Negen dingen die je nog niet wist over paddenstoelen (Of zijn het zwammen? Of schimmels?)

Tijdens de herfst duiken ze overal op, en dan vooral in de bossen: de paddenstoelen. Maar wist je dat die eigenlijk maar een klein onderdeel zijn van een gigantisch, vaak ondergronds, netwerk? En dat planten zonder dat netwerk niet zouden overleven? Professor Mieke Verbeken is mycoloog of ‘zwamdeskundige’. Zij verklapt ons negen bijzondere zwammenweetjes.

Paddestoelen

Panteramaniet

1. Zeg niet zomaar paddenstoel tegen een schimmel en schimmel tegen een zwam

Paddenstoelen zijn als de bloem van een plant. Ze springen het meeste in het oog, maar eigenlijk zijn ze niet meer dan een onderdeel van een veel groter geheel: de zwam. Ze zijn met andere woorden het lichaam van de zwam. Net zoals sommige planten geen bloemen hebben, ontwikkelen sommige zwammen geen paddenstoelen. Die zwammen duiden we aan als schimmels.

2. Paddenstoelen zijn slechts het topje van een ijsberg

Wist je dat paddenstoelen onderliggend een heel complex netwerk hebben? Dat bestaat uit allemaal fijne draden: je ziet ze als je, bijvoorbeeld in een bos, de blaadjes rond zo’n paddenstoel optilt. We noemen die wirwar aan zwamdraden het mycelium of de zwamvlok. Ook zwammen zonder paddenstoelen vormen zo’n mycelium.

De overkoepelende term van dat hele netwerk, inclusief paddenstoel en schimmel, is de zwam, synoniem voor fungi. Zwammen vind je overal: onder de grond, op de grond en zelfs in dieren en mensen.

3. Zwammen zijn geen dieren, maar ook geen planten

Lange tijd brachten we zwammen onder in het plantenrijk, onder andere omdat ze zich niet kunnen voortbewegen. Maar nu beseffen we dat ze helemaal geen planten zijn. Zo doen ze niet aan fotosynthese. Net als dieren zijn zwammen heterotroof. Dat betekent dat ze niet zelf hun eten produceren, zoals planten dat wel doen via fotosynthese. Toch behoren zwammen ook niet tot het dierenrijk.

Ze steken geen voedsel in hun ‘lichaam’ zoals dieren, maar dringen met hun ‘lichaam’ in voedsel. Je vindt ze dan ook op alle voedingsbodems: in dieren, op planten en boomstammen, in de confituur… Ook hun lichaamsbouw is niet te vergelijken met die van dieren en planten: in plaats van cellen hebben zwammen dus dat netwerk van draden die overal tussen en doorheen kunnen groeien.

Een aantal belangrijke verschillen zorgen er met andere woorden voor dat zwammen hun eigen rijk vormen.

Paddestoelen

Gewone berkenboleet

4. Zwammen helpen planten overleven

Het mycelium van bepaalde zwamsoorten zorgt ervoor dat planten beter water en voedingsstoffen opnemen. Zwammen bepalen waar de plant groeit, hoe goed ze groeit en hoe stressbestendig ze is.

Zo’n 90% van alle planten leeft via hun wortels samen met zwammen. Die samenlevingsvorm noemen we ‘mycorrhiza’, letterlijk ‘zwamwortel’. Het voordeel van de symbiose voor zwammen ligt voor de hand: ze kunnen zelf geen voedsel produceren en zijn dus afhankelijk van de plant. Zo krijgen ze fotosynthetische suikers binnen.

Maar ook voor planten heeft die manier van samenleven een groot voordeel, het helpt hen te groeien. Meer nog: het is door die mycorrhiza dat planten in stresssituaties overleven. In tijden van droogte of voedingstekorten hebben ze een mycorrhizapartner nodig, want die helpt hen om zeer efficiënt water en nutriënten, zoals stikstof of fosfor, op te nemen. Bovendien beschermt die zwam hen zo tegen ziektekiemen.

En dat is nog niet alles. Mycorrhizazwammen bezorgen planten namelijk niet alleen voedingsstoffen, ze kunnen die ook transporteren van de ene plant naar de andere. Zo kunnen bomen onderling elkaar helpen in stresssituaties, via het mycelium dat hen verbindt.

5. Zwammen zijn helden voor de natuur

Hoe goed we met zijn allen ook ons best doen om te recycleren: zwammen zijn de echte recycleerkampioenen. Op aarde is er bijna niets dat ze niet kunnen recycleren. Alleen een paar plastics en polymeren, door de mens gecreëerd, kunnen ze niet verwerken.

Bomen, bijvoorbeeld, produceren een enorme biomassa als ze afsterven. Zwammen zijn de enige die heel die massa kunnen afbreken. Ze verwerken vooral plantenmateriaal, en dat zie je heel duidelijk tijdens een herfstwandeling: oude vruchtjes, dode bladeren of vermolmd hout waar schimmels of paddenstoelen op groeien. Zo ruimen ze het bos na de herfst netjes op en gebruiken het verwerkte materiaal als voedsel. Wat achterblijft, is dan weer voedsel voor andere planten. Daardoor zijn ze een onmisbare schakel in elk ecosysteem.

6. Bepaalde zwammen veranderen insecten in een zombie

Ken je de zombiezwam? Dat is een zwam die insecten parasiteert, maar dan op een bijzondere manier. Meestal doodt zo’n parasiet het insect onmiddellijk. De zombiezwam niet. Die neemt als het ware de hersenfunctie over, en bepalen alles wat het insect doet. Insecten kunnen op dat moment met andere woorden wel bewegen, maar doen enkel wat de zwam wil. Zo zorgen ze ervoor dat de insecten zich verplaatsen naar interessante plekjes, zodat ze efficiënt sporen kunnen verspreiden.

De meeste samenwerkingen tussen zwammen en insecten – en die komen vaak voor – zijn meer vredelievend. Zoals bij parasolmieren: die kweken zelf zwammen in hun nest. Ze voeren stukjes blad aan de zwam, en eten op hun beurt van het mycelium.

Paddestoelen

Papegaaizwammetje

7. Het grootste ‘wezen’ ter wereld is een zwam

Over de hele wereld zijn er naar schatting maar liefst 3,5 miljoen soorten. Na de insecten is het zelfs de soortenrijkste groep op aarde. Ze zijn vaak erg oud én kunnen heel groot zijn. Het grootste levende wezen op aarde is trouwens een zwam: in de Amerikaanse staat Utah groeit een enorme honingzwam die ondergronds meer ruimte in beslag neemt dan een half voetbalveld. De zwam zou meer dan 2500 jaar oud zijn.

Slechts een fractie van de soorten is al onderzocht. Daardoor weten we vandaag nog veel te weinig over zwammen. Wel weten we dat ze heel complex zijn, en dat ze op heel wat vlakken zelfs verder staan in de evolutie dan de mens. In theorie is een zwamvlok onsterfelijk, zolang er voedsel is. Ze groeien zelfs gewoon weer door als ze beschadigd worden, waardoor ze de troef voor eeuwig leven in handen lijken te hebben.

8. Er zit een schimmel in elk van ons

Schimmels, en bij uitbreiding zwammen, zitten – zoals gezegd – overal. Ook in ons. Net zoals we allemaal onze microflora hebben, zitten er ook zwammen in ons lichaam. Samen met bacteriële flora zorgen ze voor een betere vertering van ons voedsel.

Ook al weten we dat zwammen onmisbaar zijn voor elk ecosysteem, toch weten we vandaag nog te weinig over hun bijdrage aan ons microbioom. We weten wél dat een aantal van hen infecties veroorzaken. Meestal zijn die onschuldig - denk maar aan infecties op je huid, nagels of geslachtsorganen. Maar sommige soorten zijn levensbedreigend - tenminste als ze, bijvoorbeeld via je spijsverteringsstelsel, in je lichaam terecht komen. Daarom eet je paddenstoelsoorten die je niet kent beter niet. Met het blote oog zie je niet altijd of ze giftig zijn of niet.

Ook beschimmelde voeding eet je beter niet, omdat die vaak mycotoxines of schimmelgifstoffen produceren. Heel typisch zijn bijvoorbeeld de aflatoxines die zich op pindanootjes kunnen vormen. Blauwe kaas kan je dan weer zonder problemen eten: hij bevat wel de schimmel Penicillium, maar die is heel gereguleerd toegevoegd. Ook bepaalde gefermenteerde groenten, zoals tempeh, zijn gecontroleerd behandeld met schimmel.

9. Het seksleven van zwammen is veel meer ontwikkeld dan dat van ons

Zwammen kunnen zich niet voortbewegen. Dat betekent dat ze naar elkaar moeten toegroeien als ze zich willen voortplanten. Als ze een zwam van hetzelfde geslacht tegenkomen is dat brute pech, want dan kunnen ze zich niet voortplanten. Gelukkig is die kans in de wereld van de zwammen zeer klein: de meer geëvolueerde soorten vormen vier of zelfs veel meer ‘geslachten’, al noemen we die in het zwammenrijk ‘paringstypes’. van een goed onderzochte inktzwamsoort kennen we maar liefst 12.000 paringtypes.

Voor zwammen gebeurt voortplanting trouwens zonder zaad- of eicellen, zoals we die kennen bij dieren en planten. Ze hoeven hun lichamen enkel te versmelten. Zo tillen ze seks naar een heel ander niveau. Ze hebben er nauwelijks energie voor nodig, en moeten niet wachten tot ze geslachtsrijp te zijn.

Lees ook

Wetenschap of kunst? Onderzoeker Kim maakt unieke scans van bomen

Kim Calders ontdekte zijn passie voor het scannen van bomen als doctoraatsstudent in het Hallerbos, vlakbij Brussel. Sindsdien reist de bio-ingenieur de wereld rond met zijn LiDAR-scanner. Hij stond daarbij oog in oog met kasuarissen en olifanten, en werkte samen met kunstenaars om een bos te laten zingen. Een verhaal in negen beelden.

Lidart
view

De 5 meest voorkomende spinnen in en rond je huis

Daar is de herfst, daar komen de spinnen! Voor Bram Vanthournout van de vakgroep Biologie is dit de mooiste tijd van het jaar. Samen met zo’n 5000 Vlaamse vrijwilligers onderzoekt hij in het citizen science project Spin-city hoe spinnen zich aanpassen aan het leven in de stad. Voor durfdenken.be dook Bram in zijn statistieken op zoek naar de spinnen die het vaakst werden opgemerkt.

Kruisspin
view

UGent werkt aan het klimaatrobuust bos van de toekomst

De droogte van de voorbije jaren bezorgt bomen stress. Sommige stoppen met groeien; andere verliezen hun bladeren. Soms sneuvelen zelfs hele bossen. Bio-ingenieurs van de vakgroep Omgeving (faculteit Bio-ingenieurswetenschappen) onderzoeken over grenzen heen wat er aan de hand is én werken aan een bos dat de klimaatverandering de baas kan.

bos
view

Planten kunnen zelf ‘vertellen’ dat ze dorst hebben

“De meeste mensen geven te veel water aan hun planten. Of te weinig. Exact weten hoeveel water je moet geven is niet makkelijk”, zegt professor Kathy Steppe. Zij gaat met sensoren minutieus na wanneer planten water nodig hebben en hoeveel.

Kathy Steppe
view