Hoe creëer je gelijke kansen in het Vlaamse onderwijs?

Even goede vrienden

Het gelijke onderwijskansenbeleid ligt onder vuur: leidt het wel tot gelijke onderwijskansen? En zorgt het er niet voor dat het onderwijs de lat lager legt?

Onderwijstopman bij de OESO en UGent-alumnus professor Dirk Van Damme stippelde het destijds mee uit. Vandaag kijkt hij kritisch naar de pijnpunten, al staat hij nog altijd achter het principe. UGent-professor Piet Van Avermaet, directeur van het Steunpunt Diversiteit en Leren, verdedigt de gemaakte keuzes, ondanks de tegenvallende resultaten.

Het gelijke onderwijskansenbeleid bestaat bijna twintig jaar. Hoe is het gesteld met de gelijke kansen in het Vlaamse onderwijs?

Dirk Van Damme: “Volgens de cijfers van het PISA-onderzoek (Programme on International Student Assessment) van de OESO scoort het Vlaamse onderwijs op het vlak van gelijke kansen ronduit slecht. Dat is vrij ernstig. We moeten ons dan ook afvragen of we destijds wel de juiste keuzes gemaakt hebben.”

Piet Van Avermaet: “Een aantal van die keuzes verdedig ik vandaag nog altijd: een gelijkekansenbeleid is voor mij cruciaal. Al hebben ze de laatste 20 jaar niet overal geleid tot de gewenste resultaten. Dat heeft volgens mij meer te maken met een onvoldoende krachtige implementatie van het toen ontwikkelde gelijkekansenbeleid. We hebben wellicht onderschat hoe hardnekkig de traditionele bouwstenen van het onderwijs zijn - ik noem dat de ‘grammatica’ van het onderwijs, en hoe die verandering vaak in de weg staan.

Wat me vooral opvalt is dat de debatten hierover vaak te ongenuanceerd zijn. Gelijke kansen worden bijvoorbeeld al te vaak verward met gelijkheid. Maar die twee zijn niet helemaal hetzelfde. Iedereen wordt geboren met verschillende talenten: we hebben niet allemaal een talenknobbel of hetzelfde technische inzicht. En dat hoeft ook niet. De klemtoon in het gelijkekansenbeleid moet meer liggen op kansen, en minder op gelijkheid.”

Dirk Van Damme: ““Het probleem is natuurlijk dat we gelijke kansen meten via gelijke uitkomsten: in welke mate behalen leerlingen dezelfde resultaten. Eigenlijk weten we heel weinig over de mate waarin gelijke kansen gegeven worden. Wat bedoelen we met gelijke kansen?”

Piet Van Avermaet: “Voor mij zijn gelijke kansen: alle leerlingen maximale kansen geven om te excelleren. Dat is de basis van het gelijkekansenbeleid, en dat is cruciaal.”

Dirk Van Damme
“Het probleem is natuurlijk dat we gelijke kansen meten via gelijke uitkomsten: in welke mate behalen leerlingen dezelfde resultaten.”
Dirk Van Damme
67-33

Hoe kan het onderwijs dan wel zorgen voor betere gelijke kansen?

Dirk Van Damme: “Wat een effectief gelijkekansenbeleid zou moeten zijn, is momenteel niet erg duidelijk. Ook in het buitenland zie je niet zoveel interessante alternatieven. Pas op, een paar jaar geleden was Vlaanderen een internationaal voorbeeld. We lopen dus zeker niet achter.”

Piet Van Avermaet: “Een latere studiekeuze zou volgens mij al meer gelijke kansen creëren. Uit onderzoek blijkt dat hoger opgeleide ouders doorgaans de studiekeuze voor hun kind al in het vijfde leerjaar maken. Kansarme ouders wachten vaker tot het einde van het zesde leerjaar en laten zich voor die keuze leiden door de school. Dat levert schrijnende verhalen op: vaak geven die leerkrachten dan een lager advies dan het kind eigenlijk aankan. Waarom? Omdat ze vrezen dat het kind minder ondersteuning zal krijgen in het secundair onderwijs, en dat dat zijn of haar welbevinden negatief zal beïnvloeden.”

Dirk Van Damme: “Zo’n bredere eerste graad, daar ben ik absoluut geen voorstander van. Pas op, wat jij zegt is waar: we zien dramatische situaties bij de overgang van de lagere naar de middelbare school. Maar je bevordert geen gelijke kansen door het keuzeproces uit te stellen en iedereen kunstmatig langer bij elkaar te houden. Op het vlak van gelijke kansen loopt trouwens al veel mis in de lagere school, zien we nu. Dat sluipt volgens mij in subtiele processen: al dan niet bewuste vooroordelen, interacties, verwachtingen… Misschien moeten we eerder nadenken over een andere pedagogische aanpak voor leerlingen en studenten uit kansarme situaties.”

Hoe kunnen scholen daarop inspelen?

Piet Van Avermaet: “Scholen zouden daar meer een compenserende rol moeten aannemen. Scholen denken vandaag te veel vanuit de middenklasseouder. Maar hoe bereik je kansarme ouders? Dat gaat over school- en studiekeuzes, maar evengoed over hoe je communiceert tijdens oudercontacten.”

Dirk Van Damme: “Het probleem daarbij is dat er veel fout loopt in de vertaling van goede bedoelingen naar concrete initiatieven. Veel leraren denken dat ze gelijke kansen nastreven als ze milder zijn voor kansarme leerlingen. Maar positief discrimineren vind ik even pervers als leerlingen te laag beoordelen. Sterker nog: volgens mij heeft net dat geleid tot de niveaudaling in het onderwijs.”

Piet Van Avermaet: “Ik volg je wel, maar met een zekere nuance. Ik ben ervan overtuigd dat niemand ooit de intentie heeft gehad om de lat lager te leggen. Op geen enkel moment heeft iemand de beleidsteksten, de communicatie met scholen, of de trainingen en coaching die we opgezet hebben voor leerkrachten zo willen vertalen. Nee, het probleem zit volgens mij in de manier waarop we naar het onderwijs kijken. We labelen leerlingen te snel, en dat heeft meteen een impact op de verwachtingen. We maken te snel een onderscheid tussen zwakkere en sterkere leerlingen, waardoor we in een spiraal van self-fulfilling prophecies terechtkomen.”

Dirk Van Damme: “Dat selectiedenken zit echt ingebakken in ons onderwijs. Vanaf het begin scheiden we het kaf van het koren. De bollebozen sturen we dan naar het aso, en de rest naar de technische richtingen. Dat is heel gevaarlijk. We moeten de toptalenten er blijven uithalen, dat klopt, maar we mogen de grote massa niet vergeten. Ook voor hen moeten we een bepaald niveau nastreven.”

“Het debat wordt al te vaak binair gevoerd: kansarm versus kansrijk, gelijkheid versus gelijke kansen, kennis versus vaardigheden enzovoort.”
Piet Van Avermaet
Piet Van Avermaet
33-67

Kan je dat proces doorbreken?

Piet Van Avermaet: Zou een deel van de oplossing dan niet zijn om die zeer krachtige driedeling tussen aso, bso en tso te doorbreken?"

Dirk Van Damme: “Zeker niet: dan riskeer je dat het ten koste gaat van de technische en beroepsopleidingen. Die opleidingen zijn zeer belangrijk. Onze VTI’s in Vlaanderen staan echt op de kaart. Als je alles samenbrengt, dreigt een ‘aso’isering’ waarbij de drie opleidingen op zoek gaan naar de kleinste gemene deler en zo de technische opleidingen worden uitgevlakt. Volgens mij zouden we al heel veel problemen oplossen als we niet zo negatief keken naar het technisch onderwijs. Zelfs de meest progressieve ouders sturen hun kind liever niet naar het tso of het bso. Ook al erkennen ze het belang van die opleidingen.”

Piet Van Avermaet: “Kijk, in een ideale wereld zit elke leerling perfect op zijn plaats volgens zijn interesses en talenten. Dan hoeft een bso’er niet door te stromen naar het hoger onderwijs. Maar al te vaak zien we 16- of 17-jarigen die spijt hebben van hun keuzes, of die vaststellen dat ze niet goed georiënteerd zijn en ‘meer’ kunnen. Daarom moeten er toch meer mogelijkheden zijn om door te stromen, zoals combinaties van de drie verschillende trajecten. Ook aan de universiteit zie je af en toe collega’s die denken dat tso’ers een aantal competenties missen om verder te studeren. Akkoord, maar dan is het onze taak als academici om kansen te creëren voor die studenten die enkele jaren voordien niet correct georiënteerd waren en de sprong willen wagen. Niet door de lat lager te leggen, hé, begrijp me niet verkeerd.”

Dirk Van Damme: “Toen ik nog een academische carrière had, kwam een van mijn betere doctoraatstudenten trouwens uit het tso. Ik hou niet van doodlopende wegen, en ben eigenlijk wel voor het zalmprincipe: je moet altijd de mogelijkheid hebben om door te stromen. Die doorstroming is volgens mij de laatste jaren bovendien wel makkelijker gemaakt.”

Piet Van Avermaet: “We zijn het eigenlijk over veel meer eens dan niet, Dirk. Het debat wordt al te vaak binair gevoerd: kansarm versus kansrijk, gelijkheid versus gelijke kansen, kennis versus vaardigheden enzovoort. Maar daarmee bewijzen we de leerkrachten, scholen, ouders en leerlingen geen dienst. Met een genuanceerd gesprek als dit, wel.”

Dirk Van Damme studeerde af in 1979 als licentiaat sociale agogiek. Zijn doctoraat in de pedagogische wetenschappen behaalde hij in 1989. Als student hield hij van de gewijde stilte van de grote leeszaal en de nostalgische oude ‘fichebakken’ in de bibliotheek aan de Rozier.

Piet Van Avermaet behaalde zijn professionele bachelor voor de lerarenopleiding basisonderwijs in 1978. Nadien behaalde hij een master in de toegepaste taalkunde in Tilburg, en werd hij doctor in de taalkunde aan de KU Leuven. Sinds 2005 is hij verbonden aan de UGent.

Lees ook

De klimaatconferentie: een zaak voor politici of wetenschappers?

Betoging

De blauwe economie: een zee van mogelijkheden

Windmolenpark

Internationale toponderzoekers strijken neer in Gent

Louisa Bogaerts

Hoe creëer je gelijke kansen in het Vlaamse onderwijs?

Even goede vrienden