Planten veren op… met kippenpluimen

chicken

Kippenveren zitten boordevol nuttige stoffen. UGent-onderzoekers vonden samen met de Oost-Vlaamse start-up STAMAGRO een manier om er een product van te maken dat planten beter doet groeien. Dat zorgt voor minder stikstof en CO₂, want de planten hebben minder meststoffen nodig. En de pluimen, die anders bij het afval belanden, worden hergebruikt. Win-win!

40.000 ton kippenpluimen: een onvoorstelbaar volume. Dat belandt elk jaar bij het afval van de Vlaamse slachthuizen. Maar niet lang meer. Kippenveren zitten namelijk bomvol nuttige eiwitten. Daarvan kan je diervoeder of meststoffen maken, en sinds kort ook producten die zorgen voor sterkere planten: biostimulanten.

Biostimulanten, nog nooit van gehoord. Wat is dit precies?

“Een biostimulant is een product of een micro-organisme van natuurlijke oorsprong dat planten beter laat groeien en sterker maakt. Zoals meststoffen, maar dan anders”, legt professor Kris Audenaert uit, plantenonderzoeker bij de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen.

“Biostimulanten zorgen ervoor dat planten voedingsstoffen beter kunnen opnemen, of dat planten weerbaarder worden en zich beter kunnen verdedigen tegen extreme weersomstandigheden zoals droogte of langdurige hitte. De laatste jaren wordt dat ook in ons Belgische klimaat steeds belangrijker. Biostimulanten hebben één groot voordeel: je hebt er maar weinig van nodig om toch een effect te zien.”

“Dankzij de biostimulant op basis van kippenpluimen hebben gewassen minder meststoffen nodig. Daardoor zorgt het product voor een enorme CO₂-reductie. Een bijkomend voordeel: het product is betaalbaar. Voor gewassen met weinig winstmarge, zoals tarwe, is dit dan ook erg interessant.”

Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Waarom gebruikt dan nog niet iedereen dit product?

“Biostimulanten zijn relatief nieuw: de eerste wetenschappelijke publicaties erover dateren uit de jaren ‘90”, verduidelijkt Kris. “Jammer genoeg werden ze toen al te vaak opgevat als wondermiddeltjes die allerlei problemen tegelijk zouden kunnen bestrijden, waardoor veel landbouwers er sindsdien sceptisch tegenover staan. Ondertussen is de technologie al sterk geëvolueerd en worden meer en meer biostimulanten ontwikkeld voor meer specifieke toepassingen. Denk maar aan producten die je gericht kan inzetten om ervoor te zorgen dat planten voedingsstoffen beter kunnen opnemen, of beter tegen droogte kunnen. Ze hebben hun nut echt wel al bewezen.”

“Het kan wel nog even duren om het vertrouwen van de landbouwers terug te winnen, vooral omdat zij nog steeds kunnen terugvallen op klassieke meststoffen en chemische interventies. Toch is de tegenbeweging stilaan ingezet: de steeds strengere Europese regelgeving rond meststoffen en gewasbescherming functioneert intussen als hefboom om de biostimulantenmarkt te laten groeien. Met verwachte groeipercentages van 10% is dat effect al duidelijk voelbaar.”

"Dankzij de biostimulant op basis van kippenpluimen hebben gewassen minder meststoffen nodig. Dat zorgt voor een enorme CO2-reductie. Een bijkomend voordeel: het is betaalbaar."
professor Kris Audenaert, plantenonderzoeker bij de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen
67-33

Hoe maak je van veren een biostimulant?

“De kippenveren krijgen verschillende behandelingen”, legt professor Katleen Raes uit. Zij specialiseert zich in processen die te maken hebben met voeding en de reststromen die daarbij ontstaan. “De veren gaan eerst in een warm bad en worden onder hoge druk afgebroken tot kortere stukjes: een hydrolysebehandeling. In een tweede stap zetten we enzymes aan het werk die ervoor zorgen dat deze kortere stukjes worden afgebroken tot de eenvoudigste bouwstenen van eiwitten, de aminozuren. Deze aminozuren zijn de actieve bestanddelen van biostimulanten, omdat elk van hen vaak een specifieke rol heeft in planten.”

Het Oost-Vlaamse bedrijf STAMAGRO klopte bij professor Raes aan om hun biostimulantentechnologie rond kippenveren te optimaliseren. Het resultaat hiervan is al op de markt onder de naam Aphasol. Samen met de UGent zal het bedrijf het product nog verder verbeteren.

Blijft er daarna nog afval over?

“Ja, maar ook dat zetten we om naar stoffen die we opnieuw kunnen gebruiken”, vertelt professor Erik Meers. In de wereld van deze UGent-onderzoeker is er geen afval en is alles een grondstof. Hij stelt dan ook dat er overal wel manieren te vinden zijn om kringlopen te sluiten.

“Het is niet zo dat die volledige hoeveelheid verwerkte kippenpluimen alleen maar dient om een flesje biostimulant te maken”, gaat Meers verder. “Een deel zetten we in als bodemverbeteraar en meststof. Ook daarvoor zijn we nu testen aan het opzetten. Daarna blijft er nog een ander deel over, dat dan weer gebruikt kan worden als diervoeder.”

Van labo tot veldproeven: het volledige traject van de biostimulant speelde zich af binnen de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen. Daar zorgden de IOF-consortia CropFit en End-of-Waste voor het nodige duwtje in de rug, zowel bij de samenwerking tussen het bedrijf en de UGent-onderzoekers als bij de ondersteuning voor financieringsaanvragen. De subsidie die het project van het Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO) kreeg, zette alvast een versnelling op het onderzoek en de productontwikkeling van deze biostimulant.

Tarwe
67-33

Lees ook

Groenten die hoger mikken: de toekomst van de stadstuinbouw begint in Roeselare

Vertical farming is booming, en dan vooral in een stedelijke context: je hebt minder plaats nodig om veel mensen van voedsel te voorzien. 

Agrotopia
view

Op naar duurzamere landbouw, dankzij… robots

Een nieuwe stap in landbouwrobotisering kan de sector verduurzamen en winstgevender maken. Wetenschappers van de UGent hebben de technologie ontwikkeld om een landbouwrobot plaatsspecifiek en in real-time een veld te laten behandelen. Van bodemanalyse, tot bodem bewerken, inzaaien, bemesten en sproeien met pesticiden.

Landbouwrobot
view