
Een nieuwe taal leer je beter onbewust. Zonder erover na te denken dus. UGent-onderzoekster Eleonore Smalle ontdekte dat als we ons bewust geheugen uitschakelen, we taalregels makkelijker leren én we woorden langer onthouden. Het is meteen een verklaring waarom kinderen vlotter een nieuwe taal leren dan volwassenen.
“Ik startte mijn doctoraatsonderzoek in 2013 met de vraag op welke leeftijd het moeilijk wordt een taal te verwerven. In het algemeen nam iedereen aan dat dat rond twaalf jaar ligt. Maar is dat wel zo? En waarom dan, vroeg ik me af”, vertelt postdoctoraal onderzoeker Eleonore Smalle (vakgroep Experimentele Psychologie).
Het antwoord op die vraag bleef aanvankelijk een mysterie. Eleonore nodigde kinderen en volwassenen uit in haar lab, en vroeg ze een hele reeks verzonnen woorden vanbuiten te leren. De volwassenen onthielden veel meer woorden dan de kinderen. Dat leek de theorie over kinderen en taal net tegen te spreken.
Geen vergeetcurve
“Toen besloten we meer op lange termijn te kijken. Al snel zagen we dat volwassenen gradueel woorden verliezen, terwijl kinderen ze beter onthouden. Ze pikken initieel minder woorden op, maar hebben geen vergeetcurve. Dat komt omdat ze die woorden onbewust heel veel herhalen in hun brein.”
In de volgende stap ging ze na of kinderen en volwassenen even snel taalregels aanleren. Uit dat onderzoek bleek dat volwassenen veel meer hun eigen taalregels toepassen op een nieuwe taal. Eleonore: “Volwassenen analyseren de nieuwe taal. In hun hoofd vertalen ze die voortdurend naar hun eigen moedertaal. Kinderen niet: zij nemen die taal onbewust op en rollen zo in de regels van de andere taal. Met andere woorden: pas als je een taal onbewust verwerkt in je hoofd, krijg je de taal goed onder de knie.”
“Dat fascineerde me: is het echt zo dat je een taal beter leert zonder expliciet geheugen?” Verder onderzoek bevestigde haar eerste bevindingen. Toen ze een groep volwassenen naar een natuurdocumentaire liet kijken terwijl ze naar een verzonnen taal luisterden, viel alles in z’n plooi.
Aaneenschakeling van klanken
Eleonore deelde de groep volwassenen op in twee. De ene helft kreeg magnetische stimulatie van de prefrontale cortex om die ‘uit te schakelen’. Dat is het deel van het brein dat executieve functies ondersteunt, zoals aandacht en geheugen. Het is, met andere woorden, het ‘bewuste brein’. De andere helft diende als controlegroep. Van allebei de groepen werd de hersenactiviteit via EEG gemeten terwijl ze naar de verzonnen woorden luisterden. Zo zagen de onderzoekers dat de eerste groep al snel de onbekende woorden kon onderscheiden. Uit hun hersenactiviteit bleek duidelijk dat hun brein met die klanken synchroniseerde.
“Ik wilde onderzoeken hoe bewust volwassen mensen woorden oppikken”, verduidelijkt Eleonore. “Want woorden onderscheiden is de allereerste stap als je een taal aanleert. Bij het horen van een onbekende taal, klinkt alles als één lange aaneenschakeling van klanken. De pauze tussen twee woorden hoor je niet. Het leren van een taal begint bij het onderscheiden van die klanken in woorden.”
Nadien kreeg de volledige groep een aantal van die verzonnen woorden opnieuw te horen. Wat bleek? De eerste groep herkende veel meer woorden dan de controlegroep. Toch herinnerden ze zich die woorden niet meer. Ze pikten de woorden er wel uit, maar hadden tegelijkertijd het gevoel dat ze gokten. De controlegroep daarentegen had minder woorden opgepikt, maar wel bewuster.
Als leren fietsen
Een taal, zo concludeert Eleonore, leer je zoals je leert fietsen of autorijden. Eerst doe je de handelingen heel bewust, maar na verloop van tijd gebeurt het automatisch. “Kinderen vallen veel sneller in dat automatische. En dat heeft alles te maken met de prefrontale cortex, die zich pas ontwikkelt op twaalfjarige leeftijd. Dat is de less is more-hypothese: hoe minder prefrontale functies, hoe makkelijker het is om taal op te pikken. Dat geldt trouwens niet alleen voor taal: ook een muziekinstrument beoefenen, dansen of voetbal spelen bijvoorbeeld leer je makkelijker voor je twaalf bent.”
Al is het natuurlijk complexer dan dat. Ook andere factoren bepalen mee waarom de ene persoon vlotter een taal leert dan de andere. “Met mijn onderzoeken probeer ik puzzelstukjes in ons menselijk brein samen te leggen. Ik focus daarbij vooral op het ontwikkelingsproces. Binnenkort leg ik mijn puzzelstukken samen met die van prof. dr. Louisa Bogaerts, die zich focust op leerstoornissen. Samen willen we begrijpen waar taal- en leerproblemen vandaan komen.”

Eleonore Smalle is postdoctoraal onderzoekster in de cognitieve psychologie (vakgroep Experimentele Psychologie). Ze bestudeert de geheugenmechanismen die aan de basis liggen van taalverwerving. Zowel tijdens haar laatste masterjaar als tijdens haar doctoraat deed ze ervaring op aan de universiteit van Oxford. Tijdens haar studies spendeerde ze veel tijd in haar skiff op de watersportbaan: in 2018 was ze Belgisch kampioen roeien.
Lees ook
“Of kinderen nu weten dat de Sint echt is of niet, het maakt niet uit”
Is liegen over Sinterklaas, de kerstman en de paashaas pedagogisch wel verantwoord? We vroegen het aan professor historische en algemene pedagogiek Lieselot De Wilde van de vakgroep Sociaal Werk & Sociale Pedagogiek.
Hoe interactief voorlezen kinderen helpt lezen (en hoe je dat dan het beste doet)
Om de dalende leesvaardigheid van onze kinderen (weer) op te krikken, kan je ook als ouder een steentje bijdragen. Hoe? Door hen op een interactieve manier te helpen leren lezen.
Hoe (on)gezond is piekeren?
Piekeren doen we allemaal wel eens. Het kan zelfs goed zijn voor onze mentale huishouding, zegt professor Ernst Koster (vakgroep Experimenteel-Klinische en Gezondheidspsychologie). Maar het kan ook uit de hand lopen.
Gentse tool kan 100 miljoen kinderen wereldwijd helpen om te leren coderen
Elk kind aan het coderen krijgen, dat is de gedeelde missie van enkele UGent-onderzoekers en het leerplatform FTRPRF. Samen ontwikkelden ze met de steun van VLAIO een digitale co-teacher voor de populaire programmeertaal Scratch.