Overmatig zweten lijkt een banaal kwaaltje, maar dat is het allerminst. Voor miljoenen mensen wereldwijd heeft hyperhidrose een grote impact op hun levenskwaliteit. Nieuw onderzoek van professor Frank Bosmans (UGent en VUB) werpt een compleet nieuw licht op de aandoening. Bij een erfelijke vorm van hyperhidrose blijkt het probleem niet alleen in de zweetklieren te liggen, maar ook in de zenuwen die ze aansturen. De ontdekking biedt een nieuw aanknopingspunt voor meer gerichte behandelingen.
In het kort
- Hyperhidrose is een aandoening waarbij iemand overmatig zweet. Naar schatting 2 tot 5 procent van de wereldbevolking lijdt hieraan.
- Het onderzoek toont aan dat bij een genetisch bepaalde groep patiënten een ontregeling van het autonome zenuwstelsel de zweetklieren te sterk kan activeren.
- De resultaten openen op termijn nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van gerichtere behandelingen. Vooral de erkenning dat hyperhidrose soms een neurologische oorsprong heeft, is belangrijk.
Veel meer dan ‘een beetje zweten’
Professor Frank Bosmans: “Veel mensen denken: het is maar zweten. Maar voor patiënten is de impact vaak enorm. Ik ken mensen die hun huis niet meer uitkomen uit schaamte. Ze moeten meerdere keren per dag van kleren wisselen, hebben voortdurend natte handen en laten letterlijk plasjes water achter op hun stoel. Ze raken vaak totaal sociaal geïsoleerd.”
Naar schatting lijdt 2 tot 5 procent van de wereldbevolking aan hyperhidrose, al vermoedt hij dat dit een onderschatting is. “Veel mensen stappen nooit naar een arts omdat ze denken dat het hun eigen schuld is of dat het een banale kwaal is waarmee ze moeten leren leven.”
De oorzaak
Het onderzoek dat aan de basis ligt van deze levensveranderende inzichten is het resultaat van een jarenlange samenwerking tussen de UGent, de VUB en Johns Hopkins University in de Verenigde Staten. Frank Bosmans, apotheker van opleiding, woonde en werkte er dertien jaar. Zijn co-auteur leidt er een gespecialiseerde hyperhidrosekliniek. Sinds de start van het onderzoek volgden ze ongeveer 8.000 patiënten. “Deze doorbraak is dus meer dan tien jaar in de maak.”
“Onze studie toont dat bij deze patiënten vooral de zenuwsturing van de zweetklieren ontregeld is. Het autonome zenuwstelsel geeft als het ware te sterke signalen door. Bij de onderzochte erfelijke vorm leidt een genetische verandering in het Nav1.8-ionkanaal tot verhoogde activiteit van zenuwen die de zweetklieren aansturen.”
Die genetische mutatie verklaart meteen waarom patiënten vaak nog andere klachten hebben. “We zien regelmatig dat dezelfde ontregeling samenhangt met hartproblemen, maag- en darmklachten en andere aandoeningen. We onderzoeken momenteel of bij een deel van hen verwante zenuwmechanismen betrokken zijn.”
"“Onze studie toont dat bij deze patiënten vooral de zenuwsturing van de zweetklieren ontregeld is. Het autonome zenuwstelsel geeft als het ware te sterke signalen door."
Van baby’s tot ambitieuze high achievers
Bij een aanzienlijk deel van de patiënten komt hyperhidrose ook bij andere familieleden voor. De aandoening kan bovendien al zeer vroeg zichtbaar worden. “Ik heb zelfs baby’s met duidelijke symptomen van hyperhidrose opgevolgd.”
Bij andere patiënten ontstaan de klachten pas later of nemen ze op bepaalde momenten sterk toe. Hormonale veranderingen, zoals tijdens de puberteit, zwangerschap of na een bevalling, maar ook infecties of andere lichamelijke belastingen, lijken klachten bij sommige mensen uit te lokken of te versterken.
“Waarschijnlijk gaat het niet altijd om één enkele oorzaak”, legt Bosmans uit. “Een erfelijke gevoeligheid kan lange tijd relatief weinig klachten geven, tot een bijkomende factor het autonome zenuwstelsel verder uit balans brengt. We willen nu beter begrijpen waarom de aandoening bij sommige patiënten al op jonge leeftijd ontstaat en bij anderen pas later.”
Van symptoombestrijding naar gerichte behandeling
De ontdekking verandert de kijk op de gangbare behandelingen compleet. Nu gebruikt men meestal lokale oplossingen zoals speciale deodorants, botoxinjecties of behandelingen met elektrische stroom. “Deze behandelingen kunnen doeltreffend zijn, maar werken niet bij iedereen even goed en grijpen doorgaans niet rechtstreeks aan op de onderliggende zenuwsturing.”
Een gerichte behandeling die inwerkt op de mutatie bestaat nog niet, maar Frank en zijn collega’s ontdekten tijdens hun onderzoek wel dat bepaalde combinaties van bestaande geneesmiddelen, bedoeld voor andere aandoeningen, ook effectief waren. “Bij een aantal patiënten zagen we aanwijzingen dat bestaande geneesmiddelen ook het zweten en sommige bijkomende klachten konden verminderen. Deze observaties moeten nog systematisch in klinische studies worden onderzocht. Dit is fantastisch, want we hopen uiteindelijk met één behandeling niet alleen de hyperhidrose, maar ook de andere mogelijk gelinkte aandoeningen aan te pakken.”
De boodschap voor mensen die zich herkennen in deze symptomen? “Blijf er niet mee rondlopen. Bespreek ernstige zweetklachten met je arts of dermatoloog. Zij kunnen de bestaande behandelingsmogelijkheden en verdere diagnostiek beoordelen. Voor heel wat patiënten kan die vandaag al een wereld van verschil maken.”
"“Blijf er niet mee rondlopen. Bespreek ernstige zweetklachten met je arts of dermatoloog."
Frank Bosmans kan ook al perspectief bieden op nieuwe behandelingen. “In een genetisch muismodel konden we het overmatig zweten volledig onderdrukken. Of dezelfde aanpak veilig en werkzaam is bij mensen, moet nog worden onderzocht. Als deze aanpak zich verder laat ontwikkelen, kan ze op termijn relevant worden voor patiënten bij wie dit zenuwmechanisme een rol speelt.”
Sociaal isolement eindelijk doorbroken
Voor Frank Bosmans is de grootste winst vandaag misschien wel de erkenning voor patiënten. “Hyperhidrose is niet louter een cosmetisch probleem: bij een deel van de patiënten ligt een aantoonbare ontregeling van de zenuwsturing aan de basis.”
De verhalen van patiënten spreken voor zich. “Ik had onlangs een videocall met een jonge vrouw die we succesvol hadden behandeld. Haar moeder kwam ook al huilend in de call omdat ze ons persoonlijk wilde bedanken. Na slechts enkele weken behandeling had haar dochter die dag voor het eerst in twintig jaar opnieuw het huis verlaten. Daar doen we het voor.”
Professor Frank Bosmans is neurowetenschapper en hoofddocent aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent. Daarnaast is hij verbonden aan de VUB als hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde and Farmaceutische Wetenschappen. Hij woonde dertien jaar in de Verenigde Staten en werkte 6 jaar aan Johns Hopkins University. Zijn onderzoek focust op de werking van ionkanalen in het zenuwstelsel en hun rol bij neurologische aandoeningen.
Read also
Does AI make our brains smarter or lazier?
We asked neurologist Kristl Vonck how she views the impact of AI on our brains. What happens to our brain when we systematically outsource thinking to an algorithm?
Five (realistic) ways to move more in 2026
January often starts with good intentions… but those plans can be quickly abandoned. To exercise more is always high up everyone’s list, but there’s often a gap between wanting to do it and actually doing it. So how do you bridge that gap?
Is a stool transplant a potential treatment for Parkinson’s?
A recent study into Parkinson’s disease has shown that a stool transplant may constitute a new and valuable treatment of the disease. “It offers a potentially safe, effective and cost-efficient way of alleviating the symptoms and improving the quality of life of millions. A 'bacterial pill' might replace the stool transplant in the future. But more research is needed.”
Ignaas Devisch has been stimulating our thinking for years (and is now receiving recognition for it)
Twenty years ago, he was ridiculed as a scientist when he tried to communicate with the general public. Now, Ignaas Devisch is receiving the Science Communication Career Award for it. "It's wonderful recognition," says the medical philosopher. "Although communicating about science also involves learning to listen well."