Data zijn de reddingsboei bij wateroverlast

Regen

Door de klimaatverandering moeten we steeds meer rekening houden met zware regenval. En de daarmee gepaard gaande wateroverlast. Nochtans zijn er data genoeg om zowel toekomstige overstromingen te voorspellen als mogelijke schade te berekenen. Alleen wil het beleid niet altijd volgen.

Meer dan veertig doden, honderden huizen compleet verwoest en een torenhoog menselijk leed. De overstromingen in Wallonië van afgelopen juli zorgden voor ongeziene taferelen. En in de donkere wintermaanden staat het water in sommige regio’s weer alarmerend hoog. Het besef dat we de komende jaren meer rekening moeten houden met mogelijke wateroverlast sijpelt stilaan door. Dat is nochtans geen nieuws voor wetenschappers.

Een van hen is Lisa Landuyt. Ze lanceerde in samenwerking met VITO en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) TerraFlood, een tool voor overheden die risicogebieden in kaart brengt en ingezet kan worden bij de eerste hulp. “Via TerraFlood kun je overstromingskaarten van 2015 tot nu bekijken per regio”, vertelt ze.

“Op de kaarten zie je snel waar het water hoog staat en waar dringende hulp nodig is”, legt Landuyt uit. “Omdat we werken met speciale satellietbeelden, zijn we niet afhankelijk van wolken en andere weersomstandigheden om een goede weergave van de situatie te hebben.”

Gevoelige gebieden

Het kan natuurlijk niet overal evenveel kwaad als er eens te veel water uit de hemel valt. Veel hangt af van wat de risico’s op schade zijn. “Waar veel huizen staan, is er uiteraard meer kans op schade”, legt UGent-onderzoekster Hanne Glas uit. Zij ontwikkelde een tool die de risico’s voorspelt.

“Ik probeer op wereldschaal in kaart te brengen waar de grootste risicogebieden zijn. In onze contreien is dat niet moeilijk”, vertelt Glas. “In België, maar ook in onze buurlanden, wordt goed bijgehouden waar er huizen en gebouwen staan en waar open weiland ligt. Dat maakt het voorspellen van de risico’s makkelijker.”

Water stopt niet aan grenzen

De data zijn er dus wel, maar dat wil niet zeggen dat er rekening mee wordt gehouden. “Er is veel informatie voorhanden, maar ik heb het gevoel dat die niet altijd bij de juiste personen belandt”, voegt Hanne Glas daaraan toe. “Volgens mij komt dat omdat de informatie niet genoeg doorstroomt tussen de mensen op het terrein en de overheden. Tijdens de overstromingen van afgelopen zomer in Wallonië en Limburg bleek dat daar ruis op de lijn zat.”

Dat komt volgens de onderzoekster deels omdat waterbeheer een regionale bevoegdheid is. “Water stopt niet op de grenzen tussen regio’s. Als de Maas in Wallonië volloopt, heeft dat uiteraard tot in Limburg gevolgen.”

Ruimtelijke planning herdenken

Maar er zijn ook lichtpunten. “De impact van de overstromingen is wel duidelijk te merken in het huidige beleid, vindt de wetenschapper. “Je merkt dat er steeds meer bouwaanvragen worden afgekeurd van projecten die in overstromingsgevoelige gebieden liggen. Dat soort beslissingen hebben we de laatste jaren te weinig gezien, terwijl er tools als de onze bestaan die de risico’s duidelijk weergeven.”

Onze ruimtelijke planning herdenken is dus een must. “Er is in het verleden veel gebouwd in overstromingsgevoelig gebied, waar we vandaag de gevolgen van dragen”, legt Lisa Landuyt uit. “We moeten rivieren de kans geven om te overstromen. Ondertussen leggen we dan wel natuurgebieden aan waar dat kan, maar dat is niet altijd voldoende. Dat is ook deze zomer gebleken.”

Wat is dan wel de oplossing? “Op termijn keren we beter terug naar een compactere ruimtelijke ordening met meer open ruimtes en stads- of dorpskernen waar we samen wonen. Dat ligt natuurlijk moeilijk, want eens je ergens een huis hebt gebouwd, kan je het moeilijk gewoon weer afbreken. Maar in de toekomst zullen we misschien geen andere keuze hebben.”

Dichtbevolkte kustgebieden

België is natuurlijk niet het enige land dat worstelt met overstromingen. “Het is een wereldwijd probleem. Alleen hebben we in onze regio wel de middelen om de nodige data te verzamelen die veel menselijk leed kunnen vermijden. In gebieden waar overstromingen het hardst toeslaan, hebben ze die middelen vaak niet”, zegt Hanne Glas. “Mijn onderzoek focust dan ook op de SIDS, Small Island Developing States. Het zijn laaggelegen, dichtbevolkte kustgebieden met een extreem hoge kwetsbaarheid voor natuurrampen. Daar is meer onderzoek én aandacht voor nodig.”

Lisa Landuyt behaalde haar doctoraat over het optimaliseren van overstromingskartering om voorspellingsmodellen van overstromingen te verbeteren in 2021. Nu werkt ze bij VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek), waar ze zich nog meer verdiept in beeldverwerking.

Hanne Glas werkte haar doctoraat in 2021 af. Zij focuste op een risicobeoordelingsmethode voor overstromingen, specifiek in ‘small island developing states’. In haar postdoctoraat werkt ze haar onderzoek verder uit tot een tool.

Lees ook

Klimaattoren in Congo dicht een groot gat in onze kennis

Diep in het Congolese regenwoud staat een toren van 57 meter hoog die moet helpen in de studie van de klimaatverandering. De UGent-klimaattoren meet sinds oktober 2020 hoeveel CO2 het tropische bos opslaat en hoeveel water het verdampt. “Op die plek is hij uniek”, vertelt professor Pascal Boeckx.

Klimaattoren
view

De klimaatconferentie: een zaak voor politici of wetenschappers?

In Glasgow vindt van 31 oktober tot 12 november de 26ste klimaatconferentie plaats. Twaalf dagen lang buigen 196 landen zich er - opnieuw - over de klimaatverandering en hoe we die moeten aanpakken. Hoe eenduidig zijn wetenschappers over de klimaatzaak? En in hoeverre houdt de politieke agenda rekening met klimaatwetenschap?

Betoging
view

De impact van klimaatverandering begrijpen? Meten, meten en nog meer meten!

“De klimaatverandering is een globaal probleem. Maar als je de impact ervan echt wil kennen, moet je lokale data hebben.” Dat zeggen meteoroloog Steven Caluwaerts en bio-ingenieur Pieter De Frenne. Ze doen beiden onderzoek naar microklimaat, zij het met een ander vertrekpunt. “Eigenlijk zijn we heel complementair bezig. We zouden vaker moeten afspreken!”

Weerstation
view

“Een duurzamer Europa vraagt verschuiving van activiteiten tussen landen”

Er is maar één weg: alle fossiele brandstoffen afzweren. Als Europa die stap wil zetten, is verregaande en radicale samenwerking tussen de landen nodig. Die gaat zo ver dat ze hele activiteitensectoren onderling moeten ‘ruilen’, rekening houdende met de natuurlijke condities in de landen. Daarmee verwoordt professor Greet Maenhout één van de opvattingen die leeft in de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de UGent, gebaseerd op analyse van broeikasgassenuitstoot. En om dat te realiseren, moet de macht naar zij die het zullen moeten dragen: de jongeren.

Tarwe
view