Ze voelen meer dan je denkt: de verborgen emoties van jongeren met psychopathische trekken

Interview met een jongere

Psychopathie wordt vaak geassocieerd met kille, gevoelloze mensen. Maar klopt dat beeld wel? Thomas Cassart van de vakgroep Orthopedagogiek (faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen) onderzoekt de ogenschijnlijk emotieloze buitenkant van jongeren die criminele feiten pleegden.

Krijgen we in de media vaak een verkeerd beeld van psychopaten?

“Ja, in true crime – waar ik zelf ook fan van ben – zie je altijd de typische psychopaten. Denk aan Ted Bundy, Jeffrey Dahmer of Marc Dutroux. Maar dat zijn echte uitzonderingen. 

Psychopathie komt bij 1 à 3 procent van de volwassenen voor en het merendeel is natuurlijk geen seriemoordenaar. Chirurgen, advocaten en politiekers scoren vaak hoog op psychopathische trekken. Die trekken kunnen ook functioneel zijn, denk maar aan een arts die emoties onder controle houdt tijdens een operatie. 

Dat CEO’s vaak psychopaten zijn is trouwens overroepen. Wie heel hoog scoort op pyschopathie is manipulatief en impulsief en gaat enkel voor eigengewin. Zo iemand kan niet goed functioneren in een team of als hoofd van een bedrijf.”

Op welk deel van psychopathie focust jouw onderzoek precies?

“Ik ben geïnteresseerd in het emotionele luik van psychopathie. Daarvoor onderzoek ik de persoonlijkheid van jongens van 16 tot 17 jaar die criminele feiten gepleegd hebben en in een gemeenschapsinstelling zitten.

Ik ga bij hen op zoek naar kille en emotieloze eigenschappen, wat we psychopathische trekken noemen. Uitingen daarvan zijn weinig empathie, weinig schuldgevoel en onverschilligheid voor emoties van anderen. Kortom, er komen weinig emoties aan de oppervlakte. Bij jongeren spreken we wel nog niet over een psychopathische persoonlijkheidsstoornis, omdat de persoonlijkheid nog aan het ontwikkelen is.”

Hoe onderzoek je de persoonlijkheid van die jongeren?

“Persoonlijkheid is moeilijk in kaart te brengen, zeker als het over psychopathische trekken gaat. We moeten ook voorzichtig zijn met de stempel ‘psychopaat’, zeker bij jongeren.

Daarom doen we ons onderzoek op verschillende manieren: de jongeren vullen vragenlijsten in, we nemen interviews af en we lezen hun dossiers. 

De dossiers bekijk ik pas na het interview. Ik volg bewust die volgorde zodat ik van een leeg blad kan vertrekken bij de gesprekken. Ik weet vaak niet waarom iemand in een gemeenschapsinstelling zit. Dat is interessant, omdat je ziet hoe je beeld verandert als je plots te weten komt dat de jongere bijvoorbeeld betrokken is bij een moord.”

Je krijgt vast heel wat te horen?

“Ja, ik duik echt in het leven van die jongeren. Dankzij mijn neutrale positie als onderzoeker, zien de jongeren mij als een klankbord. Wat ze tegen mij zeggen, heeft geen impact op hun dossier. Daardoor kom ik vaak veel meer te weten dan een hulpverlener.

Veel verhalen van die jongeren klinken als een actiefilm. Er zijn geen criminele feiten die ik nog niet ben tegengekomen. Dat is heel confronterend. Elke jongere heeft zijn verhaal, en al die verhalen zijn bij mij binnengekomen. Ik ken ze nog allemaal.

Ik moet wel opletten dat ik niet altijd op zoek ga naar criminele feiten. Tijdens een interview met een jongere uit de controlegroep, vertelde die jongere dat hij nog nooit had overvallen of gestolen. Ik merkte bij mezelf dat ik heel wantrouwig was. Ik geloofde hem bijna niet. Maar ’t was echt een crème van een gast.” (lacht)

Wat heb je ontdekt bij jongeren die weinig emoties tonen?

“Het is niet zo dat alle jongeren met kille en emotieloze eigenschappen ook zo geboren zijn. Minstens 10 procent van hen hebben wel nog emoties, maar schakelen die uit om te kunnen omgaan met extreme gebeurtenissen. Dat kan op dat moment een goede manier zijn om met trauma om te gaan. 

Als ze die strategie van jongs af aan blijven gebruiken, kan dat doorheen de tijd wel een persoonlijkheidskenmerk worden. Maar onderliggend blijven angst of traumatische stress sluimeren.”

"Veel verhalen van die jongeren klinken als een actiefilm. Dat is heel confronterend. Elke jongere heeft zijn verhaal, en al die verhalen zijn bij mij binnengekomen."

Hoe kom je te weten of die ‘kille en emotieloze’ jongeren wel nog emoties hebben?

“Sommige jongeren kunnen het zelf aangeven. Dan zeggen ze dingen als: ‘Meneer, ik heb zoveel meegemaakt dat ik het niet meer voel. Ik wil het wel terug voelen, maar ik weet niet hoe.’ 

Anderen hebben het moeilijker om emoties onder woorden brengen. Daarom gebruiken we andere bronnen van informatie. Zo meten we bijvoorbeeld de hartslag en huidgeleiding terwijl ze naar video’s kijken met emotionele of ernstige scènes. Soms zeggen ze dat ze niets voelen, maar zien we aan de gemeten data dat ze wel nog emoties ervaren.”

Wat hoop je met het onderzoek te bereiken?

“Nu we weten dat 10 procent van de jongeren met psychopathische eigenschappen vaak angstig zijn, kunnen we onze diagnostiek en behandeling daar beter op afstemmen. Daar wordt iedereen beter van: zowel de jongere als zijn omgeving. We willen die 16- tot 17-jarigen een zo goed mogelijk leven bieden. Een leven zonder dat ze criminele feiten plegen én zonder dat ze zelf het slachtoffer worden van criminele feiten.”

Kunnen ze dan leren om opnieuw emoties te ervaren?

“Er was lang het idee dat het ‘gevaarlijk’ was om mensen met psychopathische eigenschappen aan te leren om emoties te herkennen. Men dacht dat je hen dan munitie gaf om mensen nog meer te manipuleren. Ondertussen weten we dat het niet zo is. Ook jongeren met kille, emotieloze trekken kunnen baat hebben bij emotie- of traumatherapie.  

Het is natuurlijk niet gemakkelijk om therapie te geven aan die jongeren. In een gemeenschapsinstelling wil niemand kwetsbaar overkomen. Ze hebben geleerd om moeilijke zaken met agressie op te lossen en kunnen heel impulsief reageren. Daarom lukken één-op-één-gesprekken vaak beter dan groepstherapie. Wanneer ze je vertrouwen, komen er tijdens die gesprekken soms gaatjes in hun schild. 

Een eerste stap voor hen is het leren herkennen van emoties. Vaak denken ze dat ze woede of kwaadheid voelen, maar is het onderliggend toch verdriet of angst. Daarna leren we hen die emoties reguleren: als je negatieve of kwade gevoelens hebt, hoe ga je daarmee om?

Belangrijk hierbij is dat hulpverleners hen een veilige omgeving aanbieden, zodat de jongeren weten dat zij er voor hen zijn als hulpverlener. Bij sommige jongeren kan het nuttig zijn om samen aan de slag te gaan met de traumatische gebeurtenissen die ervoor gezorgd hebben dat ze hun emoties uitschakelden. Stap per stap gaan ze zo terug naar momenten van misbruik of verwaarlozing.” 

Wat kan je als ouder doen als je kind psychopathische trekjes vertoont?

“Het is belangrijk dat we erkennen dat het niet eenvoudig is om ‘moeilijke’ jongeren op te voeden, zodat die ouders minder schuldgevoel hebben. Maar als je kind psychopathische trekken vertoont, kun je dat vanuit de opvoeding verzachten. Ouderlijke warmte is heel belangrijk en kan zelfs preventief werken.

Er was ooit een wetenschapper (James Fallon) die hersenonderzoek deed naar psychopathie. Toen hij hersenscans van psychopaten vergeleek, stelde hij vast dat zijn eigen scan heel hard leek op die van psychopaten. Na rondvraag bij vrienden en familie, bleek dat hij effectief veel psychopathische persoonlijkheidstrekken had. Maar dankzij zijn opvoeding, met een warme moeder als steunfiguur, was hij geen psychopaat geworden.”

Wat vind je zelf het moeilijkste aan jouw onderzoek?

“Ik vind het pijnlijk dat we jongeren met psychopathische eigenschappen tot een bepaalde leeftijd als slachtoffer zien en dan plots als dader. Waar maken we die overgang?

Ik wil de criminele feiten niet ontkennen. Maar die jongeren zijn zelf ook heel kwetsbaar. We vergeten al te vaak dat zij ook ondersteuning nodig hebben. Jammer genoeg kijkt onze maatschappij vaker naar straffen dan naar helpen.” 

Thomas Cassart

Thomas Cassart wou als kind sterrenkundige of tatoeëerder worden, maar koos dan toch voor Orthopedagogiek. Hij schreef z’n thesis over trauma, en sindsdien heeft het trauma-onderzoek hem niet meer losgelaten.

33-67

Read also

Can I post this online? Five tips to safely share your children’s holiday photos

Adorable baby photos, your toddler's first day of school or this summer’s holiday pictures with the children. Parents love to share photos of their children. But sharing those photos online is not without risk. Doctoral researcher Elisabeth Van den Abeele offers tips for parents on how best to go about it.

Elisabeth Van den Abeele
view

Six tips for healthy screen time (for children & adolescents)

Our children are growing up in a world filled with screens. How much should we worry about this? Professor Mariek Vanden Abeele (imec-mict-UGent) analyses the benefits and drawbacks of digital connectedness among young people, and tells us how we can ensure healthy screen time.

Smartphone
view

”There are countless ways to be a good family”

Broadening our view of the world is what Ann Buysse wants to achieve with her book 'Zoveel tussen ons’ (So much between us). She is a professor and dean of the Faculty of Psychology and Educational Sciences. "I have never been so unsure about anything before. Especially because it has not become a purely academic book. I also put a lot of myself into it."

Kinderen
view

Can you lie to children?

Children swallow a bunch of lies without realising it. Parents and educators often brush them off with a (half-)lie and as a society we’re no angels either with St Nicholas, Santa and the Easter Bunny. So is lying pedagogically acceptable? We asked professor of historic and general pedagogy Lieselot De Wilde of the Department of Social Work and Social Pedagogy.

Opvoeding
view