De verborgen geschiedenis van de Belgische filmcensuur

Het recht op vrije meningsuiting wordt gewaarborgd door de Belgische grondwet. Filmcensuur was in ons land daarom nooit aan de orde zou je denken. Professor Daniel Biltereyst en zijn studenten Beeldcultuur en -analyse kwamen tijdens onderzoek toch tot verrassende vaststellingen.

Verboden beelden

 

Twintig jaar geleden maakte Vlaanderen voor het eerst kennis met reality-tv. Een groep mensen die elkaar niet kenden, werd voor een paar maanden in een huis gedropt dat was uitgerust met camera's en microfoons. De kijkers van ‘Big Brother’ konden hun doen en laten voortdurend volgen. Het programma zorgde voor heel wat controverse en discussies over privacy. Voor Professor Daniël Biltereyst was het de aanleiding om met zijn studenten dieper te graven in de Belgische geschiedenis van controversiële beeldcultuur en censuur.

In België is er toch nooit sprake geweest van filmcensuur?

Daniël Biltereyst: “Onze grondwet verbiedt uitdrukkelijk censuur. De drukpers was vrij en bij de opkomst van film, eind negentiende eeuw, gold dat ook voor het gloednieuwe medium cinema. In landen zoals Nederland of Frankrijk verliep dat anders, daar voerde een staatscensuurcommissie strenge controles door. In België kwam er in 1920 wel een wet die kinderen en jonge adolescenten onder de zestien jaar verbood om binnen te gaan in de cinema. Ze mochten geen films bekijken die niet gecontroleerd waren door een keuringscommissie van het ministerie van Justitie.

In theorie was België één van de weinige landen waar geen sprake was van verplichte censuur. Alle films konden in ons land openbaar vertoond worden, maar niet aan kinderen onder de zestien jaar. In de praktijk verliep het toch anders.”

Hoezo?

Daniël Biltereyst: “Film was een familiegebeuren. Het hele gezin ging naar de cinema. Distributeurs en zaaluitbaters wilden maar al te graag dat kinderen de films ook konden zien. Zij waren bereid om met de commissie in onderhandeling te treden zodat zoveel mogelijk films toch konden vertoond worden. Er was dus wel degelijk sprake van censuur op de meeste in België vertoonde films.”

Dat lijkt iets van een ander tijdperk. Wanneer werd die wet opgeheven?

Daniël Biltereyst: “Pas begin 2020! Honderd jaar lang besliste de filmkeuring welke films kinderen konden bekijken. Die commissie ging ook vaak over tot het knippen van films. Met studenten ben ik via werkcolleges in het archiefmateriaal van de filmkeuringscommissie gedoken.”

Wat ontdekten jullie?

Daniël Biltereyst: “Dat de commissie enorm veel films controleerde. De meeste films die op de markt kwamen, gingen door de handen van de keurders van het ministerie van Justitie. Het viel ook op dat ze streng waren. Tot de jaren zestig van vorige eeuw oordeelden zij dat een derde van de films ‘kinderen niet toegelaten’ was, een derde vonden ze wel geschikt voor kinderen en in het resterende derde werd geknipt. Dat in films geknipt werd, kwam nauwelijks in de publieke opinie. Daar werd niet over bericht. Wat ik gevonden heb zijn documenten, processen-verbaal van al die visies en briefwisseling.”

Welke scènes werden weggehaald?

Daniël Biltereyst: “De clichés: geweld en erotiek. Ook wapens mochten niet getoond worden, net als drugs en zelfdoding. Maar ook de autoriteit van een leerkracht mocht niet in vraag gesteld worden. In de eerste Vlaamse succesvolle langspeelfilm, ‘De Witte’, was een scène opgenomen waarin het hoofdpersonage een speld plaatste op het kussen van de stoel van de leraar. De commissie wou die scène eruit omdat ze vond dat die de autoriteit van de leraar ondermijnde. In ‘Saturday Night Fever’ werden vier scènes weggeknipt zodat de film het label ‘kinderen toegelaten’ kon krijgen.”

Wisten de kijkers dat ze niet naar de originele films aan het kijken waren?

Daniël Biltereyst: “Het publiek wist daar zo goed als niets van. Zelfs belangrijke filmcritici waren daar nauwelijks van op de hoogte. Er waren maar zelden perslekken en als er al eens iets openbaar gemaakt werd, was dat vooral in de gespecialiseerde pers. In brieven die ik in de archieven vond, werd ook over ‘coupures préalables’ gesproken, distributeurs die zelf gingen knippen. Ze deden aan zelfcensuur omdat zij al wisten wat de gevoeligheden van de keuringscommissie waren.”

En hoe gaat het er nu aan toe?

Daniël Biltereyst: “Vanaf de jaren ’90 keurde de filmkeuringscommissie bijna alle films goed. Ze kreeg zelfs het verwijt te laks te zijn. In 1998 leidde dat tot problemen met de film ‘Saving private Ryan’. In andere landen werden kinderen niet toegelaten, in België wel. Een groep ouders in Antwerpen waren het niet eens met het ‘kinderen toegelaten’-label. Zij dienden een klacht in bij het gerecht. Tevergeefs, de film bleef voor kinderen toegankelijk. Ondertussen is de keuringscommissie afgeschaft en vervangen door een systeem waarbij de filmsector zelf leeftijdscategorieën aangeeft. In België passen we nu het Nederlandse Kijkwijzersysteem toe. Zowel voor de studenten als voor mij was het een ontdekking dat ons tolerante land toch minder vrij was dan gedacht.”

Verboden beelden

Wie graag meer wil weten over de verborgen geschiedenis van de filmcensuur in België kan daar alles over lezen in het recente boek ‘Verboden beelden’ van professor Daniël Biltereyst.

Lees ook

Vier manieren om vaccintwijfel te counteren

Vaccin

Wint een UGent'er de finale van De Nieuwe Lichting van Studio Brussel?

Fabian Rasti

De wereld wacht op vaccins, de UGent test ze

Vaccinatie

Het grote belang van kleine bossen

Klein bos