het beeld dat men schetst is onthutsend: de bevolking van het grootste land op aarde wordt al jarenlang systematisch om de tuin geleid en gelooft nu en masse dat de Russische invasie geen oorlog is, maar een ‘speciale militaire operatie’ met als functie de ‘denazificatie’ van Oekraïne. Maar is Rusland de enige partij in de oorlog in Oekraïne die aan propaganda doet? Wordt de wol ook over onze ogen getrokken?

Hierarchy of suffering

“Propaganda op de schaal zoals die vandaag verspreid wordt in Rusland is in het Westen gewoonweg niet mogelijk,” zegt professor Sarah Van Leuven met klem. Ze is verbonden aan de vakgroep Communicatiewetenschappen en directeur van het Center for Journalism Studies. “Er bestaat in de meeste westelijke landen een zeer oude traditie van persvrijheid die vastgelegd is in de grondwet en diepgaande bescherming biedt aan journalisten. In België is dat sinds onze stichting in 1830 het geval. Tegelijkertijd wil dat niet zeggen dat het nieuws in landen zoals het onze per se objectief is.”

Sarah Van Leuven
"Propaganda op de schaal zoals die vandaag verspreid wordt in Rusland is in het Westen gewoonweg niet mogelijk. Tegelijkertijd wil dat niet zeggen dat het nieuws in landen zoals het onze per se objectief is.”
professor Sarah Van Leuven
33-67

“Nee, dat klopt,” antwoordt professor Stijn Joye, verbonden aan de vakgroep Communicatiewetenschappen aan de UGent en gespecialiseerd in internationaal nieuws en berichtgeving over rampen. “De berichtgeving in het Westen over conflicten en rampen wordt mede bepaald door de manier waarop nieuwsconsumenten de slachtoffers van die gebeurtenissen indelen in een groep ‘wij’ en een groep ‘zij’, wat zoveel betekent als wie behoort tot mijn gemeenschap en wie is de andere? Dit proces – dat overigens bijna volstrekt onbewust verloopt – bepaalt hoeveel empathie nieuwskijkers voelen voor het lijden van de slachtoffers.

Behoort een slachtoffer tot de groep ‘wij’, dan kan de nieuwsconsument oprechte empathie voelen. Indien dat niet het geval is, is de empathie veel oppervlakkiger of ontbreekt deze zelfs volledig. De berichtgeving zal anders zijn, afhankelijk van die indeling. In de literatuur heet dat de hierarchy of suffering.”

Wij en zij

“Dat is problematisch op vlak van ethiek, maar uit onderzoek naar het gedrag van nieuwsconsumenten blijkt dat we het wel degelijk doen,” zegt professor Joye, “het indelen in ‘wij’ en ‘zij’ gebeurt op basis van geografische en gevoelsmatige nabijheid en wordt bepaald door zeer banale dingen zoals bv. iemand kennen uit de streek waar het conflict gebeurt of er al eens op reis geweest zijn. Ook historische en economische banden tussen de twee landen spelen mee.”

Al deze puzzelstukjes bepalen samen of het volk dat de impact van een oorlog ondergaat behoort tot de ‘wij’ van de mensen die de berichtgeving erover lezen of zien. “Als onze ‘wij’ overlapt met de ‘wij’ van dat volk, dan is er een connectie. Dan krijg je empathie en medeleven,” gaat professor Joye verder, “dat zien we vandaag met de oorlog in Oekraïne, maar in het verleden ook in het kader van andere rampen, zoals bv. de aanslagen in Parijs of 9/11.

Van zodra er echter minder overlapping is van ‘wij’ en ‘zij’, verandert ook de berichtgeving. Dan wordt deze afstandelijker en sensationeler. In het geval van natuurrampen worden in het nieuws veel vaker beelden getoond van een kolkende watermassa, bosbranden of afbrokkelende gebouwen. De mensen die aan het lijden zijn, verdwijnen naar de achtergrond. Denk bv. aan het verschil in verslaggeving over de overstromingen in België en Duitsland in 2021 en de even grootschalige overstromingen in de provincie Henan in China rond dezelfde tijd. Hoewel er bij het tweede voorbeeld meer dan 300 slachtoffers vielen, zullen de meesten in het Westen die ramp al vergeten zijn.”

Racisme en beeldvorming

Dit klinkt als een schokkende vaststelling over de menselijke aard. We zijn blijkbaar zeer selectief in met wie we ons verbonden genoeg voelen om mededogen te hebben. “Ik had het daar laatst over in een van mijn lessen,” zegt professor Van Leuven, “een studente met een migratieachtergrond maakte de opmerking dat de berichtgeving rond Oekraïne voor haar nogal moeilijk te verteren was omdat het verschil tussen de beeldvorming over zwarte Afrikaanse vluchtelingen en witte vluchtelingen zo groot was. Die laatsten worden veel warmer onthaald. De focus ligt op de vrouwen en de kinderen in plaats van op de schijnbare bedreiging die uitgaat van mannelijke vluchtelingen.

Het politieke discours over de kwestie is ook anders. In berichtgeving over vluchtelingen- en migratiestromen uit Afrika en het Midden-Oosten huist een permanente bedreiging; het wordt in de eerste plaats als een probleem ervaren. In het geval van Oekraïne, echter, benadrukt men de tijdelijkheid van de situatie: men spreekt over tijdelijke hulp en tijdelijke opvang. In tegenstelling tot het gevoel van dreiging die uitgaat van de zwarte Afrikaanse vluchteling, framet men de witte vluchtelingenstroom uit Oekraïne uitdrukkelijk op een manier die suggereert dat zij hier maar kort gaan zijn en er niets zal veranderen aan de manier waarop wij in België leven.

Zelfs in de communicatie van partijen zoals de N-VA merk je die shift, terwijl dat een partij is die normaal gezien een conservatief standpunt inneemt ten opzichte van migratie en vluchtelingenhulp. Maar in deze crisis benadrukken ook zij de noodzaak voor een tijdelijke oplossing.”

“We moeten er niet omheen draaien,” merkt professor Joye fijntjes op, “huidskleur en etniciteit zijn bepalende factoren in het afgrenzen van het ‘wij’ en het ‘zij’ en het ons kunnen identificeren met die andere personen. Hoewel veel vluchtelingen uit conflicten in Afrika dezelfde wantoestanden ontvlucht zijn als Oekraïense vluchtelingen, zal de berichtgeving doorgaans afstandelijker zijn en minder focussen op menselijk leed.”

Oekraïne
67-33

Patroon in berichtgeving over rampen en oorlog

Uitzonderlijk in dit conflict is dat zelfs traditionele anti-immigratieregeringen zoals die in Polen en Hongarije, net als de hierboven vermelde conservatieve partijen, zich nu zeer open opstellen ten aanzien van de vluchtelingenstroom uit Oekraïne. Wil dit dan niets zeggen? Professor Van Leuven nuanceert: “Dat is het gevolg van die culturele proximiteit. Oekraïners zijn mensen met wie wij ons makkelijker lijken te kunnen identificeren. Maar de impact zal gaandeweg zo groot worden dat er onvermijdelijk een kantelpunt zit aan te komen. Mensen gaan zich beginnen afvragen wat de gevolgen zijn voor hun welvaart.”

Professor Joye vult aan: “eens de energieprijzen boven een bepaald niveau stijgen dat onaanvaardbaar is voor de bevolking, zal je zien dat het medeleven en de openheid minderen. De hoeveelheid giften zal krimpen, de berichtgeving zal kantelen en pessimistischer worden door meer te focussen op de negatieve invloed van de oorlog op inwoners van België. Dat kan allemaal zeer plots omdraaien als het conflict langer duurt. Journalisten zijn zich daar bewust van.

Want, net als bij berichtgeving over rampen, bestaat er bij berichtgeving over oorlog een duidelijk patroon: in het begin is er enorm veel media-aandacht, waarbij er zeer veel onduidelijkheden zijn en zeer veel geruchten. Er is verwondering en medeleven. In een tweede fase merken we dat er verder wordt gekeken en gezocht wordt naar verantwoordelijken. In die fase ziet men dat de negatieve aspecten duidelijker naar de voorgrond komen. Tijdens dat proces verzwakt ook de aandachtscurve van het publiek. In die context schatten journalisten dus continu in of ze nog over hetzelfde kunnen en gaan berichten.”

Beelden zijn cruciaal voor het sentiment

President Zelenski vecht dus eigenlijk tegen de klok. In die context valt op hoe meesterlijk de Oekraïners de beschikbare informatie aanwenden om de internationale focus op hun strijd te houden. “Het Oekraïense regime heeft sterk de controle over de beelden die uiteindelijk onder de aandacht komen, aangezien zij de enigen ter plekke zijn,” vertelt professor Van Leuven daarover. “Daarnaast zijn er momenteel ook maar weinig internationale journalisten actief in Oekraïne die toegang hebben tot de gebieden waar het conflict zich afspeelt. De meeste verslaggevers ter plaatse werken vanuit de veilige zones. Dan zie je ze het nieuwsanker toespreken vanop het balkon in hun hotel met een plein in de achtergrond. Zo maken ze duidelijk dat ze toegang hebben tot informatie, maar dat het te gevaarlijk is om dichter bij de conflictgebieden te komen.

Dit is een troef voor de Oekraïense overheid. Zij laten de beelden zien van scholen en materniteiten die gebombardeerd worden, want daar wordt de kijker kwaad van, maar evengoed aangrijpende beelden zoals Oekraïense soldaten die Russische gevangenen helpen naar hun moeder te bellen. Uit dat laatste blijkt humaniteit en medeleven voor je opponent in een conflict. Men toont dat men geen beest is.”

"Eens de energieprijzen boven een bepaald niveau stijgen dat onaanvaardbaar is voor de bevolking, zal je zien dat het medeleven en de openheid minderen. Dat kan allemaal zeer plots omdraaien als het conflict langer duurt."
Professor Stijn Joye
Stijn Joye
67-33

Nood aan een kritische geest

De berichtgeving in het Westen over de oorlog tussen Rusland en Oekraïne is dus zeker niet objectief. Ze is afhankelijk van journalisten die in zeer moeilijke situaties moeten werken. De informatie komt bijna uitsluitend van een regime dat vecht voor haar leven en er dus alle belang bij heeft om sympathie op te wekken met de beelden die uit het conflictgebied naar buiten komen. Aan de andere kant is de Westerse nieuwsconsument bijzonder wispelturig. Hij voelt empathie voor het ‘wij’ en niet voor het ‘zij’, maar maakt dat onderscheid op basis van banaliteiten, onbewust racisme en een perceptie van nabijheid, in de meest brede zin van het woord.

Het beeld dat men heeft van oorlog wordt in het Westen dus niet gevormd door propaganda – dat niet. Maar het stelt de nood naar een kritische geest wel op scherp: een die er niet voor terugdeinst niet enkel het nieuws, maar ook zichzelf onder de loep te nemen.

Lees ook

Wat Poetin net niet wou: hij maakt van Oekraïne een verenigd land

Aleksey Yudin

Mensonwaardige situaties en gruwelijke taferelen, maar de oorlog in Oekraïne creëert ook een onverwachts effect dat ook de Russische president Poetin niet kon voorspellen. “Oekraïne was een kunstmatig land volgens Poetin. Hij heeft er eigenhandig voor gezorgd dat de Oekraïense identiteit sterk afgelijnd is. En die is nu echt anti-Russisch”, legt UGent-professor Aleksey Yudin, zelf met Oekraïense roots, uit.

Lees verder

Lees ook

Oekraïense vluchteling verzorgt bijenkolonies aan de UGent

Olexiy Lyamtsev is aan het werk bij de faculteit Wetenschappen. Hij verzorgt daar de bijenkolonies van Honeybee Valley, een onderzoeksgroep geleid door professor Dirk de Graaf die focust op de dalende bijenpopulatie in het wild. Ook inventariseert hij de museumcollectie van de Eva Crane Trust, een kenniscentrum voor imkerij.

Olexiy Lyamtsev
view

Wat Poetin net niet wou: hij maakt van Oekraïne een verenigd land

Mensonwaardige situaties en gruwelijke taferelen, maar de oorlog in Oekraïne creëert ook een onverwachts effect dat ook de Russische president Poetin niet kon voorspellen. “Oekraïne was een kunstmatig land volgens Poetin. Hij heeft er eigenhandig voor gezorgd dat de Oekraïense identiteit sterk afgelijnd is. En die is nu echt anti-Russisch”, legt UGent-professor Aleksey Yudin, zelf met Oekraïense roots, uit.

Aleksey Yudin
view