Welkom in het designatelier van de toekomst

Circulair 1

De designwereld staat voor een revolutie: allerlei recycleerbare en biomaterialen maken hun intrede om minder duurzame materialen als plastic van de troon te stoten. Denk aan stoelen uit kurk, urnen uit mycelium of verlichtingsarmaturen van gemaaid gras. 

Op Campus Kortrijk (faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur) gaan de studenten industriële wetenschappen: Industrieel Ontwerpen nu al volop aan de slag met deze materialen van de toekomst. En tussendoor werken ze in het derde jaar mee aan een superinteressant project, ‘Prototyping circulair’. Ze denken mee na over een circulaire aanpak om prototypes te maken. Door te werken met recycleerbare of biomaterialen, die ze soms zelfs kweken! Die circulaire mindset proberen de studenten mee door te trekken in de hele opleiding, door proffen te overtuigen om in de les aandacht te besteden aan materialen waarmee ze in het atelier experimenteren. 

Circulair ontwerpen daagt studenten dus op heel veel verschillende manieren uit. Ze doen dat niet alleen, maar worden daarbij geholpen door professor Francesca Ostuzzi en wetenschappelijk medewerkster Louise Dumon. Ze zijn heel erg trots op de weg die hun studenten de voorbije jaren al hebben afgelegd. 

Sommige studenten raakten zelfs zo begeesterd door duurzaam productdesign, dat enkele van hun ontwerpen binnenkort zelfs op de markt komen! En laat dat de droom zijn van Francesca en Louise: een nieuwe generatie designers klaarstomen die met de materialen van de toekomst aan een duurzame wereld werken. 

Wat is dat eigenlijk, prototypes maken?

Francesca: “Een prototype is een manier om je ontwerp tot leven te brengen. De studenten ontwerpen zaken die nog niet bestaan, via een prototype krijgen die een tastbare vorm. Voor  een product bij de klant beland, worden heel wat zaken getest aan de hand van eerste versies of prototypes. Hoe gebruikers omgaan met het product, de materialenuitvoering, de nodige verpakking, er wordt getest hoe sterk het is, … Zo zien ze direct of het lukt om wat ze in hun hoofd hebben concreet te maken. Maar jammer genoeg worden prototypes vaak met vervuilende materialen gemaakt. En dat is erg, want meestal gaan die prototypes maar enkele weken mee. Studenten maken per semester snel tientallen prototypes, erg duurzaam waren we niet bezig. Dat moest anders.”

Met welke materialen gaan de studenten aan de slag?

Louise: “Heel tof voor studenten is de bio-circulaire maakplaats, waar studenten zelf materialen voor prototypes kweken. De grow-it-yourself materialen zijn vooral mycelium - de schimmeldraden van zwammen - en kombucha. Deze materialen kunnen ze niet gewoon uit de kast nemen, de groei duurt weken en dus gaat het ontwerpproces trager. Maar ook bedachtzamer. Willen ze niet zo lang wachten, dan kunnen ze ook werken met andere bio-based en bio-composteerbare materialen zoals materiaal gemaakt van de houtresten uit het atelier of 3D-prints van eierschalen. Naargelang de kwaliteiten die hun product moet hebben, kunnen ze zelfs materialen combineren. Met wat houtsnippers erbij kom je sneller tot een harder materiaal, bijvoorbeeld.”
 

Circulair 5

Kunnen deze nieuwe biomaterialen de klassieke materialen vervangen?

Francesca: “De nieuwe biomaterialen beantwoorden niet aan alle criteria: ze zijn niet per se mooi, of hard, sterk of lang houdbaar. Dat betekent dat ze de klassieke materialen niet zomaar kunnen vervangen. Maar is die imperfectie een probleem? Door het feit dat ze rekening moeten houden met de ‘imperfecte’ eigenschappen van de materialen, moeten ze ook nadenken voor welke producten de materialen het meest geschikt zijn. Dat is een uitdaging voor onze studenten, die opgegroeid zijn met het idee dat ze altijd de beste materialen moeten kiezen voor hun producten.”

Lukt dat makkelijk voor studenten om zo out-of-the-box te denken?

Francesca: “Voor sommigen is het best lastig om hun vaste verwachtingen los te laten. Wij dagen hen uit om creatiever te zijn: om anders te kijken en zo alternatieve toepassingen te bedenken. Die fantasie proberen we zo veel mogelijk te prikkelen.”
Louise: “Sommige studenten komen helemaal tot bloei in onze bio-circulaire maakplaats en hebben echt veel plezier tijdens hun zoektocht. Dat maakt het ook voor ons een geweldige ervaring.”

We willen een nieuwe generatie designers klaarstomen die met de materialen van de toekomst aan een duurzame wereld werken.
Francesca Ostuzzi en Louise Dumon

Hoe vrij laten jullie de studenten?

Louise: “We laten ze natuurlijk niet aan hun lot over, maar staan altijd klaar in het atelier. Ze moeten het ook niet in hun eentje uitpluizen, we laten ze in team rond een materiaal werken. Dit jaar hebben ze bijvoorbeeld de keuze uit vier biomaterialen en we leggen elk team een einddoel op waar ze naartoe werken in het atelier. Bijvoorbeeld: kan je mallen uit siliconen vervangen door mallen uit koffiegruis?”

Francesca: “Eerst moeten ze hun biomateriaal begrijpen om erachter te komen hoe ze ermee aan de slag kunnen gaan. Pas als dat inzicht er is, kunnen ze een prototype maken. Dat leer- en experimenteerproces is heel belangrijk en daarom delen de teams hun vorderingen op onze Instagrampagina, organiseren ze workshops voor studenten en docenten, … Om stap voor stap erachter te komen hoe het beter kan.”

Wat zijn de grootste uitdagingen voor studenten?

Francesca: “Ik zie drie vooral praktische uitdagingen. De eerste is dat biomaterialen anders in elkaar zitten dan verwacht. Ze moeten zelf nog veel ontdekken en durven experimenteren. En zeker niet bang zijn dat ze iets verkeerd doen. Sowieso gaan er experimenten mislukken, dat kan ook bijna niet anders. Een tweede uitdaging is timing: in plaats van met een kant-en-klaar materiaal hun prototypes te maken, moeten ze het eerst zelf laten groeien. Ze moeten daar dus rekening mee houden bij hun planning en organisatie. Een andere uitdaging is dat studenten soms zelf niet meteen de mogelijkheden van het materiaal kunnen inschatten. Door hun creativiteit te stimuleren proberen we hun ogen te openen.”

Circulair 7

Het project loopt al een paar jaar: heb je een paar voorbeelden van projecten van studenten die bijblijven?

Francesca: “Vorig jaar ontwikkelde een student een schuimmateriaal… uit broodresten. Hij was erachter gekomen dat bakkerijen veel broodafval hebben dat wordt weggegooid. Hij ontwikkelde een formule om van dit brood een schuimmateriaal te maken dat erg geschikt is voor vormstudies.” Louise: “Zijn broodschuim is een ecologisch alternatief voor het chemische PU-schuim dat we vandaag gebruiken in het atelier.” 

Francesca: “Een oud-student wil urnen uit mycelium op de markt brengen, die helemaal composteerbaar zijn. Ze passen perfect binnen de trend van natuurlijke begraafplaatsen. Zijn concept wordt dus een echt product, daar zijn we enorm trots op."

Zin om zelf aan de slag te gaan met kombucha of mycelium?

Lees ook

CO₂ van staalproducent wordt visvoer

Wat heeft de productie van staal te maken met de productie van visvoer? Als het van UGent’ers Myrsini Sakarika en Nele Ameloot afhangt: alles. Zij helpen namelijk CO₂ van staalproducent ArcelorMittal Belgium om te zetten in proteïnen, die op hun beurt kunnen dienen voor visvoer. Baanbrekend onderzoek, al moet er nog een en ander gefinetuned worden: “Vissen zijn nogal veeleisend als het op hun dieet aankomt.”

Myrsini Sakarika en Nele Ameloot
view

Plasticafval sorteren kunnen we, recycleren daarentegen…

Van alle plasticafval dat we momenteel sorteren, recycleren we momenteel te weinig op de juiste manier (of zelfs helemaal niet). UGent-chemicus Sibel Ügdüler ontwikkelt methodes voor kwaliteitsvolle recyclage, die volgens haar de oplossing kunnen zijn voor een ernstig recyclageprobleem. De industrie kijkt geïnteresseerd toe.

Plastic
view

PlastiCity helpt afvalberg in de stad recycleren

Stedelijke ondernemingen worstelen met plasticafval. Het vier landen overkoepelende PlastiCity-project zoekt praktische oplossingen om hun recyclagepercentage de hoogte in te jagen. UGent-ingenieur Gianni Vyncke helpt mee. “Het doel is: plastic recycleren tot duurzame producten voor de stad.”

Plastic
view

UGent zet in op circulair waterbeleid met proefproject helofytenfilters

De UGent verbruikt jaarlijks ongeveer 260 000 m³ water, waarvan momenteel 92% hoogkwalitatief leidingwater is. Daar moet verandering in komen en dat doen de UGent door middel van een circulair waterbeleid – en een breuk met traditionele techniek. Daarom staat er aan de Site Heymans sinds 12 mei 2021 een waterfiltratie-installatie die werkt op basis van moerasplanten en -bacteriën: een zogenaamde helofytenfilter.

Tom Ceriez knielt bij de helofytenfilter
view